This page created with Cool Page.  Click to get your own FREE copy of Cool Page!
De Griekse Mythen

2.1 De mythen in het Algemeen

Hier komen de Griekse mythen aan bod. Maar welke functie hebben de mythen nu voor de Grieken? (Een bijvraag) En is er een andere interpretatie van de mythen dan de manier waarop Kelten hun mythen zien? Zijn ze ouder dan die van de Kelten (bijvraag, antwoord zie "geschiedenis") Allereerst is ook voor de Grieken een mythe niet zomaar een verhaal, er zit iets godsdienstig aan. Het is niet hetzelfde als de godsdienst, maar de mythen vertonen wel een aantal overeenkomsten met de godsdienst. Ze gaan namelijk ook over het ontstaan van de aarde en de machten die er heersen. En, net als bij de Kelten, zijn de mythen langzaam maar zeker een andere kant op gedreven dan de godsdienst zelf.
Mythen, zeker de Griekse, hebben nu veelal een literaire en poëtische betekenis. Dit (een andere betekenis geven) is met name gebeurd in het begin van de 20e eeuw. In de tijd van de rede en de verlichting werd alles wetenschappelijk bekeken en dat heeft er toe bijgedragen dat deze speciale verhalen iets van hun geloofwaardigheid hebben verloren. Hier zit hem het verschil met de godsdienst, deze heeft nog steeds een grote geloofwaardigheid en invloed en de mythe heeft dat ontegenzeggelijk in mindere mate.
Daarmee is niet alles gezegd, de mythe heeft namelijk in vergelijking met de godsdienst een grotere naam gekregen in de overleveringen. De Griekse mythen zijn wereldberoemd en worden vaker behandeld, bijvoorbeeld op school, dan de Griekse godsdienst. Dit is ook weer niet helemaal de waarheid, want in vroeger tijden werden de mythen en de godsdienst nog wel eens als synoniem gezien zodat de met de mythologie automatisch ook de godsdienst werd behandeld.
Ook hebben de mythen voor de Grieken, in vergelijking met de Kelten, veel overeenkomende waarden. Het gaat vaak ook om de belangrijke dingen in het leven, zoals liefde, oorlog en dood. Verder krijgt ook de wereldschepping aandacht (dit is wel een groot verschil met de Kelten, maar daar meer over in de behandeling van de hoofdvraag van het PWS.) En zowel voor de Kelten als voor de Grieken heeft de mythe de functie van het "zin geven" aan het leven. Het legt uit waar, wat en vooral waarom. Het brengt de mens en het bovennatuurlijke dichter bij elkaar. 


2.2 Grieken en Griekse Mythen

Om de Griekse mythen wat beter te begrijpen zal ik, net als ik bij de Kelten heb gedaan, ook het een en ander uitleggen over de maatschappij, de geschiedenis en de normen + waarden. Het is namelijk logisch dat de verhalen zo zijn verstrengeld zijn met de mensen en de maatschappij waarin ze werden verteld, dat het goed is om hier wat van te weten. Deze verhalen hadden, zoals in het vorige hoofdstuk al verteld, veel te maken met de mensen zelf. De opzet van de beschrijving van de Grieken zal wat anders zijn dan ik bij de Kelten heb gedaan. Dit heeft als reden dat "Kelten" een breder begrip was en omdat er van de Griekse Staat meer bekend is. Immers, de Kelten hadden geen echte staat en bestonden in meerdere landen. Ze schreven ook niet zoveel op. Er is dus ook minder gevonden wat de geschiedenis, van dit meer verspreide volk, duidelijk beschrijft.

