Doornroosje
 
Doornroosje was een bloedmooi kind,
bloedmooi kind, bloedmooi kind
Doornroosje was een bloedmooi kind,
bloedmooi kind.
 
Doornroosje, pas maar heel goed op,
heel goed op, heel goed op…
 
Toen kwam de boze fee erin,
fee erin, fee erin…
 
Doornroosje sliep toen honderd jaar,
honderd jaar, honderd jaar…
 
Toen kwam een jonge koningszoon,
koningszoon, koningszoon…
 
Hij kust ze wakker op haar mond,
op haar mond, op haar mond…
 
Het werd het trouwfeest van de eeuw,
van de eeuw, van de eeuw…
 
Toen jubelde het hele volk,
hele volk, hele volk…

1