To whom it may concern...
we're getting the hell out off here!

(N.B.: Voor degene die het niet weten: "we" zijn Erik (33j) en zijn lieftallig vriendinnetje Pascale (24j) uit Neerpelt, BelgiŽ)


Jaja, vriendjes en vriendinnetjes, het is eindelijk zover. Na weken zagen over onze reis zijn we nu ook effectief vertrokken!
We hebben speciaal voor onze dierbaren die wij achter laten deze site ontworpen zodat jullie alle  gebeurtenissen en ervaringen op de voet kunnen volgen. Dus jullie moeten je geen zorgen maken, op deze manier reis je een beetje met ons mee (yeah right!).


De route loopt waarschijnlijk als volgt. Eerst naar Bangkok (Thailand) waar we eerst enkele dagen gaan relaxen, acclimatiseren en hopelijk niet te veel tijd moeten doorbrengen op het toilet. Daarna kopen we ofwel een retourtje ViŽtnam ofwel gaan we met de trein door Laos naar ViŽtnam waar we zo'n 3 weken gaan rondtrekken.
Daarna terug naar Thailand om dit prachtige land op haar beurt ook te verkennen.
Dan vliegen we van Bangkok naar Denpassar (Bali). IndonesÔe bestaat uit verschillende mooie eilanden maar we kunnen er  helaas maar een paar bezoeken; Java, Bali en Lombok?
Dan van Denpassar naar Darwin. Nu hebben we de tijd om de wereld van de Ozzies te verkennen. Allez, Pascale toch want Erik heeft in 1993 AustraliŽ al gedaan. Hopelijk komen we 2 andere traveljunkies tegen waar het mee klikt zodat we samen een auto kunnen kopen om op ons eigen ritme en volgens onze eigen route Down-under te exploreren. 
We vertrekken van Sydney naar Fiji waar we 5 daagskes op adem kunnen komen en effe echt vakantie nemen want zeg nu zelf; dat hebben we ondertussen toch wel verdiend!
We vliegen door naar Guadalajara (Mexico). Hiervoor moeten we een tussenstop maken in Los Angeles waar we 's nachts 5 uurkes moeten wachten maar verder dan de luchthaven zullen we helaas niet geraken. Na Mexico onveilig te hebben gemaakt en de tequila te hebben geproefd, willen we nog enkele andere Midden-Amerikaanse landen de eer van een bezoekje gunnen. Welke weten we nog niet; dat kan gaan van Belize, Guatemala, Honduras en Nicaragua tot Cuba. We zullen onze (ondertussen zongebruinde) neus wel volgen om dan tegen het einde van het jaar terug te landen in ons vertrouwde en geliefde BelgÔe.

Dit is de voorlopig geplande route en die kan natuurlijk nog veranderen want onze tickets zijn een jaar geldig. Gene paniek; we zijn dus ten laatste 1 mei 2003 terug! (Tenzij we ziek worden, ontvoerd worden of verliefd worden op een of ander volk of land en dus nooit meer terug komen.)

Hoop dat we jullie niet te veel doen watertanden. Als dat wel het geval is; je bent altijd welkom om een stukske mee te reizen.

Tot binnenkort!


5 mei:
Niet iedereen heeft onze eerste e-mail ontvangen en daarom even terugblikken. We zijn dus goed aangekomen in Bangkok, dat is teminste wat je  wil verstaan onder goed want bijna onze vluchten 2 x gemist door te lang blijven hangen in de luchthavenbars. Maar soit, in Bangkok aangekomen was het heerlijk weer, 33 graden en toen... een stortregen van jewelste
Dus wij te voet in de plensregen heen en weer gestuurd op zoek naar ons hostel. Uiteindelijk er de brui aan gegeven en een tuk-tuk genomen tot voor de deur .
Na de eerste nacht bekomen, de volgende dag de stad verkend. Wordt vervolgd. Internetcafe sluit; dus tot over 4 dagen want we gaan 4 dagen hiken in de bergen.

8 mei;
Sawadi (Hallo)We're back! Het was geweldig maar daarover later meer.
Dus eerst het vervolg uit Bangkok; het jeugdhostel viel reuzegoed mee, vooral de gast aan de receptie was te gek! Een jonge homo met leuke maniertjes zoals als je hem iets vroeg stopte hij heel vrouwelijk zijn vingers in zijn oren en zei; 'Excuse me? Whaaat?" .  Alle Thaise mensen zijn overigens superlief  en je wordt hier zo goed als niet  lastig gevallen in de trant van "Mister, mister, you buy?". Slechts 1 keer is ons dit verkomen. We wandelden rond in Bangkok en een tuk-tukdriver bood ons aan om voor 50 bath (= 50 Bfr) een uur door Bangkok rond te rijden en enkele tempels te bezoeken. We bedankten vriendelijk en hij reed verder om 20 meter verder opnieuw te stoppen en dezelfde tour aan te bieden voor 20 bath. Zo ging het nog verder tot we uiteindelijk gratis mee mochten. Maar zelfs hij was niet vervelend, alleen grappig en doortastend.
We hebben een Amerikaans koppel, David en Susana, leren kennen ( nee, niet de typische domme Amerikanen ook al zijn ze wel pro-Bush (contradictie?)) waarmee we 's avonds ergens weeral heerlijk  zijn gaan eten. Op de terugweg naar het hostel
My Info:
Erik & Pascale
Name:
zendemen@hotmail.com
Email:
Join the loverepublic!
kwamen we nog een aantal interessante wezentjes tegen. De ratten en kakkerlakken rule Bangkok at night en ze zijn inderdaad reuzegroot! Maar gelukkig hadden zij meer schrik voor ons dan omgekeerd.
We hebben ondertussen besloten om toch eerst Thailand te verkennen en dan pas naar Vietnam te gaan. We zijn namelijk samen met onze Amerikaanse vriendjes naar het Noorden van Thailand (Chang Mai) getrokken. Daarvoor moesten we 13 uur op een nachttrein zitten; zonder kippen en varkens zoals we eigenlijk hadden verwacht en plaats zat! We hadden al in het station van Bangkok een trip van drie dagen geboekt en daar zat een nachtje in een hostel inbegrepen. We hadden er niet veel van verwacht maar het was reuzegezellig en luxueus met een groot zwembad en al. Ja, het leven kan zwaar zijn als backpacker! Dat was de dag erna wel even anders. We hebben  op de trip de hoogste berg van Thailand gedaan (2260 m) , wel pas gestart op 700 m maar de eerste dag al 1000 m omhoog gegaan. Niet slecht he, voor 2 rokers waarvan eentje met totaal geen conditie (Pascale, voor alle duidelijkheid) en eentje met de ziekte van Bechterew, dat laatste viel overigens heel goed mee dankzij het hete weer. Naast klimmen en dalen hebben we ook 3 stammen (een Chinese stam (naam?), de Anka's en de Palaung) bezocht waarvan we bij 2 mochten overnachten.
SORRY, weeral een wordt vervolgd, gaan effe eten en dan zijn we er weer