Geschiedenis
In de prehistorie waren er al verschillende volkeren in Griekenland. Hier verspreidden Indo-europees sprekende stammen zich. Door het samengaan met een andere cultuur, de Minoische cultuur, en de cultuur van de eerstgenoemde stammen ontstaat er een soort cultuur die al heel kenmerkende aspecten voor de Griekse cultuur, zoals wij hem nu kennen, heeft. Deze aspecten zijn bijvoorbeeld het vereren van Zeus en het ordelijke en systematische wat we ook terugvinden bij de Romeinen. Met de verering van Zeus in deze periode waren er dus al mythen. We spreken nu over het tijdvlak rond 1900 voor Christus. Het hoogtepunt van deze nieuwe cultuur vindt plaats onder het tijdvlak van de Myceense cultuur.
Een tijd daarna, na het hoogtepunt van de Myceense cultuur, vind er een Dorische volksverhuizing plaats. De ijzertijd begint en het oude Griekenland is klaar. Er is dan sprake van een cultuurterugval. Dit komt door de volksverhuizingen en invallen van andere volken. In die tijd ontstaat de polis. Dit is een soort stad-streek cultuur waarin de stad de baas is, maar er heerst een grote mate van autarkie en vrijheid. De aristocratie komt tot wasdom en zorgt voor bevordering van de handel.
Na deze periode komt er weer een grote verandering, de koningschappen verdwijnen (met uitzondering van Sparta) en de handel neemt nog verder toe. Ook ontstaat er een nieuwe klasse; de middenstand. Dit zijn de wat rijkere boeren. Verder is er weer sprake van een soort volksverhuizing, want door overbevolking en te weinig eten trekken veel Grieken weg naar andere gebieden rond de Middellandse Zee. Dit zorgde voor een verspreiding van de cultuur. De grote machten in Perzië en de gebieden Arthago en Etruzië stoppen deze volksverhuizing. 
Er ontstaan weer nieuwe denkbeelden die hun invloed vinden bij een aantal belangrijke staatsburgers. Zo ontstaat er onder andere timocratie, dit is een denkbeeld waarin de status van een mens word afgeleid van zijn politieke status en zijn rechten. Sparta zwakt in macht af en word een kazernemaatschappij en Athene gaat een belangrijke rol spelen. (Het Griekenland van nu is dus niet altijd zo geweest, in deze tijd zijn er nog allemaal aparte machten en gebieden) De economische voorspoed nam toe en dit sterkte ook het gevoel van saamhorigheid.
In de 5e eeuw voor Christus is er door de streken Sparta en Athene een opstand en zelfs een oorlog tegen Perzië. Dit land organiseert een strafexpeditie, maar dit wordt door samenwerking van de beiden streken afgestraft. Er volgt vrede met dit gebeid en ook is er rust tussen Sparta en Athene zelf. Ze waren vaak concurrenten en zelfs af en toe vijanden.

Er volgt een periode waarin veel intelligente mensen naar Athene gaan en zo ontstaat hier een bloeiende cultuur. Later ontstaat er een negatieve ontwikkeling die vrij veel invloed heeft gehad in heel het Griekenland; er ontstaat een strijd tussen Athene en Sparta en dit heeft veel oorlogen tot gevolg. Maar ook werd Griekenland in tweeën gedeeld, want zowel Sparta als Athene heeft bondgenoten en dit zorgt voor een scheuring in heel Griekenland. De oorlog werd gewonnen door Sparta, maar dit kwam mede door de steun van Perzië. De oorlog zorgde voor een ernstige, maar niet fatale, terugslag van de cultuur.  Later krijgt Sparta ruzie met zijn bondgenoot en er ontstaat oorlog tussen deze twee. Ook is sprake van een welvaartstoename en een verruwing van de zeden. De polis veranderde van karakter en dit had gevolgen voor de veldslagen. Oorlog was makkelijker te voeren en Alexander de Grote slaagt erin Perzië te veroveren. De cultuur blijft bestaan en Griekenland verovert zelfs geestelijk de wereld. De machten Sparta en Athene raken in verval en Macedonië komt aan de macht. Deze krijgt op zijn beurt ruzie met Rome en uiteindelijk verovert Rome heel het gebeid, maar behandelt het als een vrije provincie en word door de Griekse cultuur ook erg door beïnvloed. Het bijzondere aan de Griekse cultuur, dit is dat het altijd blijft bestaan, blijkt ook nu onaantastbaar. Zelfs onder de Romeinen, toch de grote veroveraars, blijft het onaangetast.

De Staat
De staat was er voor de Grieken niet echt duidelijk aanwezig. Zo zorgde de staat niet bepaald voor veel zaken, wel was er een soort politie en zorgde de staat dus wel voor een soort van gerechtigheid. Buiten dat had het niet veel taken. Organisatie was er niet veel en de duurste taak was eigenlijk de militaire macht te onderhouden. Ook zorgde de staat voor tempels en feesten. Belastingen werden geïnd in de vorm van tolgelden en haventoeslagen.

