Non-immigrants
Bij de grens ging het allemaal opvallend soepel. We kwamen aan en binnen een minuut waren we afgestempeld en konden we Laos in. In Laos kregen we ook direct onze stempel, maar op een laatste moment zag ik dat we maar voor twee weken gestempeld waren. Dit is normaal voor een toerist visum, maar wij hadden een non-immigrant visum dat ons 30 dagen in Laos permiteerde. Met enige fronswerk werd de boel gecorrigeerd. Daarna de bus in. Nou ja, bus. Een karretje met een lange achterbak waar aan weerskanten een smal bankje was gemonteerd. De rit moest twee uur gaan duren, maar twee uur later waren we pas net het dorp uit. Iedere vijftig meter stonden we weer stil en de bus werd voller en voller. De weg was vervolgens ook bepaald niet om over naar huis te schrijven, dus dat laat ik dan ook maar achterwege.
Nam Tha
Vooruitgang
In Nam Tha checkten we in in het duurste hotel van de stad (5 gulden per persoon). We hadden wel wat luxe verdiend. Hoewel de LonelyPlanet vol lof was, hebben we van alle luxe weinig meegekregen. Warm water alleen tussen 6 en 11 uur 's avonds. De rest van de tijd is er gewoon geen electriciteit. De volgende dag direct door naar Huay Xai wat aan de grens met Thailand ligt, vlak onder Burma. We moesten naar de nieuwe busterminal van Nam Tha voor de 10 uur durende rit. De terminal bestond uit een bamboo hutje op een groot afgestrapt grasveldje. Om 8.30 zou de bus vertrekken. Het was dus weer geen bus, maar dit keer een pick-up truck met weer twee bankjes aan weerskanten in de achterbak. Het wegdek scheen te slecht te zijn voor een normale bus. Om 8.15 hadden we onze plaatsen veilig gesteld. Achterin krijg je alle stof en uitlaatgassen van de pick-up binnen. Voorin alleen die van je voorliggers. Omdat het verkeer niet echt druk is, zaten we voorin. Om 8.30 uur zat de pick-up helemaal vol, zodat we om 9.45 konden vertrekken. We hadden dus al een houten kont voordat de motor gestart was. Het probleem was dat er ook een tweede pick-up gevuld moest worden, wat niet lukte. Omdat het toch een lange rit is, besloten ze uiteindelijk toch maar te vertrekken en werden de passagiers zowaar gespreid over de twee trucks.
Chineze hulp
Dat we met twee pick-ups op weg waren gegaan, bleek al snel geen overbodige luxe. Al na een uur zaten we vast in een rivier. Nee, de brug was niet ingestort. Er was gewoon geen brug. Dus allemaal eruit en duwen. Kostte een minuut of 20. Iedereen nat en onder de modder, behalve de drie Chinezen, die geen poot uitstaken. Verder was de weg uiteraard weer onverhard, zoals in China. Alleen met dit verschil, dat het hier wat vaker regent. Dus het duurde niet lang of we zaten vast in de modder. Weer duwen en weer geen Chineze assistentie. Ze konden zich al verdienstelijk maken door alleen even de pick-up uit te stappen, maar dat was zelfs al teveel gevraagd. Bang als ze waren om hun sokken en schoenen te bevuilen. Een eind verder stonden ook overal vrachtwagens vast in de modder en die zaten er echt diep in. Dus wij erlangs door een nog grote plas modder. Na drie meter zaten wij ook weer vast. Dit keer moesten we de modder zelfs wegscheppen om de pick-up er met een touw uit te kunnen trekken. Twintig man trekken aan het touw, maar geen Chinees te bekennen. De Chinezen zouden echter niet als meest schone passagiers de rit beeindigen, daar we bij het instappen quasi per ongeluk onze modderschoenen langs hun schoenen en sokken schuurden. We hadden het tenslotte niet echt ruim achterin. Inmiddels sloten we steeds weddenschappen af over wat het volgende obstakel zou zijn. De feesttent dwars over de weg kwam voor iedereen als een verrassing, maar dat de motor het een uur voor aankomst (inmiddels donker) zou begeven lag vrij voor de hand. Nu halen ze hier de hele motor uit elkaar om hem vervolgens weer in elkaar te zetten. Dat duurde anderhalf uur, maar hij startte vervolgens wel weer direct.
Huay Xai
Saffierkoorts
Huay Xai was een mooie plek om even te relaxen. Gelegen aan de Mekong met uitkijk op Thailand. Na het ontbijt waren we in contact gekomen met een Australier -Ian- die in Laos werkt voor 'Gem Mining', een bedrijf dat saffier mijnen heeft in de buurt. De grond schijnt er hier vol mee te zitten. De mijn is 9 maanden geleden gesloten, omdat de dochter van de primier hier eveneens een mijn is gestart. Door Gem Mining te sluiten stonden alle werknemers op straat, dus zo is de dochter van de primier aan haar mensen gekomen. Ian moet nu de grond van Gem Mining bewaken. Beetje een probleem omdat er allemaal locals op wonen, die er al generaties leven en er hun land bebouwen. Ze mogen alles met het land doen, behalve naar saffier graven (want dat recht is verkocht aan Gem Mining). Dus Ian moet die mensen gaan stoppen met graven in hun eigen achtertuin. Hopeloze zaak, natuurlijk. In ieder geval weten ze totaal niet wat saffier waard is, in tegenstelling tot de Thais aan de overkant van de rivier. Die kopen alles voor bijna een prikkie op van de locals om het vervolgens te slijpen en door te verkopen voor heel veel geld. Ian heeft ons dus een beetje rondgereden en de mijnvelden laten zien. We hebben ook nog wat kleine steentjes van wat locals gekocht voor de vorm. 36 gulden kan je de kop niet kosten. Helaas bij het stuk grond waar de grote stenen te vinden zijn, konden we geen locals aanspreken. Zodra ze daar de motor van Ian's auto horen, schieten ze als muizen de bosjes in. Wel jammer, het is toch aardig om voor 300$ een steen te kopen die in Nederland 20.000$ waard kan zijn. Maar misschien ook maar goed. Voor hetzelfde geld koop je iets wat nog niet eens 300$ waard is. Het mag dan wel mijn favoriete edelsteen zijn, maar de grootste saffierkenners op aarde ben ik niet.
