|
|
Achter zeventig boomsoorten die ik nooit gekend heb gaat het land weer voorbij de hangende wolkrestjes, beschaamd voor de schemering drijven als de nasmaak van een laatste zoen uit elkaar en zoeken een plek tussen onze twijfels.
Het is weer een weerklank in een moment dat we gemist hebben langs deze weg de laatste bestemming misvormd in een terugkeer steeds die ene waar we samen op gewacht hebben en nooit teruggekeerd
Met al die wortels op mijn rug breekbaar door verlatenheid, plant mij met je handen in het nergensland van je bestaan voordat ik dood ga plant mij desnoods in de modder op de weg maar laat niet achter plant mij in de horizon van een vervreemde herinnering voordat je het vergeet plant mij in de verte van het voorbijgaande landschap van je schoonheid
Daar zullen bomen groeien in zeventig soorten waarvan ik geen ken en als een boom vruchten geeft ooit door je glimlach, zullen ze smaken naar die laatste zoen bij het afscheid. |
|