Hier zijn we weer! Deze stammen zijn nog maar enkele keren in contact gekomen met Westerlingen, de route bestaat nog maar pas dus het was echt wel indrukwekkend. Net als de jungle zelf trouwens; liters zweet verloren. Bij de eerste stam al direct eerste hulp gegeven; een schattig oud mannetje met een schoenenfetisj (roze, blauwe,...botjes) zag ons lopen met een tube zalf en liet ons zijn hoofdwonde zien. Dus wij die liefdevol verzorgd natuurlijk. 's Nachts opgestaan voor een plasje, toen ik (Pascale) de zaklamp aandeed voor het toiletpapier te nemen stonden er opeens 4 buffalo's me aan te staren, onschuldige beestjes maar ik ben toch maar snel terug mijn "bed" in gekropen. Onderweg naar de volgende stam hebben we  ontdekt dat de natuur hier heel wat te bieden heeft; litchi's, mango's en ander lekkers maar er is ook een keerzijde aan het wandelen dicht tegen de grens met Birma. U raadt het al; achtergrondgeluiden van gevechten tussen de drugstriades en het Thaise leger (plus minus 30 km). Maar geen paniek, onze gidsen wisten wat ze deden. Erik niet echt want mijn lieve beschermengel was een 200 jaar oud geweer van de stam aan het testen zonder te beseffen dat het geladen was natuurlijk. Luckely no-one got hurt. 's Namiddags waren we het wandelen beu en hebben we gebruik gemaakt van een jungle-tuk-tuk (olifant, foto's later) om ons bij de volgende stam te droppen. Deze stam stond bekend voor haar verlegenheid maar daar was nog weinig van te merken na een spelletje separaklauw ( soort volleyvoetbal)waar Erik, also known as Skinhead, niet echt in uitblonk. Gevolg: hilariteit alom door die rare Westerling.'s Avonds heerlijk geslapen na een paar glazen whiskey en een traditionele dans (niet zoals in een toeristisch hotel) opgevoerd door de meisjes van de stam. En wat doe je als je wakker wordt en een sigaretje hebt gerookt? Juist; kakken! Geef Pascale een gat en ze hangt er al boven. (ik een luxebeest? Yeah right.)
Vandaag na nog wat hiken en een tochtje op een bamboemat (bootachtig iets dat grotendeels bleef drijven) uitgeput thuisgekomen. Maar wat het meeste blijft hangen zijn de gezichtjes van die schattige kindjes (en ouw pekes(Pascale)) om te stelen gewoon. Het is ook weer wat wennen terug in het guesthouse, je voelt je daar echt een koning te rijk. Wij gaan nog wat nagenieten, tot een van dees!

15 mei:
We zijn ondertussen via Bangkok naar het Zuiden gereisd. In Bangkok zijn we op Boedhistische wijze ons voedsel gaan voeren. Er is namelijk een ritueel op Thewetpier om broodkorstjes aan katvissen te voeren. We spreken wel van zakken korstjes van 5 kilo wat evenveel kost als het eten van henzelf voor een dag. Die beestjes zijn dan ook moddervet en je zag de rivier niet meer, zoveel vis zat daar. Over eten gesproken; je eet hier voor 10 fr op straat en voor 30 fr op restaurant en het is overal heerlijk dus afvallen zit er voorlopig nog niet in. Alleen het bier is duur; 75 fr voor een grote fles dus we zijn al overgeschakeld op whiskey. Wat ook opviel ieder huisje heeft hier zijn altaartje. Als men dus spreekt van 90 % Boedhisme is dat dus ook praktiserend in Thailand, wat je van ons geloof niet kunt zeggen.
Na nog wat Wats (tempels) en marktjes te hebben bezocht zijn we afgezakt naar het Zuiden voor een welverdiende vakantie van een week op Ko Samui en Krabi. Want Bangkok met zijn 8 miljoen inwoners blijft een drukke en vermoeiende stad. Hier op het grootste eiland van de Ko's is het leven niet al te zwaar, al hadden we wel wat moeite om uit onze hangmat te komen om dit verslagje op de site te zetten. Wat wil je, als je een hutje aan het ongerepte strand hebt (5 m) voor 150 fr en een zonsondergang die onbetaalbaar is. Typische gerechten zijn haai met ananas of met curry (een echte aanrader) en de kokosnoot valt gewoon in onze hangmat. Straks een watervalletje bezoeken en voor de rest nog wat genieten van dit mooie eiland alvorens we naar Krabi gaan waar limestones en laguenes een ander beeld van het mooie Zuiden zullen geven. Ja, dit is vakantie op zijn best maar we profiteren ervan voor we het droge Cambodja en zijn Killing Fields aandoen. Inderdaad, zoals de aandachtige lezer al heeft opgemerkt; de route is al gewijzigd dankzij de boeiende verhalen van andere backpackers en onze goesting natuurlijk. Dat was het weer zo'n beetje, tot de volgende keer.
En nee, we zijn het niet vergeten; aan alle moedertjes; een gelukkige moedertjesdag! La gone kap (salut).
P.S.: Foto's volgen zodra we ze ergens kunnen downloaden.

20 mei:
Pascale is jarig; hiep hiep.hoera! Seffes lekker gaan shoppen in Bangkok waar ik voor 1000 fr een zak vol kleren kan kopen; out with the old, in with the new! Nog maar net terug van Krabi (14 uren bus) wat zekers de moeite waard was. Al hopen we dat dit stadje niet het tweede Pukhet of Pathaya wordt (Sorry familie Theunissen). Hier zie je veel backpackers, eco-travellers en rockclimbers; een leuke omgeving dus. Met o.a. een leuk drijvend Moslim-vissersstadje en natuurlijk de rots uit "The man with the Golden Gun" (007) en ook stukken van The Beach zijn hier opgenomen. Nu we het over film hebben , in ons favoriete eettentje in Krabi vertoonden ze bij het eten ook de laatste nieuwe films zoals Ocean Eleven. Dus je ziet zelfs hier blijven we bij. (DVD-kopie). Nog een freakshow gezien; een Schotse veteraan met een schroefje los zong begeleid op zijn gitaar allemaal liedjes over Vietnam (steeds dezelfde melodie, andere tekst) voor een verbaasd, lachend Thais publiek. Ook dankzij de Bangkok Post blijven we goed op de hoogte over ons Belgenlandje; de Rode Duivels rule en jammer voor Justin Henin. Zeker een proficiat voor de keuze van Bels om 1 van de 13 uit de Geboortekerk op te nemen. Gaan nu onze visas regelen voor Cambodja, Vietnam en Laos dus nog even profiteren van het rijke Thailand dat trouwens een absolute aanrader is voor iedereen. C ya!

