Reis door JordaniŽ


Preambule

Ik was net een maand (eigenlijk zo'n 5 weken) in IsraŽl en ging al een week op 'vakantie' naar JordaniŽ. Ik was al op m'n 4e dag in IsraŽl (8 oktober 1997) gevraagd door David (= een Braziliaan die ik in de kibbutz had leren kennen) of ik mee wou gaan naar JordaniŽ voor een weekje. Ik was toen een beetje overdonderd (al op m'n 4e dag een reis plannen waarvan ik gedacht had dat ik hem pas aan het eind van m'n 6 maanden zou maken), heb toen ook een tijdje gewacht met ja zeggen (op 17 oktober dus zo'n week later).

Nadat ik JA had gezegd tegen David, heb ik daarna m'n reet er ongeveer af gewerkt om voldoende plusuren (=overuren) te verkrijgen zodat ik weg kon en op 13 november 1997 was het zover. Had voor die dag wel nog een werk om moeten ruilen (was ingedeeld op een middagdienst [van 15.00 uur tot 23.00 uur] Hondenvoer en kon gelukkig die omruilen voor de ochtenddienst pillen draaien) omdat ik om 23.00 in Netanya moest zijn om m'n nachtbus naar Eilat te kunnen halen daar ik David de volgende ochtend om 7 uur zou ontmoeten bij de grens met JordaniŽ (tenminste dat was de bedoeling).

Want we hadden het zo mooi uitgedacht David en ik. Je zou het ook vaag kunnen noemen daar we alleen hadden afgesproken dat David me vanuit Egypte (waar hij aan het rondtrekken was met 2 andere volunteers uit de Kibbutz) een fax zou sturen over waar wij elkaar zouden ontmoeten (ergens bij Eilat of Aqaba in de buurt), op welk tijdstip en op welke dag etc. We hadden eigenlijk alleen afgesproken dat we 1 week door JordaniŽ zouden gaan en dat we naar Petra zouden gaan.
David stuurde inderdaad zijn fax vanuit Egypte met 3 ontmoetingsplekken in JordaniŽ (De grens IsraŽl-JordaniŽ [=check-point Arava bij Eilat/Aqaba], Visitingcentre in Aqaba en het vliegveld van Aqaba) en daarbij behorende tijden (voor als het op 1 plek fout zou lopen) waar hij op mij zou wachten. Wist ik veel toen ik de fax kreeg dat 3 keer in dit geval geen scheepsrecht was!

Reisverslag

Ik had misschien al een voorgevoel moeten krijgen dat het fout zou gaan toen m'n bus te laat uit Netanya vertrok (0.05 i.p.v. 23.45 uur), maar dat kwam niet in me op. De bustrip naar Eilat ging verder ok. Niet echt veel kunnen slapen, een beetje doezelen maar meer ook niet.

Om 5 uur 's ochtends in Eilat aangekomen en na daar een tijdje te hebben gezeten ben ik opgestaan om even naar de plee te gaan en om te kijken of ik wat ontbijt kon snaaien. Van dat ontbijt kwam niets omdat ik om 5.45 naar de grens ging en ruim voor de opening (ik was er om 6 uur en de grens ging open om 6.30 uur) daar aanwezig was. Het was grappig om te zien dat stipt om 6.30 de IsraŽlische zijde van de grens open ging en dat er nog geen Jordanier te zien was. Die kwamen toch vrij snel en om 7.10 begon voor mij het grote wachten in JordaniŽ omdat David er niet was bij de grens.

Volgens de fax zou David tot 15.00 uur bij de grens op mij wachten en vanaf 4 uur (tot 6 uur) bij het visitingcentre en vanaf 8 uur op het vliegveld. Omdat David er dus niet was, heb ik tot 15.00 uur bij de grens gewacht (voor Jan Lul) en toen ben ik met de taxi (en al flink balend) naar het visitorcenter gegaan om daar te wachten. Geen David.

