Home 

Nederlands

Brussel, 15 mei 2000 

Het instituut van Florence 
presenteert een studie over de omwerking van de verdragen 

Romano Prodi, de voorzitter van de Commissie, en Michel Barnier, het lid van de Commissie dat ad personam verantwoordelijk is voor de hervorming van de instellingen, hebben vandaag het verslag van het Robert Schuman-centrum van het Europees Universitair Instituut van Florence ontvangen over de omwerking van de Europese verdragen. In deze studie, die op verzoek van de Commissie werd verricht, wordt voorgesteld de essentiële constituerende delen van de Unie op coherente en duidelijke, voor de burger leesbare wijze in een basisverdrag samen te voegen. Het Instituut van Florence heeft een ontwerp-"basisverdrag van de Europese Unie" opgesteld, dat de bepalingen betreffende het institutionele kader en het functioneren van de Unie alsmede de doelstellingen van het beleid van de Unie in minder dan 100 artikelen bijeenbrengt, zonder dat de huidige rechtstoestand daardoor wordt gewijzigd. De voorzitter heeft het onderzoek van dit verslag aan de diensten van de Commissie toevertrouwd. De Commissie zal haar conclusies naderhand aan de Intergouvernementele Conferentie voorleggen. 

Een studie die voor het eerst tot een goed einde is gebracht 

De gedachte de verdragen om te werken is niet nieuw. In het advies dat in 1996 voor de Intergouvernementele Conferentie werd ingediend en dat tot het Verdrag van Amsterdam heeft geleid, onderstreepte de Commissie het belang van een onderscheid tussen de artikelen van de verdragen welke van fundamentele aard zijn en de andere bepalingen. Deze gedachte is door de heren Dehaene en von Weizsäcker en door Lord Simon overgenomen in het verslag over de institutionele implicaties van de uitbreiding, dat op 18 oktober jongstleden bij de Commissie werd ingediend. De Commissie gaf te kennen dat zij gaarne zou zien dat voor het eerst een volledige uitvoerbaarheidstudie ter zake zou worden verricht. Er werd derhalve een opdracht gegeven aan het Europese Universitair Instituut van Florence, dat vandaag het resultaat van zijn werkzaamheden presenteert. 

Eenvoudiger verdragen 

De Europese Unie is in de loop van de voorbije 50 jaar in fasen opgebouwd. De verschillende verdragen en de aan deze verdragen gehechte protocollen vormen vandaag een complex geheel: de vier basisverdragen (het EG-Verdrag, het Verdrag betreffende de Europese Unie, het EGKS-Verdrag en het Euratom-Verdrag) tellen meer dan 700 artikelen. Aan deze basisverdragen zijn 38 protocollen gehecht en daaraan moeten dan nog eens de bepalingen van de verschillende toetredingsverdragen worden toegevoegd. 

Ondanks de door het Verdrag van Amsterdam ingevoerde vereenvoudiging, beantwoordt deze structuur niet aan de vraag naar doorzichtigheid en eenvoud van de burgers van de Unie en van de kandidaat-landen. De omwerking zou het mogelijk maken de doelstellingen en de middelen om Europa op te bouwen op een eenvoudiger en logischer wijze te benaderen. 

Rationeler herzieningsprocedures 

De omwerking van de verdragen zou het ook mogelijk maken naar het relatieve belang van de te wijzigen bepalingen gedifferentieerde herzieningsbepalingen te overwegen. De plechtige procedure voor de herziening van de verdragen, met bekrachtiging door het nationale parlement van elke lidstaat, of zelfs bij referendum, is volledig gerechtvaardigd voor de fundamentele bepalingen. Na de uitbreiding zou het uitermate lastig worden om deze procedure op gewone uitvoeringsbepalingen toe te passen. Om methodologische redenen wenst de Commissie de omwerking van de verdragen, "bij ongewijzigd recht" een kwestie van technische uitvoerbaarheid, te scheiden van de meer politieke bezinning over de verschillende herzieningsmethoden. Een aanvullende studie over de mogelijkheden tot herziening van de verdragen zal vóór de zomer door het Instituut van Florence worden ingediend. 

Een diepgaande studie 

Het verslag is opgesteld door een groep internationaal erkende hoogleraren in de rechten, die verscheidene nationaliteiten en juridische culturen vertegenwoordigen. De werkzaamheden van deze groep werden gecoördineerd door Yves Mény, directeur van het Robert Schuman-centrum van het Europees Universitair Instituut, en Claus Dieter Ehlermann, hoogleraar aan dit Instituut(1). Uit deze werkzaamheden blijkt dat een basisverdrag kan worden opgesteld zonder dat wordt geraakt aan de bestaande juridische en institutionele situatie. 

De groep van het Schumancentrum stelt voor het huidige Verdrag betreffende de Europese Unie (het Verdrag van Maastricht, zoals gewijzigd bij het Verdrag van Amsterdam) te vervangen door een basisverdrag van de Europese Unie. Dit verdrag zou de fundamentele bepalingen omvatten, die thans zijn opgenomen in het Verdrag betreffende de Europese Unie en in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. De groep stelt voor in dit basisverdrag met name de bepalingen betreffende de grondslagen van de Unie, de grondrechten en het Europees burgerschap op te nemen. 

Het basisverdrag zou tevens de essentiële bepalingen inzake de instellingen (samenstelling, taken, stemprocedures) en de doelstellingen van het beleid van de Unie bevatten. Uit de studie blijkt dat een belangrijke politieke keuze zal moeten worden gemaakt ten aanzien van het feit of behalve de opsomming van de beleidsgebieden en acties van de Unie, al dan niet bepalingen moeten worden opgenomen waarin de doelstellingen van dit beleid uitvoeriger worden toegelicht. 

De groep stelt voor de bepalingen betreffende het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid enerzijds en de bepalingen inzake politiële en justitiële samenwerking in strafzaken anderzijds bijeen te brengen in twee bij het basisverdrag gevoegde protocollen. Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap zou in gereduceerde vorm, zonder de naar het basisverdrag overgehevelde bepalingen, blijven bestaan. 

De groep heeft zich beijverd om haar voorstellen concreet vorm te geven. In bijlage I is een van verklarende aantekeningen voorzien ontwerp-basisverdrag van de Europese Unie opgenomen, dat 95 bepalingen omvat, alsmede de twee protocollen betreffende het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken. Bijlage II omvat de geconsolideerde versie van het resterende deel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Om de tekst gemakkelijker leesbaar te maken heeft de groep tevens een versie van het basisverdrag zonder technische toelichtingen voorgelegd. 

Follow-up 

Behalve de vraag of een omwerking van de verdragen juridisch uitvoerbaar is, rijst ook de vraag of een dergelijke omwerking politiek wenselijk is. De Commissie zal de lidstaten en het Europees Parlement in kennis stellen van de resultaten van deze studie. Na grondig onderzoek ervan zal zij haar eigen conclusies aan de Intergouvernementele Conferentie voorleggen. Het verslag is openbaar: het zal kunnen worden geraadpleegd via de website Europa 
Het verslag
 (1)SYMBOL 42 \f "Symbol" \s 10 Rapporteur: Hervé Bribosia ; leden van de werkgroep: Grainne de Burca, Alan Dashwood, Renaud Dehousse, Bruno De Witte, Luis Díez-Picazo, Jean-Victor Louis, Francis Snyder, Antonio Tizzano, Armin Von Bogdandy, Jacques Ziller; met de medewerking van Zijne Excellentie de Ambassadeur Philippe de Schoutheete, bijzonder adviseur van de heer Michel Barnier. 
Het instituut van Florence
 
 

 
 
  1