Verloren Ik heb je niet verloren, Daarvoor gaf je mij teveel. Wat je me zei, blijf ik horen, Van wat ik ben,ben jij een deel. Ik kan je overal nog horen, In wat ik doe in wat ik laat. Jij was en blijft voor mij een zegen, Waarvan het spoor steeds verder gaat. |
Verjaardag. Normaal stuur ik je vandaag altijd een kaart, Vandaag was je verjaardag,op 9 maart. Deze dag wordt niet meer gevierd voor jou, Deze dag bestaat alleen maar uit rouw. Vorig jaar vierde we je verjaardag nog in de Hazelaar, Ons Pap met een mooie rozenkrans, wat was dat een mooi gebaar. Dat was je laatste verjaardag, dat hadden we niet verwacht, Want je wilde vooruit, je had nog zoveel kracht. We dachten allemaal 'die komt er wel doorheen', Maar op 25 November liet je ons echt alleen. 9 Maart was eigenlijk je verjaardag, De dag dat je voor het eerst licht zag. 25 November deed je voorgoed je ogen dicht, Met een mooi en vredig gezicht. Ik heb zoveel pijn en zoveel verdriet, Ik zeg nu niet, Hartelijk gefeliciteerd maar moet nu zeggen, Welterusten lieve Riet. |
Moed Nooit de moed opgeven, Ook al is dat soms zwaar, De kracht om verder te leven, Zeker met en voor elkaar. |
Moeder Als degene om wie je veel geeft er plotseling niet meer is, wordt je leven een stukje leger en voel je een groot gemis. Een vertrouwelijk gesprek, soms een standje hier en daar. Ja, mijn moeder wist echt alles, was je hier nog even maar. Uit je lijden nu verlost, je grootste strijd gestreden. Heel veel pijn heb je doorstaan, die pijn behoort nu tot het verleden. Ik heb geschopt,gekrijst,gesmeten toen je daar lag,levenloos en stil, met tranen in mijn ogen. Mijn handen nog een keer door je haar. Ik heb je een laatste kus gegeven, zonder pijn lag je nu daar. Missen zal ik je elke dag je kunt nu niet meer bij ons zijn, toch liet ik je met liefde sterven, voor een nieuw leven zonder pijn. Ik zie je terug in mijn gedachten, met een lach op je gezicht. Je bent verlost van al het kwade en omringd nu door het licht. |
Tegenkomen Toen jij was heengegaan dacht ik dat de wereld stil was blijven staan. Maar de mensen bleven lachen en taartjes eten, en dat heb ik heb in stilte verweten. Jou tegenkomen in de dagelijkse dingen verzoent me met je dood. Ik voelde in dagen die vergingen; zolang ik leef ben jij niet dood. |
Gevallen Slechts het blad is gevallen, de stam blijft bestaan |