Toen ben ik naar het vliegveld gegaan en mijn kuthumeur was inmiddels flink groter. Het was ook eens nog een flinke tour om Łberhaupt dat vliegveld te bereiken. Vanaf het visitorcenter nam ik een taxi om naar het vliegveld gegaan, maar vlak bij het vliegveld ging de taxi "stuk" (of hij echt stuk ging of dat er iets anders aan de hand was, weet ik op het moment nog steeds niet) en kon ik het laatste stuk gaan lopen. Voordat ik vliegveld bereikte moest ik langs een bewakingspost welke bezet/bemand werd door een groepje militairen. Ik werd daar aangehouden en moest verschillende keren uitleggen wat ik daar op het vliegveld ging doen. Omdat zij slecht Engels spraken snapten ze me slecht en dat leverde dus veel misverstanden op (vooral aan hun kant).
M'n rugzak moest open al m'n spullen moesten eruit, en de militairen wouden weten of ik zeker wist dat ik niet naar Amman zou vliegen om daar iemand af te halen? Toen ben ik onder militaire begeleiding door 2 militairen (waaronder de officier die de leiding had over het groepje militairen) naar de terminal geŽxerceerd, terwijl m'n tas gedragen werd door 1 van die militairen (de officier nog wel). Doel van die officier was om iemand op het vliegveld te vinden die goed Engels sprak zodat die als tolk kon optreden. Hetgeen geschiede.

Om de 'Kleine Wereld'-theorie heel even van stal te halen het volgende. Op het vliegveld zat een Italiaan die via Amman naar ItaliŽ terugging. We raakten aan de praat en het bleek dat hij (hij hete Stefano) uit Milaan kwam en voor zaken in SyriŽ en JordaniŽ was geweest. Op mijn vraag of hij dan toevalligerwijs de schoenfabriek Garlaschese kende, kon hij alleen maar bevestigend antwoorden, daar hij (zo bleek dus) vanuit zijn huis op de fabriek uit keek. Hij zat zelf ook in de schoenbusiness, maar dan voor verfprodukten voor zolen (Voor de onbegrijpende lezer: Mijn vader is schoenimporteur hier in Nederland en doet zaken met Garlaschese, die fabriek waar die Italaan vanuit zijn woning op uit keek). Tot zover de 'Kleine Wereld'-theorie.

In ieder geval heb ik daar tot 21.15 uur op het vliegveld gezeten zonder dat David op kwam dagen. Toen ben ik er mee genokt, omdat ik er na ruim 15 uur wachten er wel erg schoon genoeg van had. Ik heb me toen, per taxi, naar een hotelletje laten vervoeren (eigenlijk veel te duur maar ja, ik had het dan ook wel vreselijk gehad) en heb daar toen zalig/zielig(?) onder de douche gestaan.

Tijdens de laatste paar uur van het wachten, toen m'n pesthumeur/gevoel van onzekerheid steeds groter werd, begon ik een beetje met plannetjes maken voor het geval dat ik David niet tegen zou komen. Ik kwam uit op 3.
Het 1e besloeg nog 1 dagje David zoeken in Aqaba en als ik hem vond reizen en als ik hem niet vond de dag daarna terug naar Maabarot. Plan 2 was bijna identiek aan plan 1, echter na het dagje zoeken zou ik niet gelijk naar IsraŽl terug gaan, maar 1 dagje naar Petra gaan (ik was tenslotte toch in JordaniŽ) en daarna terug naar IsraŽl. Plan 3 betrof het in mijn eentje een weekje JordaniŽ bezichtigen. Het probleem bij het laatste plan was, dat ik weliswaar een boekje had waarin JordaniŽ besproken werd, maar dan voor mensen met (veel?) geld. In ieder geval met veel meer geld dan ik had. David had een Lonely Planet (en dus een meer gedetailleerdere beschrijving van JordaniŽ maar ook metname goedkope hostels), en daar ik er vanuit was gegaan dat ik hem zou ontmoeten had ik er zelf geen gekocht in IsraŽl. Mijn gedachten gingen uit naar de 1e 2 plannen (op dat moment van de 2e dag) voornamelijk naar het 1e plan, maar het 2e plan sloot ik niet uit.