Gisteren naast het winkelen ook nog wat bezienswaardigheden gezien zoals een gouden liggende Boedha van 42 meter lang en daarna een hapje gaan eten aan de pier waar bijna geen toeristen komen; superlekker en geen toeristenattracties zoals in Koah San Road waar ze met baby-olifantjes door de straten paraderen (zielig). s' Avonds nog wa pintekes gaan pakken en een te gek (letterlijk) Sloveens koppel ontmoet waarmee we alle soorten insecten die te koop waren geprobeerd hebben. En eerlijk is eerlijk, sommige waren best wel lekker, alleen die pootjes blijven zo vervelend tussen je tanden zitten. De avond eindigde wat stom door een zatte Engelsman (de hooligan) die zijn rekening niet wou betalen en de Thaise garcon begon af te slaan. Erik en heel wat anderen hebben hem de straat uitgejaagd en hij zit nu voor een tijdje in het Bangkok Hilton. Daar willen we trouwens ook nog naar toe gaan om enkele buitenlandse gevangenen die nooit bezoek krijgen te gaan bezoeken, maar dat is pas voor als we terug zijn uit Laos.

21 mei:
Pfoew, the day after! Met een kater ter grote van de Himalaya ons om 5 u uit ons bed gezeuld om naar Cambodia te vertrekken. De vakantie is voorbij, nu kan het echte reizen beginnen. Na een semi-aangename rit tot aan de grens; aankomst in het niemandsland. Ze hadden ons verteld dat het aan de grens ooit 4 uur aanschuiven was, maar ons lukte het gelukkig op een half uurtje. (Suus, bedankt voor het petje want Erik had de lachers op zijn hand, ze dachten blijkbaar allemaal dat het een soort communistisch legerpetje was) Het verschil met Thailand was onmiddellijk merkbaar: van groen naar zand, van rijk naar straatarm. Zelf in elkaar geknutselde overvol geladen Mad Max-mobiles, volledig uit hout (ook de wielen) zijn er het vervoersmiddel bij uitstek om waren en mensen te vervoeren naar Cambodia.Ook goed te merken aan de wegen, we hebben 6 uur onvrijwillig gedansd op de bus. De wegen bestaan uit zand, dikke keien (zodat je niet meteen komt vast te zitten als het regent) en ongelooflijk diepe kuilen waar je ook kijkt. Resultaat: je komt helemaal verfromfraaid, door elkaar geschud en met een pijnlijke kont uit zo'n busje. Het land zelf is echter prachtig, heel uitgestrekt en na de grens toch weer veel groen. We waren ook gestopt in een klein dorpje van hutjes voor een plaspauze. De mensen zijn daar echt ongelooflijk lief. Ze zijn wat schuchter maar als je naar ze lacht, lachen ze terug en dan stralen ze gewoon helemaal. Ze hebben hier duidelijk niet voor niks de reputatie van het liefste volk van heel Zuid-Oost-Azie. Toen we Siem Reap naderden schrokken we efkes; enkele gigantische hotels waar je tot 1500 dollar voor een kamer betaald met daarlangs weer shanti-hutjes. En dan te weten dat Cambodia nog maar 3 jaar open is voor toeristen. Ons guesthouse van 5 Euro is zeker zo goed; netjes (ge kunt gerust zijn, moeder) en dicht bij het centrum en de tempels van Angkor. Na deze helletocht met het busje hadden we wel wat lekkers verdiend dus wij op zoek en wat bleek; alle eten kon je ook in een 'happy'versie krijgen. Happy pizza, happy chickensoup,... allemaal gekruid met wat ganja!

22 mei:
Weer opgestaan om 4u30 om de zonsopgang te kunnen zien bij de tempels van Angkor. Uitslapen zit er echt niet in voor ons dappere reizigers. Maar het was dan ook absoluut de moeite waard; een prachtig, mysterieus zicht. Daarna met motortaxi' van de ene naar de andere tempel gereden; de ene nog indrukwekkender dan de andere. De ''jungle-tempel' was onze favoriet, een tempel overwoekerd door gigantische bomen, prachtig (voor de filmfreaks: zie Tomb Raider). Om 15 u hadden we een tempel-burnout  en gingen we terug naar het guesthouse. Het dorp bezoeken is niet altijd even gemakkelijk met zoveel straatkinderen en bedelaars die het slachtoffer zijn van de ontelbare landmijnen in Cambodia.


















































































































































23 mei;
Weer een moeilijk moment toen we het landmijn-museum bezochten van de 27-jarige Aki Ra . Wat deze man allemaal van kinds af aan heeft meegemaakt tart alle verbeelding, net als de horrorverhalen over de Khmer Rouge. Zo vertelde hij ons dat toen zijn vader ernstig ziek werd ten gevolge van ondervoeding enz. hij in het ziekenhuis konijnenkeutels als medicijn en rioolwater als serum kreeg toegediend. Toen hij na enkele dagen eindelijk wat eten kreeg en dit dan ook gulzig opat, schoot de Khmer Rouge hem dood. Als je echt ziek bent heb je namelijk geen honger. Hij heeft ook een jongetje in huis opgenomen. Toen het nog een baby was, was het samen met zijn vader en moeder op een landmijn gereden. De moeder en vader waren onmiddellijk dood. Het duurde drie dagen alvorens ze de jongen konden redden omdat het hele gebied vol mijnen lag. Het had die drie dagen overleefd door aan de borst van zijn dode moeder te drinken. Nog elke week gaat Akira op pad om landmijnen onschadelijk te maken en dit zonder enige overheidssteun. Op dit ogenblik liggen er nog zo'n 3.000.000 mijnen verspreid over heel Cambodia. Ook het kinderhospitaal hier in de buurt kan heel wat steun gebruiken. Wij hebben een kleine bijdrage gedaan. Jij kan dit ook doen of gewoon meer lezen over het leven en werk van Aki Ra op de website;www.landmine-museum.com.
Na al die miserie even tot rust gekomen in de vlindertuin van Ian, een Engels weduwnaar, die hier in Seam Riep 1200 verschillende vlinders heeft rondfladderen. Een prachtige omgeving in dit anders stoffige stadje en ondertussen helpt hij ook de straatkinderen door hen te betalen voor de vlinders die ze voor hem vangen. Iedereen lijkt hier zijn steentje bij te dragen want je hebt hier zelfs een cafe met het moto;"Save someone's liver by ruining your own", er gaat namelijk 5 cent van elke verkochte pint naar het plaatselijke ziekenhuis. En jawel, ook wij hebben weer een kleine bijdrage gedaan. Nogmaals, dit kan je van de overheid niet zeggen, die is zo corrupt als de pest, net als de politie die het geld overal komt ophalen en tellen waar je bijzit, zogenaamd beschermgeld. Dit zal ons waarschijnlijk nog duidelijker worden in de hoofdstad Phnom Pen.

