De geschiedenis en heropleving van de schroefkap voor wijnflessen.

 

( Copyright: Sue Courtney.)

 

Inleiding.

 

Op 10 augustus 1889 heeft een zekere Dan Rylands uit Barnsley, UK, de schroefdop gepatenteerd.

Het heeft echter nog een tijdje geduurd vooraleer deze moderne sluitingsmethode werd gebruikt in de wijnmakerij.

Er is geen exacte datum voorhanden wanneer de schroefdop voor het eerst gebruikt werd bij wijnflessen maar op de website van “Whisky bottle” geven ze het volgende verhaal:

 

Tot 1913 werden de whiskyflessen afgesloten met een kurken stop en dus had je een kurketrekker nodig om de fles later te openen, juist gelijk bij wijnflessen. De herbruikbare kurk werd uitgevonden en gepatenteerd door William Manera Bergius, neef van Adam Teacher ( van Teachers & Sons ).

Teachers “Highland Cream” werd beschreven als de: “Vanzelf opengaande fles  met als slogan: Begraaf de kurketrekker.

De “White Horse Distillers  op hun beurt introduceerden de schroefdop in 1926, een vernieuwing die hun verkoop de eerste zes maanden deed verdubbelen en in 1960 kwam de plastic versie op de markt, ontwikkeld door White & Mackay.

 

Van toen af werden de schroefdoppen veel gebruikt in de wijnmakerij maar de afdichting voldeed niet echt. Het is pas met het ontwerp van de “Stelvin” dop dat dichting kwalitatief in orde bleek. Deze schroefdop werd ontwikkeld in Frankrijk door “La Bouchage Mecanique” en is nu een geregistreerd handelsmerk van de firma Pechiney, een fabrikant van flesafdichtingen.

Deze relatief lange Stelvin dop was speciaal ontwikkeld voor wijnflessen uit de Stelcap dop ( die niet speciaal voor de wijnfles ontwikkeld was.) De eerste wijnflessen werden indertijd van een stelcap voorzien, dikwijls in combinatie met een kurk.

 

De twee producten zien er bijna gelijk uit maar het grote verschil zit hem aan de binnenkant. De Stelcap was voorzien van een laagje kurk, bedekt met papier, bij de Stelvin daarentegen wordt een dun laagje tin, bedekt met een neutraal PVDC dat in contact komt met de wijn.

Andere merken: ROPP ( Roll on pilfer proof       - xxxx

                         ROTE ( Roll on tamper evident – xxxx

                         Supervin, ontwikkeld door de Australische firma Auscap.

 

 

Geschiedenis van de Stelvin schroefkap:

 

1960:    -     Laboratoriumproeven

-          Microbiology, oxidatie-reductie potentieel, vochtdoorlaatbaarheid van de dichtingen.

-           Goedkeuring van de producten in het labo, in samenwerking met Franse wijn instituten.

 

1970/    -     Eerste proeven in Zwitserland met de Chasselas wijn die door zijn lichtheid houdbaarheids     

71              en schimmelproblemen had bij gebruik van kurkstoppen.

 

1971/    -      Dichtingsproeven met klassewijnen ( o.a. Haut-Brion )

72        -      Proeven met lange tijd rechtopstaande flessen.

 

1972/    -      Proeven met verschillende wijnen over geheel Frankrijk in samenwerking met

76        -      locale professionele organisaties.

 

1972     -      Eerste commerciéle botteling in Zwitserland in het bedrijf HAMMEL.

 

1976     -      Introductie van Stelvin in Australie. ( Zie: het Yalumba verhaal later. )

 

1977     -      Eerste commerciéle botteling met Stelvin in Australie.

-          Weldra gevolgd door enkele Nieuw-Zeelandse producenten waaronder de firma Montana.

 

 

1978     -     Proefsessie van de eerder gebottelde topwijnen in klasse restaurants met als resultaat:               

                  Geen verschil merkbaar met klassiek gekurkte flessen.

                  Vanaf nu schakelen de meeste luchtvaartmaatschappijen over op Stelvin.

 

Vanaf    -     Zwitserse wijnmakers maken nu massal gebruik van de Stelvin-dop met Saranfilm-tin laag

1980           voor hun chasselas wijnen.

                  Gedurende deze periode blijven de Franse wijnboeren wat afzijdig.

       In 1984 schakelen de Australiers terug over op natuurkurk door de tegenstand    

      van de consument t.o.v. de schroefkap!!!

 

1990     -      De Zwitserse markt is nu goed voor 10 miljoen stuks per jaar.

