<
CONCEPT Recyclage materialen worden sculptuur. Spanning en evenwicht geven letterlijk en figuurlijk gestalte aan het nieuwe. My art is situated around an approach to tension and balance. Founded materials are the centres of my concerns. Mon travail se situe autour d'une approche de tension et de l'équilibre. Des objets trouvés sont au centres de mes préoccupations. ALGEMEEN Altijd was ik reeds begaan met het lot van “de verliezer”; aan winnaars immers wordt meer dan voldoende aandacht besteed. Onlosmakend daaraan verbonden, ben ik ook sterk onder de indruk van “de schoonheid van het vergankelijke”. Artistiek onvolwaardige materialen, zoals afval en naar de schroothoop verbannen onbenulligheden, vormen daarom ook de ziel van mijn assemblagekunst. Ik probeer deze voorwerpen totaal los te maken van hun vroegere bestaansreden door ze harmonisch te verbinden met soortgenoten in unieke sculpturale composities. INHOUD NAAR ONTSTAAN 1 Basis werken Spanning en evenwicht zijn dragers van deze composities. Het tot stand komen van een nieuw werk is afhankelijk van een reeks toevalligheden en omstandigheden. Een groot aantal objecten komt als voorselectie in het atelier terecht, alhoewel ik aanvoel dat ze wel eens in een afgewerkt sculptuur terecht zullen komen. Het voorselecteren gebeurt vaak op de schroothoop van de oudijzerhandelaar; containerpark en rommelmarkt zijn andere bronnen van materiaalkeuze. In principe is elk soort materiaal interessant, mede door zijn specifieke eigenschappen. De materialen zelf dienen sporen van verwering te vertonen, ze moeten zichtbaar enkele levens achter de rug hebben. Mijn voorkeur gaat uit uit naar ijzer, koper, lood, brons e.a. vooral omdat de buitenlaag door de tijd heen een interessant patina heeft verkregen. Gips, hout, cement, glas e.a. zijn als materie in vormcontrast uitermate geschikt. Geometrische vormen beantwoorden ook vaak aan mijn selectiecriterium. Indien technisch mogelijk geschiedt het verbinden van deze materialen op de meest aangewezen ambachtelijke wijze.a door de elektrische las. Soms worden voorwerpen met elkaar verankerd door gebruik te maken van mechanische spanningen. Ook komt voor dat een gewone stapeling de beste oplossing biedt. In enkele gevallen heeft één gevonden voorwerp op zich reeds de uitzonderlijke klasse om zich de naam “res inventae” toe te eigenen. ( Latijnse benaming betekent letterlijk: toevallig gevonden voorwerp: is mijn productnaam voor ready made, objet trouvé). Als er dan toch de uitzonderlijke mogelijkheid bestaat om een assemblage te vervaardigen bestaande uit slechts twee componenten, waarom is het dan eigenlijk nodig om er meerdere gebruiken? Deze werken, minimaal van concept, puur, intrigerend, zijn voor mij de meest waardevolle uitingen van mijn abstracte Assemblagekunst. Alhoewel, soms is het echt wel noodzakelijk om meerdere voorwerpen tot compositie te laten versmelten. Elk werk bezit zijn individuele drager. Kenmerk van deze constructie is, naast functionaliteit, totale integratie in het geheel van de sculptuur. Om deze reden is het ook goed mogelijk dat dat een werk gewoon op de vloer neergelegd wordt. 2 Werken ontstaan naar locatie Architectuur, landschap, ter plaatse beschikbaar object wordt als onderdeel van een assemblage beschouwd. Eén of meerdere elementen toegevoegd aan dit bestaande kan tot boeiend werk leiden. Vervreemding is hier wel het sleutelwoord voor deze kunst. Deels ook door zijn omvang wordt de naam Installatie aan deze werken toegekend. 3 Werken ontstaan naar tentoonstellingsthema (en locatie) Bijna wetenschappelijk onderzoek, historische achtergrond, uitpluizen van situaties, gebeurtenissen en ook …toevalligheden vormen de aanloop en de kern tot het ontstaan van het nieuwe werk. Alle invalshoeken worden grondig geëvalueerd tot er tenslotte een concept overeind blijft die dan gerealiseerd wordt. Elementen zoals in (1) en (2) besproken, komen nog steeds aan bod, maar het geheel beoogt Conceptuele kunst. Gilbert Degryse Juli 2002 Bijvoegsel over: "Titels" Vele "kunstwerken" zijn voor de toeschouwer ietwat ontoegankelijk. De maker van het werk geeft bewust weinig of geen informatie; meer nog: zelf het werk krijgt geen titel. Hij laat de volledige vrijheid van de verbeelding over aan de toeschouwer. Hoe kunnen we deze werken dan eigenlijk begrijpen en aanvoelen wat de kunstenaar begeesterde? De eerste lessen kunstgeschiedenis gaan over het begrip "iconografie" . Wat wil het beeldhouwwerk, het schilderij mij zeggen? Om dit te weten te komen moeten we ALLEEN MAAR GOED KIJKEN en tussen bepaalde elementen; aanwezig in het kunstwerk; een verbinding zien te leggen. Helaas echter is " het alleen maar goed kijken ", " het alleen maar goed luisteren" bijna niet meer van deze wereld. Alles moet kant en klaar voorgekauwd en opgediend zijn in deze huidige maatschappij. ( En liefst ook nog wel van een titel voorzien ). Natuurlijk vergt het van de toeschouwer ook enige ervaring in het "kunst kijken en het kunst beleven". In dezelfde mate van het "leren lezen en schrijven ". Aan een werk een naam of titel geven kan die drempel wat verlagen: daar ga ik principieel mee akkoord; als deze titel tenminste iets aan het werk toevoegt dan !! De betere kunstwerken vertonen "een zekere gelaagdheid" en om deze gelaagdheid te omschrijven volstaat een titel niet. Ieder uniek persoon die een kunstwerk aanschouwt ervaart zeker niet hetzelfde beeld, hetzelfde gevoel. Daarom wil ik hen dan ook geen titels opdringen. Misschien ervaar je zelf nog wel een aantal dubbele lagen in een of ander tentoongesteld werk en zet het je aan om in het tijdperk van beeldcultuur je ogen extra wijd open te doen. Gilbert Degryse Oktober 2002