Het Sociale Leven.
Het sociale leven van de Grieken speelde zich vooral buiten af. De welvaart kwam maar langzaam op gang, dit kan als reden hebben dat de Grieken niet echt systematisch aan handel drijven deden. Soms werd de economie gestimuleerd als er een bodemschat werd gevonden of als er echt een markt werd gevonden, maar men ging eigenlijk voor het broodnodige.
Vrouwen hadden (net als bij de Kelten), in vergelijking tot veel ander volken, wel veel macht en zeggenschap. Ze waren, in de meeste staten, geëerd en belangrijk. Ondanks dat er in sommige streken sprake was van een soort staatsopvoeding, had de vrouw toch een belangrijke positie. De staatsopvoeding hield in dat jongens veel moesten sporten en dat je daardoor ook je sociale status kreeg aangemeten. Sport had waarschijnlijk ten doel sterk te worden en dit had betrekking tot militaire doeleinden. Ook vrouwen moesten sporten en dit was voor hen belangrijk omdat ze dan sterke kinderen kregen.
Nogmaals, in sommige staten waren vrouwen invloedrijk en geëerd, er waren ook streken waar een vrouw binnen moest blijven en geen rol had in het maatschappelijk leven, ze waren bestemd om te trouwen en kinderen te krijgen. Er waren ook vrouwen die voor het plezier van mannen zorgden, zowel in intellectuele (in de salons werd ook gediscussieerd) als in erotische zin.
Verder waren theater en dans belangrijk in het sociale leven. Dit is al een klein beetje beschreven bij de staat, deze had namelijk ook als een van zijn taken de feesten op zich te nemen. Voor theater waren er zelfs publieke prijzen te winnen en dit gebruik kwam voort uit de godsdienst; de eer voor Dionysus. En verder was het goed voor de volksopvoeding.

Recht en rechtspraak
In vroeger tijden werd er door de koning en later door de adellijke families rechtgesproken. Vaak was het een kwestie van wraak. Later werd er door de staat recht gesproken, deze deed alleen wat als iemand een ander aan wilde klagen. Bekend is ook wel de Atheense manier van rechtspraak. Deze had als kenmerk dat een aangeklaagd iemand een logograaf in dienst kon nemen. Dit is iemand die verdedigingsreden schrijft. Zo kon iemand heel makkelijk via zijn logograaf de rechtbank beïnvloeden (de logograaf was er natuurlijk bekend mee) en op deze manier kon iemand makkelijk iets met, een naar verhouding te lichte straf, afkopen. Zo kwam er niet altijd wat van gerechtigheid.

Wat we vandaag de dag nog tegen komen van deze cultuur? (bijvraag), buiten het bestaan van de huidige cultuur zijn onder andere beelden, vazen en andere kunstvoorwerpen. Ook zien we vandaag de dag nog dingen terug bij ons thuis. De tv-serie Hercules en de gelijknamige film van Disney. We hebben veel dingen van de Grieken geërfd; onder andere de Griekse rede, de denkbeelden van grote filosofen als Socrates, Archimedes, Plato en vele anderen. Ook belangrijke rekenkundige uitleg en mathematische berekeningen zijn van Griekse afkomst. Daarnaast staan ook een aantal belangrijke uitvindingen op Griekse naam. (Met name in de medische wetenschap.) In de astrologie hebben de Grieken ook veel gepresteerd, hoewel ook veel kennis weer uit andere culturen kwam. 
Verder hebben we dingen als democratie te danken aan de Grieken. Ook belangrijk te vermelden is dat de Grieken de Romeinen erg beïnvloed hebben, het waren hun leermeesters. Dit is belangrijk omdat de Romeinen Europa lange tijd hebben beheerst en beïnvloed, zo is hier dus ook weer de Griekse invloed in het verhaal. Al met al hebben de Grieken veel betekend voor de Europese samenleving.