Waarom niet het 3e plan? Op dat moment had ik me er zo op verheugd om samen met David rond te trekken door JordaniŽ en het idee om dat dan plotseling in m'n eentje te moeten doen met een boek dat er niet perfect voor uitgerust was, waardoor ik naar alle waarschijnlijk steeds in te dure hotels zou moeten verblijven (Het proberen om in Aqaba een Lonely Planet of zoiets dergelijks te kopen was niet in me opgekomen). Ik was daar ook (nog) niet aan toe denk ik.
De 2e dag van mijn verblijf ben ik alle plekken waar David ik elkaar hadden moeten ontmoeten afgegaan, maar helaas pindakaas helemaal niemand die ook maar een klein beetje op een Braziliaan leek die de naam David Pavenelli droeg. Ik werd daar, begrijpelijkerwijs (al zeg ik het zelf) niet erg veel blijer van. In ieder geval besloot ik aan het eind van de dag definitief dat ik naar IsraŽl terug ging nadat ik Petra bezocht had. Tevens besloot ik dat ik maar per (dure) taxi naar Petra ging (25 dinar voor heen en 25 dinar terug naar de grens).

Dus op de 15e (David's verjaardag notabene) ben ik vroeg naar Petra gegaan en daar per taxi gearriveerd. Na een uur of wat rondlopen door deze mooie stad kwam ik aan het eind van de Romeinse straat. Ik had net besloten dat ik nog een foto ging maken en dan uit Petra uit ging om dan een giromaat (of zoiets dergelijks) om geld te pinnen (want dat zou op zijn als ik bij de grens was).
ECHTER, op het moment dat ik mijn fototoestel uit m'n rugzak wilde pakken, zag ik iemand een fototoestel op mij richten en een foto van mij maken (de lul). Toen die "lul" zijn fototoestel liet zakken zag ik het (lachende) gezicht van DAVID !!!!! !!!!! Typisch voorbeeld van de 'Kleine Wereld'-theorie.

We liepen naar elkaar toe, en het enige wat het konden doen, was wat onwezenlijk lachen en elkaar de handen schudden. Praten was een beetje onmogelijk. Toen we na zo'n 2 minuten wat bijgekomen waren van de schok en ik hem gefeliciteerd had met zijn verjaardag raakten we aan de praat van hoe het allemaal fout was gelopen. Het bleek dus dat hij met de boot vanuit Egypte om 9 uur 's avonds aangekomen was en toen te moe was om nog naar het vliegveld te gaan (hij had er een reis van zo'n 15 uur er op zitten) en was toen naar een hosteltje gegaan.

De volgende ochtend (de dag dat ik in Aqaba bleef om te proberen hem te vinden) is hij richting Petra gegaan omdat hij hoopte mij daar te vinden omdat wij dus min of meer afgesproken hadden dat wij daar naar toe zouden gaan. We hebben toen gewoon besloten de week vol te maken en zijn na de place of High Sacrafice te hebben bezocht rond 5 uur het terrein verlaten waar ik "m'n" taxi-chauffeur nog probeerde te lozen (en niet de laatste 20 pond te betalen) wat mislukte en kon ik dus toch nog schokken. Wat tevens min of meer het einde van mijn liquide middelen betekende. Ik kon nog net wat geld wisselen bij een toeristen-winkeltje (tegen een kut koers natuurlijk).
In een hosteltje in Wadi Musa (3 pond per nacht dus wel wat goedkoper dan de 25 pond per nacht die ik in Aqaba betaalde) onze route gepland en heeft een meisje uit Zweden genaamd Karolina zich bij ons aangesloten . Wij besloten om via de King's Highway naar Amman en Jerash te gaan liften en te stoppen bij de kruisvaarders-burchten-ruÔnes Shobak en Kerak en bij Madaba waar een oud mozaÔek ligt en waar Mozes begraven zou liggen op mount Nebo. Zo gezegd zo gedaan.