25 mei:
Gisteren weer 10 uur aan een stuk zitten shaken op de bus op weg naar Phnom Penh, toegegeven met een pauze van een uur toen het busje het opeens begaf. Geen probleem, de Cambodianen zijn een inventief volkje. De radiator was stuk, echt serieus grote gaten erin maar ze hebben het gemaakt met behulp van 2 sigarettenfilters en wat modder. Vraag me niet hoe maar het is hen gelukt. 's Avonds in het guesthouse bereidden ze ons een beetje voor op wat we vandaag allemaal te zien kregen met de film "The Killing Fields". Na de film nog een interessant gesprek gehad met Kim, iemand van het guesthouse over de huidige politieke situatie. Corruptie alom en tegenstanders van de Cambodiaanse Volkspartij worden nog steeds uit de weg geruimd. De laatste grote aanslag met veel onschuldige slachtoffers dateert van 1998, vandaag hoor je af en toe alleen wat geweerschoten in de verte. Dit kan een overval zijn, een afrekening of gewoon een waarschuwing dat er ergens brand is uitgebroken. (Wij houden het altijd maar op het laatste). Elke reden is goed om hun AK-47 boven te halen. Toch voel je je hier even veilig als in Brussel ofzo. Ook Jan met de Pet kan hier trouwens lekker knallen. In deshootingrange kan je voor 20 US Dollar 30 kogels met  een AK-47 afschieten en voor wat meer geld nemen ze je mee in de heuvels waar je met een Bazooka op een koe kan richten. Toch een raar volkje zal je denken maar als de toeristen dit niet deden zou dit soort gekheid ook niet bestaan. Erik had wel zin maar hield het toch maar bij de eerste ervaring uit Thailand (Trouwens dat zou ons een dagbudget hebben gekost dus toch maar niet. Om nog maar te zwijgen over het morele aspect) Meer levensbedreigend is hier echter het verkeer. Nog nooit zo'n helse rit achter op een brommertje meegemaakt; slechte wegen (als je ze zo kan noemen), geen verkeersregels en een drukte van jewelste. We hebben echt ons leven een paar keer voor onze ogen zien voorbij flitsen; (nu ja "zien", veel te veel stof) dus vanaf nu alles te voet.
Verder voelen ze hier op het politieke vlak ook nog de hete adem van Vietnam in hun nek dat Cambodia maar al te graag zou willen inlijven. Maar vergeet niet; de Khmers vallen niet te onderschatten, denk maar aan de Killing Fields. Het was inderdaad angstaanjagend indrukwekkend; al die massagraven en doodshoofden. Daarna S-21 bezocht, het grootste concentratiekamp, schrijnend natuurlijk. Wat meer kan je zeggen. Wij gaan het hier in ieder geval effe bij laten.

27 mei;
Phnom Pehn staat echt wel voor Guns, Girls en Ganja. De  tiener- en zelfs kinderprostitutie is hier helaas  alomtegenwoordig; een van de bordelen heet zelfs "The Kiddie Corner", om woest van te worden. Sinds Thailand streng optreedt tegen dit soort perversiteiten is het gewoon verplaatst naar Cambodia. Ook de straatkinderen zie je overal. Een keer waren we zo dom om aan de Riverside te gaan eten, buiten op het terras. Nog geen 2 minuten nadat we besteld hadden stonden er 10 kinderen rond onze tafel om te bedelen. Toen ons eten er was stonden ze te watertanden dus probeer dan zelf maar eens een hap door je keel te krijgen. We hebben uiteindelijk de helft van ons eten en drinken weggegeven. (Nog een verschil met Thailand, daar bedelen de kinderen ook maar als je ze eten aanbiedt moeten ze het niet hebben, ze willen alleen geld.) Je ziet hier gelukkig wel overal UN-wagens (wellfare program, disastermanagement,...)  maar de lokale bevolking is hier niet te spreken over de UNTAC (peacekeepers?), ze hebben geen reet uitgevoerd, alleen een zeer goed loon geincasseerd en opgebrast aan drank, drugs en hoeren. En ondertussen is er ook nog door de Afrikaanse UN-troepen AIDS verspreid over het hele land. Jaja, daar gaat ons belastingsgeld ook gedeeltelijk naar toe. Als gewone buitenlander kan je hier trouwens ook ne goeie frank verdienen. Ze zoeken hier namelijk heel veel leraren Engels en dan kan je 20 Dollar per uur verdienen. Het ergste van de hele zaak is dat je zelfs helemaal geen goed Engels moet kunnen. Een Roemeen zei ons met een zwaar accent:"I been teach Englisch since 4 years." Phnom Pehn is misschien anarchie maar het platte land is heel anders. De armoede valt hier minder erg op als in de stad en aan voedsel is er geen tekort. Het blijft voor ons een hele ervaring om telkens opnieuw mensen te ontmoeten die niets hebben en toch zoveel teruggeven. Afrikaanse toestanden, zeg maar. Het is en blijft echter Zuid-Oost Azie; "Same same but different". Deze spreuk kom je altijd en overal, te pas en te onpas tegen.

31 mei;
We hebben na weer een helse tocht (niets nieuws natuurlijk) de grens met Vietnam bereikt. Geen foto nemen van de rode ster! Dit doet me denken aan 1988 toen ik (Erik) communistisch gebied binnen ging in Europa. Toch gedaan natuurlijk. Het paranoide communisme merk je overal; telkens als je naar een nieuw guesthouse gaat moet je je paspoort effe afgeven en je moet altijd zeggen waar je naar toe gaat, Big Brother is watching. De weg naar de hoofdstad van het Zuiden is echter een hele verademing na de Cambodian "highways".  Toch zijn de mensen zelf vriendelijker dan verwacht en dit is nog maar Ho Chi Mihn City (Saigon). Ook al heel wat freaky ziektes gezien, van elephantitis tot kroep en een man met een huid vol bulten, waarschijnlijk allemaal simpel op te lossen met medicijnen maar ze hebben er het geld niet voor. Na een dagje rondslenteren in deze miljoenenstad zoeken we de rust op van de Mekong-delta.

1 juni;
Guy en Hilde, jullie hadden gelijk, de Mekong-delta en haar bevolking is prachtig. Zeker de tocht op een van de typische bootjes door de smalle kanaaltjes en langs de rijstvelden zullen ons op ons 5-jarig samenzijn bijblijven. Jaja mensen, zo lang houden we het al uit. Na een bezoek aan een coconutcandy-"factory"  bij een familie gestopt voor de lunch. Die draaide uit op een vrolijke zatte boel nadat we een keer geproefd hadden van hun lekkere bananarum en rijstwijn. Wat hebben we gelachen met die mensen en zij met ons. Daarna half ontnuchterd naar een traditionele markt (slangen, hagedissen,...) gegaan waar ze geen toeristen gewoon waren. Vooral niet het zwarte meisje dat bij ons was en een attractie op zich vormde. We hebben dan de nacht doorgebracht in een plaatselijk hotelletje uit de jaren 50 waar we gezellig naar de openingswedstrijd van de voetbal hebben gekeken. Het Vietnamese commentaar was hilarisch natuurlijk en de Vietnamezen hebben goed gevierd dat hun oude kolonisator verloor van Senegal. De volgende dag weer eens een drijvende markt bezocht en terug richting Saigon getrokken. To be continued...