2.3  Een Aantal Belangrijke Mythen

Ik wil ook hier een aantal, voor de Grieken, belangrijke mythen vertellen en behandelen. Bij de Grieken is het mythische scheppingsverhaal vrij belangrijk. Een andere rede om dit verhaal te kiezen, naast de importantie, is de hoofdvraag van mijn PWS. Dit komt bij de behandeling van deze vraag uitgebreid naar voren, maar de Grieken hadden wel een scheppingsverhaal en de Kelten niet (althans, het is ons niet bekend). De Kelten hadden hier, in Christelijke tijden, het Bijbel verhaal voor.

Het Scheppingsverhaal
Het allereerste mythologische verhaal van de Grieken begint met de daadwerkelijke schepping van de aarde uit de "Chaos", "de Baaierd". Deze Chaos is een gruwelijk grote leegte en hieruit word de Aarde geboren. Moeder Aarde, Gaea, is de tastbare tegenhanger van de ontastbare Chaos maar in haar kern heeft ze nog iets van de oerchaos in zich.
Daarna verschijnt Eros, de oerliefde, en deze heeft geen geslacht. Moeder Aarde is (natuurlijk) vrouwelijk, de Chaos is haar tegenhanger, dus mannelijk. Doordat Aarde een vrouw is kan zij baren en dat doet ze; als eerst een belangrijk persoon, namelijk Uranus de sterrenhemel. Uranus is een mannelijk persoon, Gaea's eerste zoon en eerstgeborene. Later brengt Aarde ook Pontus ter wereld. Pontus, ook een mannelijk figuur, is de zee en de wateren op de Aarde.
Uranus, de sterrenhemel, ligt om Aarde heen, of er eigenlijk precies op. Hij ligt op haar en paart met haar (incest). De Uranus heeft eigenlijk alleen deze taak; zoveel mogelijk seks. De Aarde word eigenlijk ongewenst zwanger van een heel stel kinderen. Onder andere van 12 Titanen, een drietal Cyclopen en een paar Hecatonchiren. Maar Uranus ligt op haar en gaat er niet af, waardoor de kinderen er niet uitkunnen. Gaea wordt boos en aangezien ze niet sterk genoeg is om Uranus van haar af te krijgen smeed ze een plan. Zowel letterlijk als figuurlijk, want in haar binnenste maakt Gaea een snoeimes van ijzer en geeft dit aan haar jongste zoon, die als eerste er uit moet omdat hij de jongste is. De zoon die dit moet doen heet Cronus, een Titan. Ze geeft hem de opdracht om, zodra zijn vader (Uranus) zich weer uitstoot in haar, om met het mes zijn geslacht eraf te snijden. Cronus doet dit en de list slaagt, Uranus word gecastreerd en heeft zo'n pijn dat hij zich terugtrekt, op veilige afstand boven de Aarde. Maar Uranus vervloekt zijn kinderen en uit zijn bloed worden de Erinyen geboren, zij zijn de belichaming van de haat en de wraak. Ook worden uit dit bloed Giganten en Meliaden geboren. Giganten zijn krijgers met aanhoudende energie ten goede van het (oorlogs)geweld. Meliaden zijn een soort nimfen die materiaal voor het oorlogstuig verzorgen. Samen vallen deze 3, op twist georiënteerde wezens, onder de noemer Eris. Deze is de tegenhanger van de Eros; dit is de liefde en de harmonie. Uit het geslachtsdeel zelf ontstaat een mooi wezen; Aphrodite, godin van de Liefde. Na de castratie van Uranus kunnen de kinderen, die Gaea al in zich had, uit haar geboren worden en de wereld betreden. Hier beginnen de reeksen van generaties. Deze generaties worden uiteindelijk in tweeën gedeeld, want er ligt een godenstrijd te wachten. De strijd om de wereldheerschappij, de strijd tussen Eris en Eros, tussen Twist (of Haat) en Harmonie (of Liefde.)
Ook de Baaierd, de Chaos, krijgt kinderen. Erebus, ofwel de Duisternis en de Nyx, de Nacht. Erebus krijgt geen kinderen, maar Nyx wel. Dit zijn Aether, een ijl of etherisch licht en Hemera, de Dag. Nyx en Hemera, Nacht en Dag volgen elkaar op en zorgen voor afwisseling van licht en donker.
De Godenstrijd, waarmee een andere fase van de mythologie ingaat, staat op het punt te beginnen. Deze strijd gaat tussen Twist en Harmonie beiden met hun aanhangers, de prijs is de wereldheerschappij.
De Titanen (of ook wel Uraniden; kinderen van Uranus) zijn nu de baas van de Aarde. De leider ervan is Cronus; een wrede god die bang is dat zijn macht ten val komt. Hij heeft zijn Titanenbroers en zusters als handlangers, maar met hen waren er nog andere wezens uit Gaea geboren. Zijn andere broers en zussen; de Cyclopen en Hecatonchiren. Maar Cronus is bang dat er tegen hem een plan wordt verzonnen om hem ten val te brengen en hij knevelt hen. Verder gaat Cronus vaak met Rhea, zijn zus, om. Zij lijkt op Gaea, haar moeder. Ook paart Cronus met zijn zus en er worden kinderen geboren, maar Cronus vertrouwd zijn eigen kinderen niet en eet hen op. Rhea is daar boos over en zij verzint een list tegen hem om de kinderen toch ter wereld te laten komen. Als zij opnieuw zwanger is gaat ze naar Kreta en bevalt daar stiekem; deze baby is Zeus. Hier komt een zeer belangrijk persoon in beeld, namelijk de oppergod van de Grieken. Zeus wordt natuurlijk niet door zijn moeder opgevoed, want als ze hem mee zou nemen, zou Cronus hem wat aandoen. Maar Cronus weet wel dat zijn zus zwanger was en hij vraagt waar het kind is, Rhea laat hem een steen zien in luiers gewikkeld en Cronus slokt het op, in de gedachte dat het een levend wezen is. Nu kan Zeus opgroeien zonder zijn moordlustige vader achter zich aan te hebben.
