Hop, hop , hop.
 
Hop , hop , hop.
Paardje in galop .
Over stok en over stenen,
breek je nu maar niet je benen.
Altijd in galop,
hop, hop, hop, hop, hop.
 
Tif, tif, taf,
gooi mij er niet af.
Doe maar niet zo wild, mijn paard,
want je weet, ik zie je graag.
Gooi mij er niet af,
Tiffe, fiffe, taf.
 
How, how, haa,
sta nu, paardje, sta!
 Jij moet straks nog verder springen,
zal ik eerst je voeder brengen
Sta nu, paardje , sta,
howwe, howwe, haa !
 
Ja, ja, ja
Wij zijn weeral daar.
Zusje, vader, lieve moeder,
Vindt mijn paardje ook zīn voeder?
Ja, ja, ja, ja, jaa,
wij zijn weeral daar !

1