3 juni;
Wie aan Vietnam denkt, denkt automatisch ook aan de oorlog dus hebben we vandaag de Cu Chi tunnels bezocht. Ongelooflijk dat de guerilla-strijders meer dan 15 jaar in tunnels (met gangen van 50 bij 80 cm) hebben kunnen leven (met keukens, slaapzalen, ziekenhuizen,...). Ik (Pascale) kreeg na 10 minuten in die tunnels al claustrofobie. Hier besef je ook dat de Amerikanen geen kans maakten en dit werd hen door de Franssen al verteld. Het is alsof je tegen geesten aan het vechten bent; het ene moment staan ze daar en 30 meter verder verdwijnen ze weer in een gat. Om nog maar te zwijgen over de hardnekkigheid van de Vietnamezen en de ingenieusiteit en wreedheid van hun foltertuigen en vallen. Dus gebruikten de Amerikanen Agent Orange om het gebied te klaren waarvan ze hier vandaag nog steeds de gevolgen dragen en wat we waarschijnlijk in Laos ook nog gaan zien. Onze gids, zelf een veteraan, kon het dus goed uitleggen maar wel in een Texaans accentje (waarschijnlijk te veel John Wayne-films gezien) en heeft ons kunnen overhalen om op het voormalige slagveld eens een AK-47 af te vuren (Toegegeven, veel overtuigingskracht had hij niet nodig). Erik die dit geluid moest leren herkennen tijdens maneuvers aan de Oost-Duitse grens (jaja, zijn legerdienst ligt duidelijk al effe achter hem) kon het wapen zelf nu ook eens uitproberen. En voor Pascale haar eerste keer ook niet slecht geschoten (ik voelde me eem echte mean machine). Het waren wel schietschijven en geen beesten deze keer zoals in Cambodia en voor een dollar per kogel zeggen zelfs pacifisten als wij geen nee.
Voor we het vergeten, we hadden Mama Tina een bezoekje willen brengen maar die zat helaas in India. Mama Tina is een Ierse vrouw die al meer dan 20 jaar zich het lot van de Vietnamese straatkinderen en hun familie aantrekt. Alles wat je hierover wil weten kan je vinden op haar website; www.cncf.org (Christina Noble Foundation) en donaties zijn altijd welkom natuurlijk. Zeker eens kijken, de moeite waard.

5 juni;
Na al dat oorlogsverleden en de big city waren we wel weer wat toe aan wat quality-beach-time en die hebben we zeker gehad op de "party-boot" in Natrangh. Eerst wat snorkelen in turkoisblauw water met alle kleuren vissen die we daarna hadden voor lunch (grapje) en dan aan de drijvende bar hangen waar "nee" niet bestond. Loc, aka Funcky Monkey, zorgde daar wel voor. Hij was trouwens ook een van de leden van de legendarische TM Brother's Boysband; beter dan Westlife, Backstreetboys n de rest van de nest. In dit stadje ook nog een Belg bezocht die hier 2 jaar geleden een zaakje is begonnen (van Genk, miene man). Trouwens, over Belgen gesproken, je ziet ze vandaag de dag meer en meer zich in 'den vreemde' vestigen (in Siem Reap, Cambodia, alleen al 4) maar we zagen er gisteren geen toen we moesten spelen tegen Japan, gene vette trouwens.
En nu weer onderweg naar Hoi Ann, Hue en Hanoi. Sin Chao en tot binnenkort!

7 juni;
Hoi An; the place to be als ge kleding op maat wilt laten maken; meer dan 200 vrouwen staan voor je klaar en ze leveren echt goed werk voor slechts 7 dollar per stuk. Wij hebben aan de verleiding kunnen weerstaan (we zijn tenslotte budgettravellers) en hebben gewoon genoten van het charmante stadje dat vroeger een grote haven was in Centraal Vietnam. Het is een echt pitoresk stadje met mooie huisjes als je al de souveniershops wegdenkt. We hopen dat dit stadje haar charme behoudt en zeker niet zo commercieel wordt als sommige plaatsen in Thailand. En in plaats van weer een prulletje te kopen, hebben we de kinderen van het plaatselijke weeshuis een bezoekje gebracht en de "mama" een kleine donatie gegeven. Op deze manier weet je zeker dat de kinderen ervan kunnen profiteren, vb. eten, herstellingswerken aan het huis, schoolmateriaal,...Goed om weten dat ze tenminste naar school kunnen gaan. Het is zeker niet allemaal kommer en kwel , er werd heel wat afgelachen en gespeeld. De tijd van gaan is weer gekomen, op naar Hue.

9 juni;
De vroegere hoofdstad van Vietnam met al haar tombes en pagodas (meer dan 1000 in en rond deze stad alleen) en de enige stad ter wereld naast Rome met een arena waar tijgers het moesten opnemen tegen olifanten, dat is Hue. Maar het is ook de stad waar veel gevochten werd, remember Hamburgerhill de berg die werd platgebombardeerd om de VC er niet uit te moeten gaan halen. Dit werd nogmaals bevestigd door een veteraan Mr. Than die wel aan de Amerikaanse zijde stond maar dan enkel om vrijheid te bekomen want hij moet ze ook niet echt. Die vrijheid raakte hij echter kwijt na de overwinning van de Communisten. 2 Jaar bak (heropvoeding) en dat is weinig ten opzichte van veel van zijn vrienden en alles werd hem afgepakt; huis, geld,... dus zijn gezin moest zich zonder hem redden en toen hij ons dit vertelde werd het hem (en ons) even teveel. Een oorlog is altijd smerig en dat merken we nu weer aan al de littekens van de mensen en hun land.
Maar het moet gezegd; vergeven en vergeten denken ze hier, door met het leven. Maar door de ogen van ons Westerlingen is het leven hier ongelooflijk zwaar. Een dag in het rijstveld werken levert hen 1 dollar oftewel 15000 Dong op terwijl een doorsneegezin van 6 hier al 20000 Dong per dag nodig heeft alleen al om te kunnen eten. Net als op zoveel plaatsen in de wereld betekent een Dollar per dag overleven. Wat voel je je dan rijk als je 5 of 6 Dollar voor een hotelkamer betaalt (wat naar onze normen zelfs goedkoop is). Aan alle pessimisten, je hebt het dus zo slecht nog niet en bij een kleine donatie, denk zeker niet "Dit is een druppel op een hete plaat" want alle beetjes helpen (Vermalen Projects : Een kleine moeite maakt een wereld van verschil)
Een vrolijker noot; we hebben nog een stel maffe Ozzie-girls uit Melbourne leren kennen die zelfs een mondje Nederlands kenden maar veel verder dan "neuken in de keuken" zeggen kwamen ze niet, letterl;ijk en figuurlijk want hun loverboys zaten nog in Australie. Zo hebben we ook weer een plaats om te crashen in Melbourne en ze zouden eens rondhoren voor een jobke voor ons.

