'EELDES' BLOEI VLIEGT NU VOORUIT [Donderdag 22 april 1999]

Geen getuf in duffe treinen geen benzinedampen meer, want te Eelde strijkt men rustig met een vliegmachien neer! Met tien vakantievluchten per week beleeft Groningen Airport Eelde dit jaar een doorbraak. Meer dan honderduizend passagiers worden er verwacht; de passagiersterminal uit 1977 is te klein geworden.

Het vliegveld, dat het jarenlang vooral moest hebben van de KLM luchtvaart school (voortzetting van de Rijks Luchtvaart School die in 1954 voor een deel en in 1958 volledig van Beek en Gilze-Rijen naar Eelde werd overgeplaatst(, trekt eindelijk de gewenste passagiersaantallen.

Maar de lijndienst op Schiphol is weer geschrapt en afgezien van incidentele charters en de zakenvluchten komt de bedrijvigheid in de lucht vooral van amateurs: sportvliegers en parachutisten. Zij profiteren nog steeds van een toen vooruitstrevend werkgelgenheidsproject uit 1931.

Ene T. Ruygrok was zo enhousiast over het besluit van de gemeente Eelde om een vliegveld aan te leggen, dat hij er in 1930 een loflied op dichtte. Enhousiast, zoals een loflied hoort te zijn. "Want proficiat mag klinken voor dit flink en kloek besluit: Let op: men gaat 't nu beleven, Eeldes bloei vliegt nu vooruit."

Wijlen Harm R. Reinders, die lang weerman op het vliegveld was geweest, ruimde een van de eerste pagina's van zijn geschiedenisboek over Groningen Airport Eelde ('Doorvliegen koetsier!') in voor het loflied.

Eelde had het vliegveld te danken aan de Groninger drukker en vliegenier Haijo Hindriks, die gek van vliegen was in een periode 'het zien van een vliegtuig nog een gebeurtenis was waarvoor iedereen naar buiten kwam:'een vliegtuig! een vliegtuig!'.

De eerste luchtvaarthappening in het Noorden was voor zover bekend het opstijgen van de ballon van de Franse kapitein Julhes, bij de viering van Groningens Ontzet in 1886.

Enthousiast voor de luchtvaart werd Noord-Nederland vooral in de jaren 1910-1913, toen Franse en Belgische 'aviateurs', onder wie de populaire Jan Olieslagers, met krakkemikkige toestelletjes demonstraties gaven in onder meer Assen, Veendam, Meppel en Groningen(Helpman). Er kwamen aanvankelijk tienduizenden mensen kijken, hoewel de eenvoudige toestellen regelmatig vanwege (al gauw) slechte weer aan de grond moesten blijven. Mede daardoor, en omdat het nieuwtje er na een paar keer af was, bleef het vliegcomitie Helpman soms met een flinke strop zitten.

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakte definitief een einde aan de eerste opleving van de luchtvaart in het Noorden. De Groninger sigarenfabrikant Sieb Koning was toen al zo enthousiast geworden, dat hij had leren vliegen en zelf demonstraties gaf. Hij werd in 1914 oorlogsvlieger bij de Franse luchtmacht.

Emile de Schepper, zoon van de beroemde Groninger biljartfabrikant, vestigde op andere wijze naam als luchtvaartpionier. Hij ontwierp samen met de Belg Hubert Hagens, die als monteur van Jan Olieslagers in het Noorden was beland, een vliegtuig. Het prototype van deze Helpman1 werd in de biljartfabriek gebouwd en in mei 1911 in de rijwielfabriek Fongers tentoongesteld. Om een indruk te geven van de vliegtuigen uit die tijd een citaat uit het Nieuwsblad van het Noorden: "Het vliegtuig heeft een lengte van 9 meter, het lichaam is driehoekig van vorm en gebouwd van eschen en grenen hout, versterkt met staaldraden, die door een vernuftig samenspel van bouten en schroeven kunnen worden gespannen. De motor van 50 pk weegt 76 kg en de schroef van 2,40 m is ook door beide heren zelf gemaakt. Beide vleugels, elk 5 m lang, hebben de vorm van een gerekt trapezium. Het raamwerkis overtrokken met een waterdichte stof, zijnde linnen bedekt met een uiterts fijne gummi-laag die uit het buitenland betrokken werd." Aantal inzittenden: 1 Proefvluchten op een speciaal daarvoor aangelegd veldje in Zeijen, voldeden boven verwachting. Er was echter geen geld om het toestel in productie te nemen. Grootindustrieel Jan Evert Scholten zag geen brood in een luchtvaartindustrie en de Helpman 1 werd na een motorstoring volledig vernield bij een demonstratie in Wassenaar.

