'k Zag twee beren broodje smeren


'k Zag twee beren broodje smeren,
O het was een wonder.
't Was een wonder, boven wonder,
dat die beren smeren konden.
Hi hi hi, ha ha ha!
'k Stond erbij en ik keek er naar.

'k Zag twee bijen autorijden,
O het was een wonder.

't Was een wonder, boven wonder,
dat die bijen rijden konden.
Hi hi hi, ha ha ha!
'k Stond erbij en ik keek er naar.

'k Zag twee slangen de was ophangen,
O het was een wonder.
't Was een wonder, boven wonder,
dat die slangen wassen konden.
Hi hi hi, ha ha ha!
'k Stond erbij en ik keek er naar.

'k Zag twee apen, noten kraken,
o, dat was een wonder.
't Was een wonder , boven wonder,
dat die apen, kraken konden.
Hi, hi, hi! Ha, ha, ha!
'k Stond erbij en ik keek ernaar.

'k Zag twee koeien bootje roeien,
o, dat was een wonder.
't Was een wonder, boven wonder,
dat die koeien, roeien konden.
Hi, hi, hi! Ha, ha, ha!
'k Stond erbij en ik keek ernaar.

 

Terug naar de LIEDJESBIEB

1