10 juni;
Bad news, we dachten onze vlucht enkele weken uit te stellen en het Noorden van Vietnam (Hanoi, Halongbay, Sappa; schijnbaar het mooiste stuk van Vietnam) en Laos uigebreid te bezoeken maar dat gaat dus niet. Het was ofwel midden juni ofwel midden augustus vertrekken. Dit betekent dat we vanuit Danang snel snel door Laos terug naar Bangkok moeten om naar Indonesie te vliegen. Echt jammer want we hadden al zoveel goede verhalen gehoord over Laos (net als Cambodia nog puur en waar mensen nog geen idee hebben wat toerisme (geld) betekent). Daar zijn ze al blij dat de jaren van oorlog voorbij zijn en gebruiken ze nu mortierhulzen om hun bamboehutten te stutten (he da rijmt!) en Lao Lao (straf spul) om alles te vergeten. Och ja, we zullen er toch even van kunnen proeven; you can't always get what you want. Een luxeprobleem he.  Maar we zitten nu al met het idee om Oost Timor (pas onafhankelijk) indien mogelijk aan te doen (de eerste 2 toeristen na Kofi Annan?).
We gaan dus inderdaad wat langer in Indonesie blijven en wat we daar allemaal gaan uitspoken is voor later.

23 juni;
Het is inderdaad alweer 2 weken geleden dat we nog eens iets op de site hebben gezet,maar jullie zullen nog wat geduld moeten hebben. De eerste week konden we gewoon nergens internetten (Laos) en nu zijn we al een kleine week serieus ziek (moest er eens van komen he). Zodra we beter zijn volgt de rest van ons verhaal.
Maar aangezien de hittegolf in Bels, zullen jullie wel niet zoveel achter de pc zitten zeker. Dus voorlopig groetjes van zij die gaan sterven (lichtjes overdreven) en tot binnenkort.

30 juni;
WE'RE BACK!!! Voor we het vergeten, nog even iets te geks vertellen over Na Thrang (Vietnam). We kwamen daar om 4u30 's morgens aan dus we dachten, even gezellig onder ons tweetjes naar de sunrise gaan kijken. Niet dus, om 5 uur 's morgens zit het strand daar eivol Vietnamezen die Tai Chi doen, badmintonnen, joggen,... Te gek, dat zul je in Bels niet zien, lazy bastards!
Dan dus van Da Nang naar Laos met de "internationale" bus die (godzijdank) eerst gezegend werd, dat mocht ook wel gezien de slechte staat van de bus. Wij, met enkel Vietnamezen onderweg om een uurtje later al te stoppen. Plaspauze? I think not! De bus werd (letterlijk) volgestouwd met alle mogelijke materialn; stoelen, kisten, grote pakken met god-weet-wat-in, kuikens,...onder de stoelen, op de stoelen, in de gang, op de bus. Het was een wonder dat het beesje nog vooruit kwam. 's Nachts nog een keer gestopt voor een plaspauze en natuurlijk was ik (Pascale) de enige die moest gaan. Het toilet was gewoon een klein muurtje waar ik achter kon gaan zitten maar dat was het ergste nog niet. Toen ik terug liep naar de bus werd ik aangesproken door een man die volledig onder het bloed zat van een serieuze hoofdwonde en die helemaal groggy was. Hij probeerde uit te leggen wat er gebeurd was maar ik had het er toch niet op. Maar snel terug de bus op. Erik vertelde later dat hij klaar stond met een colaflesje in de hand voor als er iets gebeurde, niet nodig gelukkig.
Een maal aan de grens moesten we 5 uur wachten omdat de Vietnamezen en de inhoud van de bus grondig gecheckt werden. Na 24 uur (je ziet, reizen is zeker geen vakantie) komen we eindelijk aan in Savannahket (Laos); helemaal onder het stof, we zagen eruit alsof we teveel van die zelfbruiner hadden opgedaan en doof van de loeiharde Vietnamese muziek. Laos is dus net als Cambodia straatarm, dus geen wegen, enkel zand. Maar onderweg ook wel weer genoten van de authentieke omgeving ; mens en dier onder een hut en een prachtige natuur. Net voor Savannahket ook nog ergens gestopt voor lunch, heel lekker maar het was beter geweest als we de keuken niet gezien hadden; keuken en WC zaten gewoon tussen het afval en alle dieren die daar bij horen, maar fair is fair, we zijn niet ziek geworden!
Savannahket zelf was fantastisch, zo laid-back, ongelooflijk. Laos is echt relaxed en het volk is heel lief. Ook blijven we ons verbazen over de speelsheid die hier bij de volwassenen nog leeft, overal wordt gesport met plezier, zonder macho-competitiviteit en er wordt gelachen bij het minste, zalig! Dus ondanks het zware leven hier, keep on smiling. Wij werden dagelijks vol ongeloof aangestaard (wat doen die farangs hier?) om daarna een glimlach van oor tot oor te krijgen.
Maar net als in Cambodia veel mensen met een handicap tengevolge van de landmijnen en handicap international heeft hier dus ook haar werk. Deze mensen hebben zelfs ons nog geholpen, hun goedheid kent geen grenzen. We moesten de ferry naar Thailand nemen maar we hadden niet meer genoeg geld en het exchange bureauke ging maar niet open. Twee mannen van de organisatie hebben ons toen het geld geleend om de oversteek te kunnen doen. Voor we het vergeten, nog een kleine anekdote; overal waar je komt zie je Swastika's, op doodskisten, op klokken, boven deuren, zelfs op Boeddhabeelden! Dus als je hier als Skinhead met een hakenkruis rondloopt, word je als braaf manneke aanzien.
Ja, jammer dat we maar zo weinig tijd hadden voor Laos, ook vanwege het lekkere bier trouwens. Dus een echte aanrader voor de avonturier.
Na nog een korte busrit van 12 uur, (die ze evengoed op 6 uur hadden kunnen rijden, om de drie kwartier een kwartier stoppen, om gek van te worden!) terug thuis in Bangkok.

