Schoorsteenveger ging op stap
 
Schoorsteenveger ging op stap
schoor-steen-ve-ger
ging op stap, ging op stap
schoorsteenveger ging op stap .
 
Bij een huis daar bleef hij staan
keek hem daar een
meisje aan, meisje aan
bij een huis daar bleef hij staan
 
Meisje , wil je met me gaan
Moet ik eerst naar
Vader toe, vader toe,
Moet ik eerst vader toe
 
Vader, mag Ik met hem gaan
neen, mijn kind
dat mag je niet, mag je niet,
vader, mag ik met hem gaan
 
Liep het kind de deur maar uit
schoorsteenveger,
achterna, achterna,
liep het kind de deur maar uit
 
Reden dan naar Afrika,
Kochten daar een
Krokodil, krokodil
Reden toen naar huis terug
 
Vierden toen een bruiloftsfeest,
vierden toen een
bruiloftsfeest, bruiloftsfeest
vierden toen een bruiloftsfeest.
 
 

 

1