                    De firma Sutter Home in California toont interesse voor het product.

                    Een nieuwe afdichting wordt gelanceerd voor wijnen die binnen 2 à 3 jaar verbruikt

        worden nl. het: Polexan Sanarex.

                    Er wordt tevens een nieuw soort afwerking van de dop voorzien met lager beginnende

        schroefdraad die het mogelijk maakt gevarieerde top-ontwerpen te maken en tevens

        zorgen voor een nog betere afdichting.

 

1995     -      De Zwitserse markt haalt meer dan 60 miljoen stuks per jaar.

                    Sutter Home gebruikt ook al 10 miljoen stuks.

                    Een promotie campagne in Frankrijk brengt niet veel op dank zij conservatisme.

 

2000     -      Australische wijnmakers van Clare Valley ondertussen kiezen voor Stelvin om hun

                   premium Rieslings te bottelen. Hun commentaar: zéér goed onthaal bij de media en

                    aanvaarding bij de consument.

 

2001     -       Nieuw-Zeeland reintroduceerd de Stelvin en de Auscap schroefdop als onderdeel van

        een nieuw initiatief i.v.m. schroefdop-dichtings-programma.

 

Het Yalumba verhaal.

 

Het tijdstip van introductie van Stelcap en Stelvin in Australie is nogal verwarrend in verschillende publicaties en daarom is aan de invoerder zelf gevraagd naar de juiste data.

 

De commercialisatie van van Stelvin gebeurde in 1976 door de firma ACI nadat in 1970 het stelcap programma was gestopt

Yalumba’s productie Directeur Peter Wall vroeg in 1964 aan Le Bouchage Mecanique een alternatieve sluiting voor wijnflessen te onwikkelen en hijzelf zorgde bijna in zijn eentje voor de verdere opvolging en onwikkeling ervan.

Vanaf 1973 werden nog verschillende firma’s ingeschakeld voor de verdere ontwikkeling en testen van het nieuwe product. ( Hardys, Mc Williams, Penfolds, Seppelts enz…)

 

Van 1971 tot 1976 werd de stelcap methode gebruikt, met wisselend succes.

 

Yalumba zelf starte het gebruik van stelvin in 1977 voor de Pewsey Vale Riesling.

In 1983 stopte men met het gebruik ervan en in het jaar 1984 gebruikte men zeker terug de kurken stoppen. De oorzaak: Vooroordelen van de consument.

 

De reintroductie.

 

Sommige Australische wijnproducenten beseften maar al te goed welke problemen ze konden verwachten door het gebruik van natuurkurk en daarom gebruikten ze schroefkappen voor intern gebruik in hun kelders, voor verouderingstesten of om op beurzen te gebruiken. In gesprekken met o.a. Sint Hallett en Irvines Wines bleek dat ze hun premium rode wijnen om deze reden botelden met schroefkappen.

Wat betreft de firma Yalumba zelf, proefsessies van hun stelvin flessen uit hun eigen museum toonden aan de wijn zich zéér goed ontwikkelde. Wat het gebruik in de toekomst betreft gingen zij van toen af strikt geselecteerde wijnen gebruiken voor een nieuwe gewenningsperiode van de gebruiker. 

Hun vrij nieuwe “Contours Pewsey Vale Riesling, voor de eerste maal uitgebracht in 1995, is afgesloten met Stelvin. Deze wijn is op de markt gebracht in 1997 als een reeds enkele tijd bestaand product. Hun “Eden Valley Riesling” is ook op deze wijze gebotteld.

 

Ook andere producenten beginnen hun wijnen met een schroefkap te distribueren en heel langzaam maar zeker wint de nieuwe methode veld.

 

Henschke in 1996 met “Julius Eden Valley Riesling”

Richmond grove in 1998 met “Watervale Riesling en Barossa Riesling”

Dorrien Estate in 1998 met een gedeelte van hun “Storton Riesling”

 

Niet alleen witte wijnen maar ook rode werden met een schroefkap gebotteld nl de “Red Velvet” van de firma Lilypilly Estate.

 

Maar de grote doorbraak kwam er door de marketing slogan van 15 Clare Valley producenten die ging als volgt: Riesling with a twist.

Volgens de Knapstein website was er een speciale fles en capsule hiervoor besteld in Frankrijk.

 

Niet alleen de Australiers zijn gewonnen voor het nieuwe product.

In september 2000 verdeeld de wijnmakerij Plumjack in Napa Valley ( USA ) een gedeelte van hun rode topwijn, de 1997 Reserve Cabernet Sauvignon, in schroefkap.