Tegen het einde van juni via Singapore naar Bali gevlogen. Tijdens de tussenstop hebben we ons overigens niet verveeld. Op de luchthaven organiseerden ze een heuse "gameshow"  ter ere van de wereldbeker voetbal. "What's your range?", wij meedoen natuurlijk, 1000 Dollar, wat verwacht je, maar helaas niks gewonnen, dju toch! Daana bij het boarden, nog bijna gearresteerd wegens verboden wapendracht. Lichtjes overdreven; ik moest gewoon mijn piepklein botte zakmesje afgeven en oh ironie, daarna kregen we op het vliegtuig echt scherp bestek!
In Bali aangekomen, trokken we maar naar Kuta omdat van daaruit alles vertrekt. Kuta is het surfersparadijs en een diepgaander gesprek dan "Surf's up, dude" of "Awsome tubes, dude" vind je daar nergens. Na twee dagen hadden we het dan ook wel echt gezien en trokken we naar het cultuurstadje Ubud. Oh, in Kuta trouwens Belgie-Brazilie gezien: WOW! Zo hadden we onze jongens nog niet zien spelen, we kregen dan ook veel complimenten voor ons samba-voetbal van toeristen rond ons.
Ubud is in 1 woord "om te stelen" (jaja, dat zijn er 3), de typische klederdracht en muziek, de wondermooie tuinen maar vooral de meubelen en beelden zijn prachtig. Dit ambachtelijk houtsnijwerk is bij ons onbetaalbaar geworden, spijtig dat onze kamer daar geen voorbeeld van was. Hier zijn we namelijk ziek geworden; een vochtig kot waar de ratten en de kakkerlakken zich helaas niet stoorden aan onze aanwezigheid. Het einige leuke gezelschap waren de apen op het dak, dat was niet moeilijk met het Monkey Forrest vlak naast de deur.
Ziek of niet ziek, we hebben toch nog een daguitstap gedaan naar de vulkaan Batur en enkele nabijgelegen tempels, keihard wijllie he. Maar dan toch moeten gaan uitzieken in het rustige Padang Bai. Het enige lawaai kwam daar van de lokale scooterbende (die deden alsof ze op Harley's reden) en het occasionel hanangevecht. Dit laatste is trouwens niet min, die beestjes krijgen messen aangebonden en alles. Kwestie van het een beetje vooruit te laten gaan. Nog een leuke anekdote; roken op de bus mag niet in Bali, tenzij je er 50000 Roepia voor wilt betalen.  Toen we ons beter voelden, hebben we de oversteek gedaan naar Lombok waar we meteen doorreisden naar Gilli Air, een van de wondermooiste eilandjes op aarde als je het ons vraagt. Prachtig azuurblauw water aan een wit strand, alleen gewone bevolking dus geen politie, geen verkeer behalve paard en kar en een bungalowtje in een mooie bloementuin. Hier wilden we terug op krachten komen en dat lukt voorlopig aardig. Maar elk paradijs heeft ook een minder kantje; ik (Pascale) ben hier in mijn hangmat al ondergescheten door een gigantische lizard. Ach ja!
Nu maar hopen dat National Geographic hier niet teveel komt filmen. We vieren hier Erik zijn verjaardag nog en gaan dan Lombok zelf aandoen en Java volgt. Maar dit voor later want de voetbal gaat beginnen. C ya!

8 juli;
We hebben echt nog genoten op Gilli Air dus een dikke merci aan de kepala (het hoofd van het eiland) om het eiland zo te houden. Het snorkelen daar was geweldig; echt maffe vissen gezien. Er waren ook hamerhaaien en reuzeschildpadden in de buurt maar die zijn helaas uit onze vaarwateren gebleven. Duiken hebben we niet gedaan want dat is daar strontduur en we blijven toch budgettravellers. Aan de beachbar (de enige) ook nog een te gekke Ozzie leren kennen, Garth,een professionele fruitplukker, die ons enkele werkadressen in Ozz heeft gegeven dus nu maar hopen dat er iets uit de bus valt, dan kunnen we de reis wat langer maken. Je kan hier echt gemakkelijk een maand blijven hangen en Robinson Crusoe spelen. Maar goed dat we terug naar Lombok moesten voor geld, anders hadden we dat misschien nog gedaan ook, en er zijn toch wel wat meer plaatsen in Indonesie die we willen aandoen.  Om niet te zeggen teveel plaatsen; Borneo, Sulawesi, Sumatra,... maar we gaan het moeten houden bij Flores en Java wegens tijd- en geldgebrek. Hoor ik daar sponsors ? (grapje) Je moet hier namelijk de verbindingen maken tussen de eilanden via boot of vliegtuig en je kan niet zomaar een eiland overslaan dus dat is niet echt goedkoop.
Terug in Lombok de hoofdstad Mataram aangedaan maar dat was gewoon weer een drukke stad dus daar wilden we zo snel mogelijk weg. We kwamen een stel leuke Hollanders tegen (hallo, Hetty en Willem) die gehoord hadden van een gezellig dorpje een half uurtje verderop, Praya. Wij daar dus met z'n vieren naartoe. Nou, daar hadden ze in tijden geen toeristen meer gezien (wat ook te merken was aan de vervallen staat van het plaatselijke en enige hotelletje) en we waren dus weer de attractie en de "talk of town". Zeker toen we ons met paard en kar verplaatsten naar het volgende dorpje om een weverij te bezoeken gingen de Indo's plat van het lachen. En Erik die al verschillende bijnamen had van vooral kale voetballers (Ronaldo, Cantona, Zidan), werd hier dan nog eens nageroepen met "natural born killer". Het was al bij al best een leuke ervaring behalve dat we 's morgens om 5 uur door de plaatselijke Elvis vanuit zijn minaret werden opgeroepen tot gebed (dju, dat rijmt weer) en dit hield hij zo'n 2 uur vol.
Voor de rest blijft de scenery op Lombok fantastisch mooi. Helaas kunnen we met onze rug de vulkaan die ons Anniekske en Maria hebben overwonnen niet doen, veel te hoog en duurt veel te lang. We gaan de vulkaan van Flores wel aandoen met zijn unieke 3 kleuren meren en volgens velen een van de mooiste eilanden van Indonesie. Dus wie weet weer wat stammen en traditionele dorpen bezoeken. Maar dit voor later,eerst nog een paar plaatsen op Bali zelf bezoeken. Toedeloe!

13 juli;
Sanur bezocht vandeweek. De duurde strandplaats in Bali. We moesten daar zijn om onze tickets te veranderen bij Qantas dat gelegen was in het poepchique Grand Bali Beach Hotel. En aangezien we toch daar waren hebben we het hotel wat verkend en eens goed gebruik gemaakt van hun fancy toiletten. In Sanur zijn we ook naar het werk van een Belgische schilder gaan kijken in een museumpje dat van 1932 tot 1958 zijn huis was. Niet echt geweldige kunst (enkel vrouwen als onderwerp) maar zijn werken zijn gemaakt over heel de wereld. Voor zijn tijd dus een echte reiziger als je weet dat hij in 1921 al in Cambodia was geweest, maar ook het Afrikaanse continent en Zuid-Amerika had aangedaan. De rest van de week hebben we op een plaats gezeten om wat geld uit te sparen en vandaag te kunnen vertrekken met de fastboat (14 uur) naar Flores.
Maar ginds kunnen we pas te weten komen wanneer we terug kunnen varen dus we hopen maar op tijd terug te zijn om nog een stukje Java te zien. Helemaal wordt een beetje moeilijk aangezien er weer veel aanslagen zijn in de grote steden door het bevrijdingsfront van Aceh. Deze plaats in Sumatra heeft momenteel zoals jullie misschien weten uit het nieuws, veel problemen met het Indonesisch leger, dat trouwens opnieuw de macht wil grijpen als volgende maand de verkiezingen niet goed verlopen (Geen zorgen moeders, dan zijn wij hier al weg). En nog in Centraal Java is er een uitbraak van dengue-fever en dat is wel het laatste wat we willen meepakken naar Australie. Maar dus eerst naar Flores en het verslag kan wat op zich laten wachten want we weten niet of er daar veel mogelijkheden voor te internetten zijn. Ook foto's zullen moeten wachten want het scannen is hier mislukt.
Trouwens, wat is de wereld toch klein. Waar Erik vroeger al blij was om eens een Belg tegen het lijf te lopen als hij reisde, zie je er nu meer maar nog straffer; eentje uit Neerpelt! Huub Boonen met zijn vriendin Marijke uit Hasselt(Hey guyzz), een kennis van Pascale. Blijkt dat zij ook door Cambodia en Thailand hebben gereisd, ongeveer in dezelfde periode als wij. We zijn dus gezellig iets gaan eten om wat verhalen uit te wisselen en daarna hebben we de beest uitgehangen (Belgen he) in de plaatselijke disco. Zo, nu zijn jullie weer een beetje op de hoogte, tot binnenkort!