De volgende dag met een busje richting Shobak gegaan alwaar we er bij een vaag kruispunt uit het busje werden gegooid. Toen we over de weg liepen zagen we de ruÔne al liggen, maar kwamen we tot de conclusie dat het over de weg toch nog wel een eindje lopen zou zijn. Dus wat doe je dan... je gaat afsnijden. Dat deden we dus.
Dat leverde dus nog even een aardig klauter partijtje op. Toen we uiteindelijk weer op de toegangsweg waren geklommen werden we het laatste stukje meegenomen door een pickup-truck. Na een korte tour door de ruÔne heeft die vent ons meegenomen naar zijn eigen stekkie annex aanstaande winkeltje/restaurantje/kameel verhuurbedrijfje alwaar we wat thee hebben gedronken. Onderweg naar die plek heeft die vent ons de ondergrondse waterput van de ruÔne van Shobak laten zien en daarvoor moesten we nog een put naar beneden klauteren. Na de thee heeft die vent ons weer op de Kings Highway afgezet.

Na ongeveer 5 minuten lopen in de richting die we op moesten kregen we een lift van een truc vol met gereedschap (zat erg oncomfortabel). Bij een kruising (na ongeveer 3 minuten rijden) sloeg de truck linksaf en sloeg bij ons even de paniek toe omdat wij op de richtingsborden zagen staan dat Kerak een andere kant op was (rechtdoor vanaf de weg waar we vanaf kwamen), dus wij uit de gereedschapstruck en terug naar de kruising, toen flink de kaart geraadpleegd (en na 1 a 2 voorbijgangers/auto's geraadpleegd te hebben die de andere kant op gingen) kwamen we tot de conclusie dat de truc de goeie en derhalve de Kings Highway opgegaan was en dat de andere weg de Desert Highway was en dus de weg die wij niet wouden hebben.
Toen was het weer een tijdje wachten en op een gegeven moment stopte er een auto bestuurd door Majoor Omar die eigenlijk de Desert Highway wou nemen, maar die ons een lift via de Kings Highway gaf helemaal naar Madaba. Tijdens de trip bleek dat hij wel geÔnteresseerd was in Mister Karolina (zoals hij haar steeds noemde) en hij vertelde steeds een 1 of ander raar verhaal over een snake, 2 or 3 metres, water, gold. Hij wou Karolina wel wat van dat goud geven als zij bij hem bleef. Vlak voor Kerak kocht hij zelfs nog wat te eten en te drinken voor ons (broodjes falafel en blikjes cola). Naast de winkel waar hij ze kocht zat een slagerij waar net een beest was geslacht en waarvan het vel buiten lag in een plas bloed (zag er verdacht veel uit als een honden dan wel kattenvel vond ik, maar kan net natuurlijk net zo goed geit zijn geweest, maar je weet het maar nooit in een Arabisch land). Door die aanblik vond ik het (vegetarische) broodje falafel toch wel een beetje minder smaken.

In Kerak hebben we met zijn vieren (Major Omar is mee gegaan) de ruÔne van het kruisvaarderskasteel bezocht, was erg leuk om te zien. Daarna zijn we weer op weg gegaan richting Madaba. Daar het al tegen het einde van de dag liep en het donker werd toen we in Madaba aankwamen, regelde Omar volgens onze verrassing slaapplaatsen regelen bij vrienden van hem. Eerst moesten we op 'audiכntie' bij het familiehoofd en daarna zijn we naar het huis van een dochter en schoonzoon en hun 3 kinderen. Tijdens de 'audiכnte' kregen we ook nog te eten van het familie opperhoofd. De hele avond was het verder aapjes kijken door de gehele familie, waarbij wij 3en als aapjes fungeerden. De gehele familie (alle 7 broers en zussen van vrouw waar we sliepen) kwam langs om ons te 'keuren'.