Zeus groeit op tot een stevige jonge man en wil zijn vader laten boeten, hij wil dit doen in de vorm van een list. Hij wil zijn vader een braakmiddel in laten nemen zodat al zijn kinderen uit hem komen. Het braakmiddel wordt als zijnde een tovermiddel gepresenteerd en de list lukt; Cronus braakt de broers en zusters van Zeus uit. De broers en zussen van Zeus willen hun vader ook straffen en er ontstaat een strijd om de wereldheerschappij; de Godenstrijd gaat nu beginnen; aan de ene kant staat Zeus met al zijn broers en zussen en aan de andere kant staan de Titanen. In deze strijd, die heel lang duurt, heeft Zeus een probleem; hij mist brute kracht. Daarom bevrijdt hij de generatiegenoten van Cronus, deze had namelijk zijn broers en zussen, de Cyclopen en de Hecatonchiren, gekneveld. Als Zeus ze bevrijdt en hun ambrozijn en nectar (de godenspijzen die onsterfelijkheid geven) geeft staan ze aan zijn kant. Zo heeft Zeus een belangrijke troef in handen om de oorlog tegen zijn vader te winnen. Verder heeft hij, om zeker te zijn van de overwinning, een andere troef nodig; de list. Brute kracht kan bestreden worden met een list. Deze krijgt hij van een overloper uit het kamp van de Titanen en na vele jaren oorlog winnen Zeus en zijn Olympiërs.
Nu de Olympiërs de wereldheerschappij hebben veroverd kiezen ze Zeus als leider en hij, als tegenhanger van Cronus (sluwe god die alleenmacht als hoogste goed zag), verdeelt zijn macht onder de goden. Zo verzekert hij zich van tevreden medestanders en kan hij zijn macht houden. Nu lijkt het alsof Zeus dus permanent leider van de goden en daarmee de aarde is geworden, maar ook Zeus krijgt kinderen en net als bij zijn voorgangers is hij toch wel een beetje bang voor een troonswisseling. Zeus ziet in dat hij een middel nodig heeft waarmee hij dingen kan voorzien en hij heeft een list nodig. Zijn eerste vrouw is de list, metis, en hij zorgt ervoor dat ze zwanger wordt van Athene. Zeus is nog altijd bang en daar zelf een list toe te passen weet hij erin te slagen zijn vrouw, de listigheid zelve, in te slikken en zo over haar gaven te bezitten. Zeus ziet nu alles van tevoren aan komen en kan niet onaangenaam meer worden verrast. Hij is nu echt een permanent leider. Wel is zijn vrouw in hem nog zwanger en wordt Athene geboren door Zeus zijn hoofd te splijten en haar er zo uit te laten, ze word geboren met wapenuitrusting en al.
Als Zeus dan leider is moet hij het nog wel opnemen tegen een verschrikkelijk sterk en machtig monster; Typhon (of de Chtoon). Dit gedrocht is geboren uit Tartarus en Aarde. Het is erg groot en er zijn verschillende verhalen over hem met allen een verschillend uiterlijk. Volgens het ene verhaal is het een grote walvis en een ander verhaal zegt dat het honderd slangenkoppen bezit. Het monster is in ieder geval erop uit om Zeus te onderwerpen en de aarde weer tot Chaos te maken. Er volgt een strijd waarin Zeus het monster uiteindelijk verslaat dank zij zijn bliksems, het wordt uitgeschakeld.
Ook moet Zeus het tijdens zijn langdurige heerschappij het ook nog opnemen tegen de Giganten, deze wezens zijn ontstaan uit het bloed van Uranus en zijn geboren uit Gaea. Ze komen voor wraak en om de heerschappij over te nemen. Het zijn wezens die zijn geboren met de kracht van hun leven, hun energie neem bijna nooit af en ze zijn de belichaming van het oorlogsgeweld. Als de Giganten uiteindelijk oprukken heeft Zeus echt alle hulp nodig om ze onder controle te kunnen krijgen en in het begin lukt dit ook eigenlijk niet. Zeus heeft de hulp van een sterfelijk iemand nodig, omdat de Giganten zelf geen goden zijn en dus sterfelijk, heeft Zeus iemand nodig die hun zwakke plekken kent. Zijn keuze valt op zijn zoon, de halfgod (en dus sterfelijk) Heracles. Deze halfgod, met als aardse moeder Alcmene, helpt zijn vader en met hulp van zijn grote kracht richt hij een ravage aan onder het Gigantengeslacht en zo helpt hij zijn vader aan de overwinning. Als Zeus eenmaal de Giganten heeft verslagen is zijn heerschappij werkelijk veilig.