26 juli;
Om Flores in 1 woord samen te vatten:WAW! De natuur is er ongelooflijk mooi (het heet niet voor niets bloemen in het Portugees) en gevarieerd. Van "lucious green" tot savanne-bruin, van rotspartijen, bergen en vulkanen tot uitgestrekte vlaktes, valleien en prachtige stranden, van heet tot zeer koud weer. We zijn misschien wel door 10 verschillende soorten landschappen gereisd toen we het eiland doorkruisten, om nog niet te spreken over de leuke dorpjes onderweg. Maar we beginnen bij het begin. Na 21 uur op de snelle boot (echt wel snel), een luxeschip van 1 jaar oud maar waarvan het interieur er echter al 10 jaar oud uitziet, kwamen we aan in Maumere. Hier werden we verwelkomd door een klein leger soldaten in robocopuitrusting. Jawel, vermijden we Java omwille van de problemen, komen we toch in een belegerde stad terecht. Blijkbaar hebben moslimfun-damentalisten uit Simbawa 3 steden in Flores uitgekozen (80% katholiek) om daar in de kerken heiligschennis te plegen door hosties te vertrappelen. Gevolg; rellen alom en de jongeren maakten hier gebruik van om het politiebureau van Maumere aan te vallen waar de dader gevangen zat. In de stad Ende hadden ze het anders aangepakt door de dader meteen te lynchen, problem solved. Voor ons betekende dit wegblijven uit publieke plaatsen en aangezien het stadscentrum ook was afgesloten hebben we met 6 andere toeristen onderdak gezocht in een pover guesthouse waar we wat koude Nasi Goreng kregen voorgeschoteld. Onze planning dreigde ook in het water te vallen aangezien de openbare bussen niet meer reden toen hebben we besloten om met ons achten een bus met driver te charteren en hopen dat we door de blokkades kwamen. Dat bleek geen probleem te zijn want de volgende dag was alles al heel wat gekameerd en zijn we vertrokken naar Moni, het dorpje aan de voet van de vulkaan Kelimutu. Wij de volgende dag om 4 uur uit onze nest om de zonsopgang bij de 3 kleuren-meren van Kelimutu te bewonderen en het moet gezegd, het was magistraal. Zelfs wetenschap-pers kunnen niet verklaren waarom deze meren om de zoveel jaar van kleur veranderen of waar ze vandaan komen. Nu groen, blauw en zwart waar het vroeger wit, rood en zwart was. En dan nog een leuke (zware) afdaling langs watervallen en kleine dorpjes. Daarna zijn we naar Riung vertrokken. De busrit op zich was al een ervaring (cfr. landschappen) en de wegen deden ons denken aan Cambodia, dus weer dansen. Ook nog een tussenstop gemaakt aan het blauwe keien-strand, zeker als de zee deze stenen uitspuwde vergaapten we ons aan de kleur en vorm. En toen maakten we weer een niet geplande tussenstop, een uurtje van Riung in the middle of nowhere begaf ons busje het. Mister Wan, onze driver, was vergeten de olie te controleren. Even later kwam er gelukkig iemand langs op een brommertje die olie voor ons wilde halen. Olie in de bus en... nog niks. De starter was ook naar de kl*ten. Uiteindelijk zijn we voortgetrokken door een truck waar we mochten plaats-nemen op de rijstzakken. Dat vonden wij niet erg, je zat heel gemakkelijk en onder een sterrenhemel, tussen lanen van hoge palmbomen waar ook nog eens wilde paarden ons pad kruisten, wat een nacht! De volgende dag in Riung 3 eilandjes bezocht waarvan 1 met 1000-den vliegende honden en de andere 2 met parelwitte stranden en prachtig koraal maar ook zeeegels zoals het Engels meisje uit onze groep pijnlijk genoeg heeft ondervonden. De volgende dag konden we pas om 16u naar Bajawa vertrekken omdat het 6 uur duurde (heen en terug) om ergens een nieuwe starter te vinden, alsof je thuis even naar Frankrijk rijdt voor een onderdeeltje. In Bajawa was het een congres dat ons opnieuw deed belanden in een wel heel erg shabby hosteltje. Maar dit was snel vergeten toen we 's morgens de traditionele dorpen errond bezochten. Terug in de tijd, zonder water en electriciteit waar kinderen nog blij zijn met een stylo (pen, pen, boss?) en een lege plastic of glazen fles een ballon oplevert; eco op zijn best. Onze donatie hier zorgt voor water voor de Ngele-mensen en andere arme dorpen in Flores. Dit zijn trouwens animisten die hun geloof vermengen met christelijke gebruiken, waar er een mannen- en een vrouwenhuis is en de vrouwen baas zijn (right on!). Terug naar ons dorp maar wel eerst een badje genomen in de plaatselijke hotspring, heerlijk warm! De vulkaan hier heeft rode meren (nog maar 1 jaar geleden ontdekt), toch maf he. Toen we vertrokken naar Labuanbajo onderweg nog bizarre spinnenwebrijst-velden gezien en een bezoekje gebracht aan de familie van Louis, indo-lover van een Waalse die we onderweg tegenkwamen. De oudjes hier dachten dat we vader en dochter waren, een deuk in Erik zijn ego, hihi. Vanuit Labuanbajo nog een daguitstap naar Rinca gemaakt dat onderdeel is van de Komodo-eilanden. Een ruig nationaal park en de einigste plaats waar nog prehistorische varanen leven. Nice! Dit was het einde van Flores en na 36 uur eilandhoppen (bus-ferry-bus-ferry en niks snel) kwamen we in Bali om onze laatste dagen van 3maand Zuid-Oost-Azie te slijten. Doordat velen ons hier herkenden, was het een beetje thuiskomen. Na de natuurpracht en het ruige van Flores valt de culturele rijkdom van Bali extra op; de Hindu-ochtendrituelen met de bloemenbakjes en wierook die besprenkeld worden met rijst en water, de elegante kledij voor bij ceremonies en de zachte aard van de mensen in het algemeen. Ja, we zullen Azie missen, het was mooi(natuur) en lelijk (vervuiling), vrolijk(mensen)  en verdrietig(armoede) maar de goesting om het land van Ozz te verkennen is groot. Het eerste deel zit er op, het tweede hoofdstuk begint en met een nieuwe pagina, waar we hopelijk  eerst nog wat foto's van Azie kunnen laten zien. Terima kassi en tot ziens, everything BAGUS!
www.landmine-museum.com
Links:
1