EEN VERMOEDELIJK GEVAL VAN REiNCARNATIE

door Kirti S. Rawat

Is de dood werkelijk het einde van ons leven of toch niet? Is het mogelijk dat er re�ncarnatie bestaat? Ik ben zelf al dertig jaar betrokken bij onderzoek naar gevallen van kinderen die zich hun vorig leven herinneren, en ik heb getracht een wetenschappelijke verklaring voor dat fenomeen te vinden. Als een leven be�indigd wordt door de dood, is de band die we er mee hadden misschien niet helemaal verbroken en wellicht blijven er bepaalde herinneringen over, die ons met het verleden verbinden.

Ik heb nu al vijfhonderd gevallen verzamelid van Indiase kinderen die beweren dat ze zich hun vorig leven kunnen herinneren. En. een aantal daarvan werden persoonlijk door mij onderzocht. In het geval waar ik hier verslag van wil doen - dat van 'Fattoo' of Fateh Singh, afkomstig uit Ramgarh. Ik werd op dit geval gewezen door ene Satish Paliwal uit het dorp Sandra, in het district Pali in Rajasthan: door iemand die uit artikelen in verschillende Indiase kranten en tijdschriften had opgemaakt dat ik belangstelling had voor re�ncarnatiegevallen.
De moeder van Fateh Singh was op een goede dag bezig met omkleden toen haar zoon tegen haar zei: 'H�, wat krijgen we nu! Hoe durf je je uit te kleden waar ik bij ben!
Aarzelend hield ze ermee op terwijl ze reeds haar laatste kledingstukken wou uitrekken. Ze was verbijsterd en met stomheid geslagen. Een beetje ge�rriteerd en zelfs boos vroeg ze haar zoon hoe hij er in godsnaam bij kwam om zo tegen haar te praten. Hij antwoordde meteen op een ernstige toon: 'Ik ben je 'Dokra' (schoonvader).' 'Hai Ram (God zal me lief hebben)! Wat is er met jou aan de hand?' zei zijn moeder en ze nam haar twee en een half jarige zoon in haar armen. De jongen rukte zich echter los en waarschuwde haar: 'Doe niet zo raar tegen mij. Je weet best dat ik je dokra ben.' Zijn moeder wist niet wat te beginnen met dit vreemde gedrag van haar zoontje. Fattoo liep naar buiten en zijn moeder trok eindelijk al haar kleren uit die door en door nat waren van de zware regenbui die ze onderweg naar huis had moeten doorstaan.

De volgende morgen riep zijn moeder de jongen bij zich om hem in bad te doen en terwijl ze zijn onderbroek uitdeed, zei hij dat ze er mee op moest houden en hij voeg�de er aan toe: Trek mijn kleren niet uit. Ik ben je dokra.'
'Wat kraam je toch steeds voor een onzin uit sinds gisteren? Dokra! Dokra! Hoe kun jij nou mijn dokra zijn?' zei zijn moeder een beetje ge�rgerd. 'Wat? Herken je je eigen dokra dan niet?' zei de jongen met nadruk, 'Ik ben Devi Singh, je schoonvader. Begrijp je het nu dan eindelijk?'
Een kleine jongen, die van zichzelf beweert dat hij Devi Singh is, iemand die ongeveer acht maanden v��r zijn geboorte is overle�den, vormt zo'n groot raadsel dat zelfs de wetenschappers het niet hebben weten op te lossen. Natuurlijk ging het raadsel ver boven de pet van een volkomen ongelet�terde, eenvoudige plattelandsvrouw.

