laatste nieuws (tip!)
nestkasten

uilen
braakballen
roofvogels
weidevogels
zwaluwen
watervogels
grote gele kwikstaart
ptt-project
bijzondere waarnemingen
links
bestuur
            


See who's visiting this page.










V
erslag 2004
Teken Gastenboek Bekijk het Gastenboek
naar roofvogels
                Wespendief (pernis apivorus)

Veldkenmerken: Staartpatroon is
karakteristiek met een brede
subterminale band en twee smallere
banden bij de basis. (van onderen
gedeeltelijk verborgen achter de
onderstaartdekveren). Het mannetje
heeft een grijze kop, brede zwarte
vleugelachterrand, zwarte handpentop-
pen en brede lichte band voor de
bandering op midden- en voorvleugel.
Oranje ogen.
Bij het vrouwtje is de bandering op de slagpennen valer, onduidelijker vleugelachterrand, donkere handpennen en bruine kop. Heldergele ogen.
De wespendief heeft een kleine kop, spleetvormige neusgaten, een slanke hals en stevige poten.
Grootte: 50-58 cm
Spanwijdte: 127-136 cm
Nest: In naaldbomen op een hoogte van 15 tot 20 meter, bij voorkeur in douglas- of fijnspar, veelal nieuw gebouwd, maar nesten van andere soorten worden niet gemeden. De nestrand is dik belegd met vers gebladerte en afgebroken twijgen van naald- en loofbomen.
Legtijd: half mei tot half juni, 1-3 eieren, broedduur 33 dagen,jongen verlaten na 40-46 dagen het nest. Vrouwtje wordt tijdens het broeden af en toe door het mannetje afgelost.
Voedsel: Hoofdvoedsel larven van wespen en hommels, waarvan de raten uit de nesten scheurt. Bij voedselschaarste tijdens perioden met slecht weer ook andere insecten (kevers, krekels), jonge vogels, muizen, kikkers en hagedissen.
Vlucht: Als van de buizerd, maar langere, smallere vleugels, langere staart met drie donkere banden en met vooruitgestoken kop als die van een duif.
















Wespendieven trekken vooral in augustus en de eerste helft van september via Gibraltar en Italië naar tropisch Afrika om daar te overwinteren. De eerstejaars jongen blijven daar het eerste jaar en komen pas daarna weer terug. Trekkende Wespendieven uit Zweden en Denemarken komen bij ons over op weg naar het zuiden. De voorjaarstrek vindt voornamelijk in mei plaats.
De meeste broedgevallen worden gewoonlijk op de Veluwe en de nabijliggende Utrechtse Heuvelrug vastgesteld. Wespendieven worden nog altijd beschouwd als mysterieuze, geheimzinnige en zeldzame vogel. Omdat zij pas laat op de broedplaats terugkomen, hun nesten in het zomerse bos nauwelijks opvallen en door hun weinig opvallend geluid of zwijgzaamheid wordt hun voorkomen vaak onderschat.
het neusgat van de wespendief is spleetvormig zodat de wespendief niet zo snel zand in het neusgat krijgt tijdens het uitgraven van wespennesten.