De veldmuis

Een veldmuis vond in 't beukenbos een lege notedop
Hij poetste hem met vochtig mos en zand een beetje op
Hij maakte er twee wieltjes aan en zei "Mijn fiets is klaar,
Nu rijd ik van de heuvel af zonder het minst bezwaar!"
Nu rijd ik van de heuvel af zonder het minst bezwaar!"

Hij deed zoals hij had gezegd, en ging bij volle maan
Met fiets en al op 't topje van een hoge heuvel staan.
Hij trok z'n pootjes op, en hup! daar ging het naar omlaag.
Da's - voor een muis in elk geval - toch wel een hele waag.
Da's - voor een muis in elk geval - toch wel een hele waag.

Maar halverwege, "Au!", daar kwam z'n staartje tussen 't wiel
De notedop sloeg om en om, zodat de veldmuis viel
Beneden sprong hij hinkend rond, maar 't allerergste was
De fiets bleef aan zijn staart geklemd! Zo kwam de muis te pas.
De fiets bleef aan zijn staart geklemd! Zo kwam de muis te pas.

1