Rond 11 uur ('s avonds wel te verstaan) zijn we met 3 van de broers (en de schoonzoon Muneer waar we sliepen) naar Mount Nebo gegaan om naar IsraŽl te kijken . Was leuk om te zien. Konden aan de horizon wat van de lichtjes van Jeruzalem zien en de punt van de Dode Zee en ongeveer recht voor ons konden we Jericho zien liggen. Toen was het weer terug naar 'huis' en was het tijd om te slapen en was een einde gekomen aan deze toch wel rare dag vol verrassingen.

De volgende ochtend (inmiddels was het maandag 17/11) zijn we (gereden door Muneer) weer naar Mount Nebo gegaan om de kerk aldaar te bezoeken met de mozaÔeken daarin. Tevens hebben we weer van het uitzicht genoten. Hierna zijn we naar Madaba dorp gegaan om in de kerk aldaar een mozaÔek te bekijken welke een kaart van het Midden Oosten/Heilige Land voorstelt. Hierna hebben we nog wat door Madaba gelopen en 's middags zijn we met Muneer (en vrouw en kinderen) naar zijn ouders geweest om ons en de baby (van 2Ĺ maand oud die zijn ouders nog niet gezien hadden). Daar kregen we weer (ruim) te eten. Ook heeft Muneer ons zijn bedrijfje laten zien en de boerderij van zijn zus (hebben daar zelfs nog even wat appels geplukt). Toen we terug waren bij Muneer's huis en CNN even hadden aangezet zagen we dat er in Luxor door een stelletje randdebielen (a.k.a. terroristen) op toeristen geschoten (en er een flink aantal gedood). David schok zich zowat dood (foute opmerking eigenlijk in casu maar ja...) omdat hij zich daar een klein weekje van tevoren in Luxor was geweest. Muneer gaf deze avond nog een soort afscheidsfeestje omdat we de volgende dag weg zouden gaan naar Amman en Jerash. Het werd een soort drinkgelag daar Muneer Gin met Sprite schonk . Erg Gezellig (maar dat kwam ook mede door de grote hoeveelheden gin).

De verrassingen bleven maar doorgaan op deze dinsdag. Muneer vertelde ons (onder het gebruikelijke kopje (te) sterke Arabische koffie) dat hij ons naar Jerash en Amman zou brengen via de Dode Zee. Zo gezegd zo gedaan, eerst de stop bij de Dode Zee. Om de plek te bereiken waar gedobberd zou worden, moest er eerst door een oud mijnen veld gereden worden (geslalomd zou een betere omschrijving zijn geweest). Ik heb zelf niet gedobberd, want ik had er geen zin in. Het was toch wel raar om nu aan de Jordaanse zijde van de Dode Zee te staan waar David en ik 3 weken eerder aan de IsraŽlische zijde stonden. Daarna zijn we naar Jerash gegaan om daar rond te gluren. Volgens Muneer had hij een vriend die en restaurantje had bij de toegangspoort van de ruÔnes en konden we daar wel wat te drinken krijgen. In Jerash aangekomen bleek dat restaurantje een luxe (en dus duur) toeristen-restaurant te zijn. We besloten eerst door de ruÔnes te lopen en pas daarna wat te gaan drinken. De vriend van Muneer probeerde ons zelfs nog gratis naar binnen te krijgen, maar dat lukte helaas niet (maar 20 pond is niet om je aan dood te vallen). Een paar uurtjes rondgelopen door de ruÔnes, het was erg mooi. Toen we klaar waren en we wat wouden gaan drinken bood de eigenaar (=de vriend van Muneer) gratis te eten aan van het koude/lopend buffet. Dat werd voor ons toch wel een vrij 'moeilijke' lunch gezien het feit dat wij daar als wildvreemden in een voor ons wildvreemd land al 3 dagen werden gefÍteerd door de lokale bevolking die ons zonder problemen gratis te eten en drinken gaven en ons gratis lieten slapen en ons bovendien overal heen reden waar wij maar wouden. Toen wij dan ook dat eten in dat luxe (en dure) toeristenrestaurant kregen aangeboden werd het ons eigenlijk teveel en schaamden wij ons dood voor de mensen die daar zaten te eten en daar veel geld voor neerlegden. Na dit eten en drinken bracht Muneer ons naar Amman en dropte ons, nadat we nog ergens wat hadden gedronken, af bij een hostel. Toen kwam eigenlijk nog wel voor ons het mooiste/raarste/ongemakkelijkste moment van de hele week. Want toen we afscheid namen van Muneer, kreeg hij tranen in zijn ogen. We wisten niet wat wij met ons zelf aanmoesten en begonnen zelf ook zowat te janken. Die avond hebben we weinig gedaan en een klein beetje door de buurt van het hostel rondgelopen.