 

Ook Nieuw-Zeeland zijn ze recent begonnen met het gebruik van schroefkappen. Zij gebruiken vooral de Auscap merk.

In 2001 werd daar de “Screwcap Wine Seal Initiative” opgericht en hun eerste wijn werd verdeeld op 13 augustus 2001.

Hoofdreden van de omschakeling: kurkschimmel aan de ene kant en de zoektocht naar nieuwe kwalitatieve afdichtingen aan de andere kant.

 

Men raakt meer en meer overtuigd van de schroefkap technologie.

 

Maart 2002.

 Andere US wijnmakerijen volgen de trend.

Sonoma-Cutrer kondigt in november 2001 aan dat ze 800 kisten van hun 65$ Founders Reserve Chardonnay van 1999 gaan bottelen met schroefkap om te worden uitgebracht in de herfst.

Downing Family Vineyards kondigt op de jaarlijkse ZAP-proefdagen dat ze schroefkappen gaan gebruiken op 210 kisten van hun “Fly by nicht Zinfandel” te koop vanaf mei 2002.

 

April 2002

Montana, de grootste N-Z producent gaat schroefkappen gebruiken voor hun “Copperfield”   restaurantwijn en dit op vraag van verdelers en groothandelaars. Montana gebruikte al verschillende jaren schroefkappen voor hun flessen aan boord van vliegtuigen.

 

Mei 2002

De N-Z Scewcap Wine Seale Initiative vertegenwoordigd 31 wijnmakers op de Londense wijn en drankenbeurs.

 

Plumjack Winery’s resolute ommekeer in de richting van deze nieuwe afdichting voor hun 1997 Cabernet Sauvignon heeft nog niet veel effect op andere producenten. Toch willen ze ook hun Plumjack Cabernet Sauvignon van 1999 voorzien van schroefkappen. De prijs voor dit edele vocht:

155 $ !!!

 

Bonny Doon kondigt aan dat ze 80.000 kisten van hun Ca’ del Solo Big House rode en witte wijn gaan voorzien van de nieuwe kappen, dit is een wijn aan 10$ per fles. De planning is om ook voor de rest van hun productie de komende jaren over te schakelen op schroefkappen wat betekent dat ze meer dan 30 soorten gaan behandelen aan prijzen van 9 tot 32 $ per fles.

 

 

 

 

De producenten van Oregon zien ook heil in het nieuwe product.

 

Argyle Winery in Dundee bottelen hun 2000 Merlot ( 30 $ ) en 2000 Cabernet Franc ( 25 $ ) in kwalitatieve Bordeaux flessen met schroefdop. Hun Pinot noir gaat volgen omdat ze een leverancier van Bourgogne flessen gevonden hebben en ze denken er over om zelf een een schroefkap-bottelmachiene aan te schaffen.

 

Willakenzie Estate hebben 15 percent van Pinot Gris gebotteld met schroefkap en dat zijn toch 10.000

Flessen.

 

O’Reilly zegt dat ze ook gaan overschakelen en nog meer zullen volgen.

 

Terug in Australie Penfolds 2001, Rosemount en Wynn’s Rieslings worden ook met schroefkap geleverd aan een Britse warenhuisketen.

 

Eerste klas rode wijn volgt de trend.

 

Jeffrey Gosset botteld hun 2000 Gaia rood met Stelvin en Barrington Estate hun1999 ‘Millenium’ Shiraz.

 

In N-Z tenslotte wordt het de gewoonte om pinot noir te bottelen met schroefkap met als voortrekker Vidal Estate die ook hun premium cabernet en merlot zo bottelen.

 

 

 

 

 