Het bij het publiek populaire vliegkamp in Zeijen was mede ingericht door enkele leden van het vliegcomite Helpman, die een luchtvaartverenging oprichtten en zich aansloten bij de Nederlandsche Vereeniging voor Luchtvaart. Zeijen werd het verzamelpunt van noordelijke luchtvaartpioniers, onder wie de Veendammer stucadoor Willem Reinders, die een (minder luchtwaardig) vliegtuig had gebouwd, de Veendam 1. Door de activiteiten van de vliegvereniging kregen enkele Groningers - vertegenwoordigers van de gegoede burgerij vooral - de smaak stevig te pakken. Het zou toch nog lang duren voordat ze in eigen regio de lucht in konden. Zakenman Haijo Hindriks, die om te vliegen regelmatig met zijn auto naar Schiphol reed, mag de grondlegger van 'Eelde' worden genoemd. Hij bereikte dat na een succesvolle lobby bij de plaatselijke VVV. Die zag wel wat in zo'n vliegveld als toeristisch trekpleister en haalde de gemeenteraad over. Het vermoeden werd meteen bij de opening op 23 mei 1931 bevestigd, want voor de tolhuizen richting Eelde ontstonden lange files... Hindriks was eigenaar van de Grijze Roodstaart, een vliegtuig van het merk Pander. Dat zou voorlasnog het enige toestel zijn dat op Eelde werd gestationeerd. De intiatiefnemer zou echter niet lang kunnen genieten van zijn vliegveld. Kort na het openingfeest (het begin van een lange reeks populaire Pinkster Vliegfeesten) verongelukte hij op 9 juni tijdens een demonstratie in een weiland vlakbij het vliegveld.

In de geest van Hindriks richtten 38 mensen een jaar later de nog steeds bestaande Noord Nederlandse Aero Club (NNAC ---> bestaat tegenwoordig nog steeds <---) op met Stadjer Gerard van Calcar als voorzitter. De vereniging haalde de Nationale Luchtvaart School over om vanaf 1934 vlieglessen te gaan geven. Eelde had met het vliegveld de gemeente Groningen op alle fronten afgetroefd. In de stad was in de jaren twintig al een vliegveldje geweest(in het Stadspark) en zowel het gemeentebe­stuur als de Kamer van Koophandel in Groningen voelde voor de aanleg van een eigen luchthaven en een luchtverbinding met het Westen. Het initiatief in Eelde was Groningen aanvankelijk dan ook helemaal niet naar de zin. Terwijl Eelder burgemeester J.L. Legro trotse woorden sprak, zette zijn Groninger collega H.P.J. Bloemers tijdens het openingsfeest zeer ongepast een domper op de feestvreugde. Er zou bij de stad nog wel een keer een echte noordlijke luchthaven komen, voorspelde hij, want Eelde was te ver weg en te klein. Pas in 1933 zette de stad definitief een streep door de plannen voor een eigen 'vlieghaven'. Beide gemeentebesturen en de provinciale besturen van Groningen en Drente staken 275.000 gulden in de uitbreiding van 'Eelde' en in een NV, die in de stad werd gevestigd. Zo kreeg Groningen toch een 'eigen' vliegveld. Dat had tijdens de aanleg al voor de nodige consternatie gezorgd. Het hakenkampsveld, waar het vliegveld werd aangelegd, bestond uit heide en moest ontgonnen worden. De gemeente zag er een werkgelegenheidsproject in met betaling volgens het wekverschaffingstarief. De arbeiders eisten normale salarissen. Toen de Algemene Nederlandsche Bouwarbeidersbond het op een staking liet aankomen, trok Eelde werkloze scheepsbouwers aan als stakingsbrekers. Volgens de overlevering kwam het tot onderlinge vechtpartijen waarbij messen werden getrokken en mensen in het water werden gegooid. Het conflict werd bijgelegd toen de stakers meer geld kregen.