Het belangrijke aan de Giganten is dat bij dit verhaal een ander zeer belangrijk en bekend figuur in de Griekse mythologie zijn intrede doet; Heracles (of Hercules)

Heracles
Deze held is waarschijnlijk, samen met zijn vader Zeus, de allerbekendste figuur uit de hele Griekse mythologie en daarom komen ook hier een aantal verhalen van aan bod. Heel beroemd zijn Heracles en de 12 werken en deze wil ik ook behandelen.
In de dagen dat Heracles nog niet geboren was had Zeus meerdere vrouwen waar hij het bed mee deelde en 1 van hen was Alcmene, een bijzonder schone dame uit de buurt van Thebe. Zeus ging met haar naar bed en zij kreeg Heracles. Nu had Zeus ook ooit eens beloofd dat de eerstgeboren kleinzoon van Perseus koning zou worden en Zeus had gedacht dat dit Heracles zou worden. Maar Hera, de jaloerse vrouw van Zeus, zorgde ervoor dat Eurystheus eerst werd geboren. Ook probeerde zij door middel van een paar slangen de jonge Heracles te doodden, dit lukte niet want het jongetje wurgde met eigen kracht de slangen. Toch kon hij niet voorkomen dat Eurystheus koning werd en deze liet zijn macht nogal gelden en droeg Heracles de meest onmogelijke taken op; deze taken waren de 12 beroemde werken. Hij kreeg de raad van het orakel van Delphi deze opdrachten uit te voeren opdat hij toegang zou krijgen tot de Olympus.
Deze werken hielden in;
Als eerst was er een gevaarlijke leeuw die verslagen moest worden. Deze zogenaamde Nemeische leeuw maakte de buurt onveilig, maar het ondier had de naam tegen wapens bestand te zijn. Heracles velde hem uiteindelijk toch door zijn mantel om het dier heen te gooien en het te wurgen. Door de klauwen van de leeuw te gebruiken snijdt Heracles de pels af en gebruikt het als mantel.
Ten tweede moest Heracles een zeer gevaarlijk, negenkoppig monster doodden; de Hydra. Dit dier had 8 sterfelijke en 1 onsterfelijke kop. Bovendien kwamen er, elke keer dat men er een kop vanaf sloeg, 2 koppen voor in de plaats. Heracles gaat met brandende pijlen op het dier af en komt ermee in gevecht. Elke keer slaat hij er een kop af en komen er dus 2 terug. Op een gegeven moment krijgt Heracles een toorts en steekt bomen in de brand, waarmee hij elke keer als hij een kop afslaat de andere opkomende koppen wegbrandt. Zo verslaat hij dit monster.
Als Heracles dan weer bij de koning komt staat hem alweer een nieuwe en onmogelijke taak te wachten; hij moet een hinde gaan vangen die tot het heiligdom van Artemis (godin van het edele jachtbedrijf) behoorde. Dit dier is echter zeer snel en sluw en is Heracles dan ook vaak te vlug af. Toch geeft Heracles de moed niet op en uiteindelijk krijgt hij de kans het dier te verwonden zodat het niet kan vluchten. Heracles kan het dier nu levend bij de koning brengen. Artemis wilde het dier nog terug, maar Heracles weet haar te stillen.
Eenmaal terug is het aantal taken die liggen te wachten nog groot en nu krijgt Heracles de opdracht een groot everzwijn, welke de buurt van de berg Erymanthos onveilig maakt, te vangen. Hij ging het dier achterna, maar het verschool zich. Toen Heracles het probeerde te vangen vluchtte het en hij moest een lange achtervolging inzetten om het dier uiteindelijk toch te pakken te krijgen. Van uitputting was het dier door de knieën gegaan en zo kon Heracles het dier vast binden en zo bij de koning brengen.
De volgende opdracht bestond eruit dat Heracles een stal moest schoon maken die onmetelijk groot was. Was het bij de andere opdrachten de bedoeling dat Heracles het er niet levend af zou brengen, deze opdracht was eigenlijk alleen bedoeld hem te vernederen tot het doen van slavenwerk. Heracles moest de stal binnen 1 dag hebben gedaan en groef daarom een apart kanaal uit een rivier en liet dit door de stal lopen en zo voldeed hij aan zijn opdracht.