Bovenstaand gesprek vond plaats toen de jongen ongeveer twee en een halfjaar oud was. Ik hoorde van het geval in 1979 en toen was hij ongeveer tien. Samen met mijn onderzoeksteam ontmoette ik Puran Singh in Sandra, waar hij leraar is. Hij is een zoon van wijlen Devi Singh en de jongere broer van Karan Singh, de vader van de jongen. Puran Singh nam ons mee naar Ramgarh alwaar we Karan Singh en ook zijn zoon ontmoetten. We verzamelden zoveel mo�gelijk informatie over de uitspraken van de jongen door de broers en ook andere ge�tuigen te interviewen. Al het bewijsmate�riaal werd op de band opgenomen en ge�verifieerd. De meeste uitspraken kwamen inderdaad overeen met het leven van Devi Singh, in feite de eigen opa van Fateh Singh.
Devi Singh was op 16 november 1968 over�leden en Fateh Singh werd geboren op 2 juli 1969 volgens de gegevens van zijn school. Daarmee omvat de periode tussen de geboorte van Fateh en de dood van Devi Singh zeven maanden en achttien dagen, als deze geregistreerde gegevens inder�daad correct zijn. Ongetwijfeld kan er enige afwijking zijn opgetreden omdat de geboortedata zoals vastgelegd op Indiase scholen niet altijd overeenkomen met de echte geboortedata.

Na dit onderzoek kon ik enkele incidenten natrekken die de jongen als peuter had verteld.
Beawar is een stadje in de Indiase deelstaat Rajasthan en het ligt zo'n achttien kilome�ter van Ramgarh, waar Fateh Singh woont. Hij herinnerde zich tot in de details hoe hij als Devi Singh Beawar had bezocht en ver�telde ons waar hij vlees had gegeten. Hij herinnerde zich de namen van de familie�leden van Devi Singh die in Beawar leven en van de schoonfamilies van zijn dochters. Hij spreekt de zoons van Devi Singh, die in zijn huidige leven zijn ooms zijn en twintig tot dertig jaar ouder zijn dan hij, aan bij hun voornamen alsof ze zijn kinderen zijn, en niet als 'Chacha' wat gebruikelijk zou zijn in India en respect voor ouderen uitdrukt. De jongen herinnerde zich ook correct dat Devi Singh twee keer getrouwd was ge�weest. Hij vermeldde dat hij alcohol dronk en waar hij dat gewoonlijk deed. Hij wist ook nog dat hij in zijn vorige leven militair was geweest. Na de dood van Devi Singh konden bepaalde dokumenten die betrek�king hadden op zijn pensioen nergens meer gevonden worden. De jongen beweerde dat die dokumenten in een bepaalde doos had�den gezeten en dat die was zoekgeraakt in zijn vorige leven.

Een andere herinnering die hij aan dat leven had, had betrekking op zijn drie hui�zen, twee 'Pukka' (d.w.z. van bakstenen) en een 'Kachcha' (d.w.z. van stenen ge�droogd in de zon). Hij woonde volgens hemzelf in het Kachcha-huis, wat inder�daad waar was. Op een gegeven moment vermeldde hij dat hij (als Devi Singh) uit een boom was gevallen terwijl hij daar in probeerde te klimmen. Als kind kon men opmerken dat hij vaak verzonken raakte in de herinneringen aan zijn vorige leven.
Op zijn tiende bleek Fateh reeds een be�hoorlijk rijpe persoonlijkheid te vertonen. Kwajongensstreken ontbraken bijna ge�heel in zijn leven. Parapsychologisch be�schouwd is dit geval van Fateh misschien niet zo sterk, omdat beide persoonlijkhe�den, de huidige en de vorige, tot dezelfde familie behoren. We konden echter niets ontdekken dat er op zou wijzen dat het in dit geval om bedrog zou gaan. Integendeel, verschillende getuigen wezen er op dat de familie van de jongen op allerlei manieren had geprobeerd om hem alles te laten ver�geten. Hij werd berispt, geslagen en kreeg zelfs hele afranselingen, maar desondanks bleef hij er af en toe over praten.

We hebben veel andere gevallen in onze bestanden waarin de beide persoonlijkhe�den tot dezelfde familie behoren. Het ge�geven dat de herinneringen in dit geval overeenkwamen met namen en plaatsen uit het vorige leven waarbij ook sprake was van adequate emotionele reacties, maakt het tot een vermoedelijk geval van re�ncarnatie.

Vertaling van drs.Titus Rivas, Stichting Athanasia

Dit artikel verscheen in Prana 106, april/mei 1998, 43-44.

Contacteer de auteur in het Engels: ksrawat@hotmail.com




1