De pastoor zijn koe

 

Een oud pastoor die had een koe, had een koe, had een koe
Doch zij werd krank ik weet niet hoe
De pastoor zijn koe!

Ja, tjoelala, tjoelala
De pastoor zijn koe, ja ja
Tjoelala, tjoelala
De pastoor zijn koe

Zij had zo 't schijnt de pips aan 't hart, pips aan 't hart, pips aan 't hart
Zij kermde dag en nacht van smart
De pastoor zijn koe!

Refrein

En Betje, de pastoor zijn meid, pastoor zijn meid, pastoor zijn meid
Heeft immertoe om haar geschreid
Om de pastoor zijn koe!

Refrein

Ja, Betje stortte meen'ge traan, meen'ge traan, meen'ge traan
En riep Sinte Brigitte aan
Voor de pastoor zijn koe!

Refrein

Daar werd dan eind'lijk met veel rouw, met veel rouw, met veel rouw
Beslist dat men haar slachten zou
De pastoor zijn koe!

Refrein

Des morgens stond ze in de stal, in de stal, in de stal
Des avonds hing ze aan de hal
De pastoor zijn koe!

Refrein

Mijnheer Pastoor at niet van 't beest, niet van 't beest, niet van 't beest
Zij was hem steeds te lief geweest
De pastoor zijn koe!

Refrein

De burgemeester kreeg de kop, kreeg de kop, kreeg de kop
Hij at hem met zijn Eva op
De pastoor zijn koe!

Refrein

De scretaris kreeg de long, kreeg de long, kreeg de long
En zijn Madam die kreeg de tong
Van de pastoor zijn koe!

Refrein

De schepen wilde ze ook eens smaken, ook eens smaken, ook eens smaken
Hij kreeg het bloed om worst te maken
Van de pastoor zijn koe!

Refrein

De koster die kwam ook al gauw, ook al gauw, ook al gauw
Hij kreeg een voorpoot met een klauw
Van de pastoor zijn koe!

Refrein

Een boerke van kort bij de ker, bij de kerk, bij de kerk
Die kreeg een stuk van 't achterwerk
Van de pastoor zijn koe!

Refrein

En Jan de smid, die kreeg ook wat, kreeg ook wat, kreeg ook wat
Het binnenst' en een schouderblad
Van de pastoor zijn koe!

Refrein

Het vel, de ribben en de staart, en de staart, en de staart
Had men voor monnik Crispijn bewaard
Van de pastoor zijn koe!

Refrein

En wat er toen nog overbleef, overbleef, overbleef
Kreeg ik, mijnheer Pastoor zijn neef
Van de pastoor zijn koe!

Refrein

Zo gij soms nog wat weet mijnheer, weet mijnheer, weet mijnheer
Dan zing maar voort, ik weet niets meer
Van de pastoor zijn koe!

Refrein

1