Hansje klein
 
Hansje klein, heel alleen,
loopt de wijde wereld in
stok en hoed, staan hem goed,
hij is volle moed.
Maar zijn moeke weent nu zeer
want ze heeft geen Hansje meer,
Hansje zucht, loopt heel vlug,
Naar zijn moeke tīrug…
 
(volkslied naar H.A. Kamp, 1818.)

1