Goede wijn behoeft geen kurk
Wijn, en dan vooral die uit nieuwe wijnlanden, zit steeds vaker onder een kurk van kunststof. Een gotspe, menen de wijnsnobs. Maar van Nederlands enige echte wijntechnoloog Gerhard Horstink krijgt kunststof het voordeel van de twijfel, al voorspelt hij een harde strijd om de hegemonie in de flessenhals.
Begin jaren negentig ontstaat er tumult door de komst van de synthetische kurk in een tijd dat wijn opvallend veel te lijden heeft onder een kurksmaak en geur. Amerikaanse bedrijven als Cellukork en SupremeCorq ruiken hun kans. Nieuwe wijnlanden als Zuid-Afrika, de Verenigde Staten en Australië zitten minder gebakken aan tradities en durven over te schakelen op een hightech kunststof vervanger. "Ik hoor er nogal tegenstrijdige dingen over", zegt Alain Werkers van Herman Wijnhandel in Axel. "De grote vraag is natuurlijk of wijn kan ademen door een synthetische kurk. En het schijnt dat dat niet zo is. Ademen is voor de duurdere wijnen zeker van belang, voor jonge, goedkope wijnen minder."
Maar volgens wijntechnoloog Gerhard Horstink uit Hoogerheide is het 'ademen' van wijn 'kletskoek'. Een kurk moet een fles goed afsluiten, niet meer en niet minder, Als een kurk zou ademen zou de wijn verdampen en oxyderen." Horstink zegt dat voor wijnen die binnen een jaar na het bottelen gedronken worden - volgens hem 80 procent - een kunstkurk de beste afsluiter is. En bij grootschalig gebruik ook de goedkoopste. Over het effect van kunstkurk op dure bewaarwijnen is nog weinig bekend.
Overtuigen Paul Molleman van het California Wijn Instituut, dat de Amerikaanse wijnen in Nederland promoot, voorspelt een gouden toekomst voor de nepkurk. Je hebt ze in allerlei varianten, zelfs met een laagje echte kurk aan de onderkant zodat er toch smaakuitwisseling tussen kurk en wijn plaatsvindt. Lekkages heb ik zelf nooit meegemaakt, maar wel dat een synthetische kurk moeilijk te trekken was. Daar hebben ze intussen weer allerlei coatings voor uitgevonden." Het is volgens Horstink een hels karwei om consument en wijnbranche te overtuigen 'Wijn is immers emotie. Alleen als AH paginagroot adverteert, is de consument massaal over de streep ie trekken. Mensen zien wijn nog steeds als een natuurproduct, en een kunststofkurk past dan niet.' Die plastic schroefdop scoort ook hoog bij Molleman. Maar dat kan hier in Nederland écht niet', lacht hij. Omdat je dan helemáál veel heilige huisjes omver schopt. Jammer, want 4 tot 5 procent van alle wijn wordt verpest door een kurksmaak. Alleen al in California spreek je dan over miljoenendollars die worden weggegooid.'
Amerikanen zitten minder vastgebakken aan regels en tradities dan bijvoorbeeld Fransen, beaamt Paul Molleman. Amerikanen kunnen wijn beoordelen op wat die is, gaan minder uit van wat ze dénken dat-ie moet zijn.
Lekken  Maar de eerste synthetische kurken zwellen soms te snel in de flessenhals waardoor deze het begeeft. Ook zijn ze soms moeilijk te trekken. Na een jaar kunnen ze minder elastisch worden en is er kans op lekkage of oxidatie van de wijn.
“En een recente Portugese studie beweert dat kunststof kurken vaak lekken”, zegt Horstink. “Maar ik betwijfel of die studie betrouwbaar is, Portugal is immers de grootste natuurkurkenexporteur van de wereld.” Het gevolg van de komst van een concurrent is wel dat de kurkindustrie de kwaliteit van de 'echte' kurken verbetert; slechts in een half procent van alle flessen zouden wijndrinkers nog iets van de kurk terug kunnen proeven, beweren de kurkfabrikanten.
Horstink: “Op de wijnen met een hoge omloopsnelheid hebben kunstkurken geen enkel effect, dat is inmiddels wel bewezen. Fabrikanten zijn niet gek; er is jarenlang geëxperimenteerd. Als ze slim zijn, hebben ze ergens wat partijen bewaarwijn weggezet met kunststof kurken. We weten al eeuwen dat natuurkurk prima voldoet, twintig tot dertig jaar en zelfs langer. Als dat bij kunstkurk ook zo is, kan de natuurkurk zijn beste tijd wel eens gehad hebben.”
Molleman denkt dat de kunststof kurk over drie tot vier jaar een grote sprong voorwaarts maakt. "De wijnconsumptie groeit wereldwijd enorm. Met name in de nieuwe wijnlanden zijn de afgelopen jaren gigantische arealen druiven gepland om in te spelen op die grotere vraag. Over een paar jaar komen daar de eerste oogsten vandaan. En dan kómt er toch een plas wijn bij! Ze zullen die kunststof kurk dan gewoon hard nodig hebben."

 

Lees ook hierover een reactie van de kurkindustrie door o.m.
Amorimcork

Op dit ogenblik, we zijn april 2005, is er een zéér interessante discussie
bezig in Nederland over dit onderwerp. We houden u op de hoogte.
In ons ledenblad VAW-Magazine tenslotte is er ook een korte bijdrage
hierover verschenen ( nr.2 maart-april 2005 )