De woensdag was Amman-dag en hebben we door Amman getoerd. We zijn begonnen (nadat ik wat geld had gehaald op mijn credit card bij een bank) bij het Romeins theater en de 2 musea die daarin gevestigd zijn (het folkloremuseum en het Volkenkundig museum). Daarna was het tijd voor (de ruÔne) van de citadel en het museum aldaar. Ook erg leuk om te zien. Daarna hebben nog wat 'geluncht' (het was rond 3en) en zowaar........ we mochten betalen (was eventjes wennen na zoveel dagen gratis eten). 's Avonds kwam Muneer weer opdagen om ons mee te nemen naar een restaurantje/bakkerij voor de 1 of andere Jordanese (lees: vette hap) specialiteit. Toen gingen we naar TenZomar een (toeristen)plek waar allemaal (oude) ambachten worden vertoond en waar allerlei spulletjes te koop zijn tegen westerse prijzen. Daar hebben we nog wat gedronken en waterpijp gerookt (met aardbei smaak). Tegen middernacht waren we weer terug in het hostel na een erg leuke avond en een definitief afscheid van Muneer.

De Donderdag was de dag dat we terug gingen naar IsraŽl. Om 9.30 verlieten we het hostel en gingen we naar het busstation waar we al snel een bus vonden naar de Allenby-bridge (= de IsraŽ lische naam van de grens overgang. In JordaniŽ heet die (heel verrassend) de King Hussein-bridge). Na het betalen van de exit-tax (4 dinar) konden we in een bus plaatsnemen die ons over de brug (en natuurlijk de rivier de Jordaan). Eenmaal bij de brug aangekomen begon het grote wachten daar de brug (en dus de grens) aan beide kanten gesloten was voor ons onduidelijke redenen . Daardoor konden we ook naar de brug en de rivier kijken en zagen we dat het maar eigenlijk een bruggetje van niets was (hoogstens 5 meter breed) en de Rivier de Jordaan de naam rivier eigenlijk niet kon dragen (een stroompje zou beter zijn geweest). Na een uurtje wachten konden we (eindelijk) de grens over en waren we weer in IsraŽl. De grenscontrole aan IsraŽlische zijde leverde geen noemenswaardige problemen op. Op de grens nog wat geld gewisseld (m'n laatste op dat moment) waarmee ik de taxi en bus terug naar de kibbutz kon betalen. Zodoende. Vanaf de grens zijn we met een (Arabische) taxi naar Jeruzalem gegaan. Vanaf Damascus-gate moesten we door de oude stad (mijn 1e keer in Jeruzalem dus ik keek mijn ogen een beetje uit) naar Jaffa-gate. Onderweg hebben David en ik Kristina in het Tobasco hostel afgezet . Van Jaffa-gate zijn we doorgelopen naar het busstation waar we om 16.30 de bus naar de Kibbutz (eigenlijk Bet Lid op 15 minuten lopen van de kibbutz) namen en om 18.45 waren we weer "thuis" (zo voelde het wel) en konden we nog net het avondeten gebruiken.

En dat was dan het einde van een zeer leuke week die een rot begin had maar een erg leuk einde en niet snel vergeten kan en zal worden.

Voor het laatst bijgewerkt op 30 maart 2006 om 21.30uur

1