De zesde opdracht was het verjagen van de roofvogels uit het Stymphalos-moeras. Deze vogels waren met hun scherpe snavels en klauwen een echte plaag. Het waren de ijzeren kleppen van de god Hephaestus die zo'n lawaai maakten zodat de vogels opschrokken anders was het Heracles niet gelukt. Toen de vogels eenmaal opvlogen schoor hij er een paar dood en de rest was zo geschrokken dat ze nooit meer terugkwamen.
Ook na deze opdracht was het werk nog niet klaar, Heracles moest nu een zeer woeste stier temmen. Deze huisde op het eiland Kreta. Heracles temde de stier met behulp van zijn goddelijke kracht en reed ermee terug naar de koning.
Inmiddels kreeg Hercules zijn achtste opdracht en nu moest hij een stel paarden van koning Diomedes meenemen naar de koning. De paarden waren echter geen gewone, ze waren buitengewoon woest en aten mensen. De koning wilde echter niet mee werken en Heracles werd boos en gooide hem als eten voor de paarden. Na hun baas te hebben opgegeten werden ze rustig en kon Heracles ze zonder problemen overdragen aan de koning.
Nog steeds had de koning opdrachten voor Heracles, nu moest hij als negende opdracht een gouden gordel stelen. Deze gordel was van de koningin der Amazonen, een vrouwelijk ruitervolk dat zich bezighield met mannelijke activiteiten zoals oorlog voeren en jagen. Heracles verzamelde een aantal dappere mannen en ging naar dit volk. De koningin ontving hem met respect, maar Hera had zich in gedaante van een Amazone verwisseld en was het volk gaan opstoken. Zo kregen Heracles en zijn mannen toch ruzie met de Amazonen, dank zij zijn goddelijke krachten wist Heracles och aan de gordel te komen en was ook deze opdracht succesvol afgelopen, de koning was er echter niet blij mee.
De koning, voor wie de opdrachten als doel hadden Heracles uit de weg te krijgen, had nu bedacht dat Heracles de runderen van de reus Geryones moest gaan stelen. Deze reus had een kudde mooie runderen en die liet hij bewaken door een andere reus en een hellehond. Heracles komt bij de runderen aan en de hellehond komt al gelijk op hem af, hij slaat het dier echter neer en nu krijgt hij het aan de stok met de reus zelf. Ook hij delft het onderspit en ten slotte krijgt Heracles het te doen met Geryones zelf. Deze heeft 3 lichamen, 3 hoofden en 3 paar armen + benen. Hiermee is de reus 3 keer sterker dan normaal, toch weet Hercules hem te verslaan en hij loodst de runderen naar de koning. Onderweg krijgt hij nog wel last met de bevolking die de runderen ook wel willen hebben, maar Heracles wordt bijgestaan door Zeus, die hem beschermt.
De elfde missie houdt in dat er een paar appelen gestolen moeten worden uit de Tuin der Hesperiden. Deze gouden appelen worden bewaakt door 4 jonkvrouwen  en een honderdkoppige draak. Eenmaal bij de Tuin gekomen komt hij Atlas tegen, die het gewicht van de Hemel draagt. Heracles biedt aan het een tijdje van hem over te nemen als Atlas de appelen gaat halen. Deze stemt in en komt na een tijdje terug met de appelen, maar wil vervolgens niet meer ruilen, Atlas vind het fijner zo. Heracles laat Atlas in een list lopen en vraagt of hij even pauze mag, Atlas stemt toe en neemt de wereld weer van Heracles over. Hij pakt op zijn beurt de appelen en gaat er vandoor. 
De koning ziet Heracles steeds van de meest onmogelijke missies terugkomen en dit is eigenlijk niet zijn bedoeling. Heracles zijn populariteit gaat er echter op vooruit; hij is een echte volksbeschermer. De laatste opdracht moet de moeilijkste van allen zijn; de hellehond Cerberus uit de Hades halen. Eurystheus denkt dat dit zelfs Heracles niet moet lukken. De hond heeft namelijk 3 koppen met manen die slangachtige trekken hebben, het is als een olifant zo groot en zijn staart is op zichzelf al een draak. Verder moet Heracles de dood en Ares (Pluto) overwinnen. Toch gaat Heracles op pad en hij moet Charon, de veerman, ervan overtuigen hem mee te nemen naar de Hades. Dit lukt en dan komt hij een boze geest tegen, die hij verslaat. Daarna komt hij in contact met Ares, die hem ook wil tegen houden, ook lukt het hem niet om Heracles te stoppen en uiteindelijk weet hij zelfs de hond te verslaan door wurging.  



