Naar Deel 2

Het is warm, zo verschrikkelijk warm dat niemand zich op straat zou moeten laten zien. Maar dat kan niet. Er zijn toeristen die met dure fototoestellen, rugzakken en natuurlijk met heel veel geld naar het mijnwerkers plaatsje Ouro Preto zijn gekomen. Ouro Preto betekent; Zwart Goud. Er worden veel mooie steen soorten gevonden. Sloom lopen de mensen langs de kraampjes, waarachter kinderen met veel drukte proberen hun spulletjes te verkopen, Soms wordt er naar de prijs gevraagd. Maar lang niet iedereen koopt de kleurige stenen. "Wat kosten die," roept een lange man in een korte broek. Maar het antwoord begrijpt hij niet. "How much?"...... Handig dringt een jochie zich tussen de mensen door. Een duw, een stomp en een schreeuw "Hé joh kijk uit." Maar het joch heeft zijn slag geslagen. Een portefeuille met geld, veel geld zelfs. En wat gemakkelijk ging dat zeg. Die domme toerist weet nog van niks. Kijk maar, nu wil hij betalen. De handen van de lange man zoeken alle zakken af, van zijn broek, zijn hemd. "Hé mijn geld! Een dief een dief!" Een eindje verder staat Miguel rustig te kijken naar de opgewonden mensen. Het geld is hij al kwijt. Roberto heeft de portefeuille overgenomen. Straks wordt op de plek die altijd achter de kerk is. Het geld verdeeld. Oei, wat zullen ze thuis wel niet zeggen. Zoveel geld. "Hoe kom je eraan. Je hebt het toch niet gestolen hé?" Maar moeder heeft het geld hard nodig. Zelf kan ze allang niet meer werken. Vader is weg, waarheen? Dat weet niemand. Nee, bij Miguel thuis moeten alle kinderen werken. Hij weet nu al dat zijn moeder het geld zal aanpakken. Miguel loopt al te dromen over het vele geld en wat ze er allemaal voor kunnen kopen. Maar het stelen en het doorgeven van het geld. Het is allemaal gezien door.... Diago! De gemeenste en de slechtste van alle boeven. Hij houdt Miguel al een tijdje scherp in de gaten. Want hij zal wel een gemakkelijke prooi zijn. En daarom achtervolgt hij Miguel. Dat geld zal hij wel te pakken krijgen. Zijn rechter hand zoekt naar het mes onder zijn witte T-shirt. Een scherp mes dat al vaak is gebruikt. Diago sluipt achter zijn prooi aan. Onverschillig slentert Miguel naar de kerk. Daar staat Roberto al. "Hoi, is het echt zoveel?" fluistert Miguel. "Ja joh, hartstikke veel, zoveel hebben we nog nooit gepakt"." Nou laten we het dan maar gauw verdelen". De reals, het nieuwe geld in Brazilië, en de Amerikaanse dollars puilen uit de portefeuille. "Wat veel!" Miguel schreeuwt het bijna uit. Maar plotseling is daar Diago. De jongens kennen hem wel. Ze weten dat Diago gevaarlijk is, vooral met zijn mes is hij heel snel. "Hier dat geld." Maar Roberto duikt snel weg. Een paar briefjes dwarrelen weg in de wind. Maar Diago is ook snel en grijpt nog net zijn shirt. "Hier jij" Miguel rukt zich los, maakt zich plotseling klein en duikt terug naar de benen van Diago. Die verliest zijn evenwicht en....... valt. Met zijn mes verwondt hij zich zelf in zijn gezicht. "Au" Even lijkt het alsof er niets is gebeurt . Maar dan is er ineens bloed, veel bloed. De jongens rennen weg. Maar ze horen het schreeuwen van Diago. "Ik krijg jullie wel. Wacht maar..." ."Wat moeten we doen?" hijgt Roberto, "als hij ons te pakken krijgt dan....". "Weg, we moeten weg. Eerst wat geld naar huis brengen en dan, snel naar de grote stad. Daar zijn we veilig. Kom op, we gaan naar Belo Horizonte!"