2.4 Wat is er zo typerend aan, waarom is dit echt Grieks?

De held Heracles was een zeer belangrijk persoon in de Griekse mythologie, en hij is daarom in dit werkstuk behandeld. Ook heb ik het scheppingsverhaal van de Griekse overlevering verteld en daarin kwam Zeus voor; de oppergod en dus ook een zeer belangrijk figuur in de Griekse mythologie. Deze verhalen gaven de mensen kracht en hoop (zeker Heracles, de beschermer van het volk). De Zeus staat met zijn rechte en eerlijke beleid dwars tegenover Cronus, die maling had aan alle goede dingen. Typisch voor de Grieken en dus later ook voor de Romeinen is dat ze erg geordend en rechtlijnig waren. Zeus was niet voor niets de oppergod, hij was een gekozen oppergod en dat had hij te danken aan zijn rechtvaardigheid.
Verder is typerend voor deze mythologie dat de cultuur (en dus ook de verhalen) aanbleven, sterker nog; het heeft een groot deel van Europa beïnvloed via de Romeinen. Wat ook nog heel typerend is voor de Griekse mythologie, en dit is al een beetje in de inleiding besproken, is dat de mythologie aan de ene kant wat van zijn waarde heeft verloren (in godsdienstig opzicht), maar het is in handen gekomen van beroemde dichters die er echt iets eeuwigs van hebben gemaakt, in die zin dat het zelfs nu nog word verteld als "verhaal" dat bij die cultuur past. Dit is zeer typerend voor de Griekse cultuur en mythologie, en kom je bij weinig ander volken tegen.
Ook typerend voor de Griekse mythologie is dat het altijd een "beïnvloeder" is geweest en dat het zelf weinig beïnvloed is door andere culturen of godsdiensten. Het is een leermeester geweest en zeker de Romeinen hebben veel overgenomen; vele goden en diensten werden onder een andere naam overgenomen.
1