Avondklok
's Avonds met Ian nog naar een nachtclub geweest, wat uiteraard weer een feest was. Na verloop van tijd komt er in het jeugdhonk toch weer zo'n overigens keurig geklede dame naast je zitten, waar zelfs geen gebaar mee te wisselen viel. Om 23.30 sloot de tent omdat in Laos de avondklok ingaat om 24.00 uur. Waarom?? Schijnt iets te maken te hebben met opium of bomtransport. We zitten natuurlijk wel in het hart van de 'golden triangle', en de opium die hier vandaan komt levert de staatskas toch nog steeds een behoorlijke stuiver op.
Pakbeng
Slow boat op de Mekong
Vanaf Huay Xai met de boot over de Mekong naar Pakbeng gegaan. Je kunt kiezen tussen een slow boat of een fast boat. Aangezien de fast boats het geluid produceren van een formule 1 auto, blijft de slow boat als enige alternatief over. Pakbeng ligt midden in de jungle, dus veel is daar niet te beleven. Als de boot om 17.00 uur aankomt gaan de guesthouses open om vervolgens de volgende dag om 8.00 uur weer te sluiten. We kwamen dus in een volledig leeg guesthouse aan, maar na een kwartier zat het helemaal vol. Dat het dus druk was op de boot zal duidelijk zijn. Er zaten bijna meer westerlingen op dan dat we in heel China hebben gezien. Helaas was het de volgende dag merkwaardig genoeg nog drukker op de boot naar Luang Prabang. Met name nadat bij de eerste stop een vrouw met 10 grote zakken zeewier instapte.
Toen zijn we maar op het dak gaan zitten.
Mag wel niet, maar binnen was het niet meer uit te houden. Languit liggend op het dak en in het zonnetje was het een erg prettig tochtje. Onderweg zag je soms wat jong vee drijven. Een biggetje dat als een ballon op het water dreef met zijn pootjes stijf omhoog en een kalf in dezelfde toestand alleen met de pootjes stijf omlaag.
Ook leuk om te zien was het inladen van boomstammen in een vrachtschip met behulp van een olifant.
Luang Prabang
Arnold Schwarzenecker
Luang Prabang is een rustiek coloniaal stadje, waar je 's ochtends voor de afwisseling eens lekker een stokbroodje, croisantje of een crepe kunt nemen als ontbijt. Na een dagje ons eigen gang te gaan, zijn Hans en ik wel weer samen een massage gaan halen (6,50 voor een uur). Een oud vrouwtje nam Hans onderhanden en een jonge dame ontfermde zich over mij. Goed verdeeld, dacht ik aanvankelijk. Maar op bepaalde momenten nam het oude vrouwtje het even over als iets wat meer deskundigheid vergde. Volgens mij zat ze op een gegeven moment mijn rug te kraken. In ieder geval leek het wel alsof Arnold Schwarzenecker aan het werk was, zeker als je je ogen dicht deed. Na een uur voelde ik me in tegenstelling tot Hans nog bijna hetzelfde. Maar na tien afsluitende kneepjes van oma en ik zat direct helemaal los. In Luang Prabang stikt het trouwens van de boedistische tempels en de daarbij behorende monniken. Op bepaalde momenten van de dag lijkt het hier wel koninginnedag (boedistische monniken dragen fel oranje gewaden).
Intimiteit
Van ons plan om via de rivier naar Vientiane te vertrekken, hebben we maar afgezien daar er alleen fast boats heen gaan. Dus in de bus over route 13. Voorspelt weer het beste, maar deze weg is vrij nieuw dus wie weet. Om zeven uur reeds bij het busstation aangekomen om de tickets voor de stoelen 38 en 39 in ontvangst te nemen. Merkwaardig genoeg stond de bus al op punt van vertrekken. Dus wij de bus in op zoek naar onze plek. Het was inmiddels al opvallend druk in de bus en van plaatsnummers was helaas geen sprake. Slechts 1 stoel was nog vrij. We stonden op het punt om dan maar een andere bus te nemen (negen uur in het gangpad gaat uiteraard niet door), toen de dikste man van de bus (en hoogstwaarschijnlijk van het land) zijn plaats aan mij aanbood. Ideaal plekje op een alleenstaande stoel voor in de bus. Het kan verkeren. Dat kan het zeker, want nog geen dorp verder was het hele gangpad vol en gebruiken ze ongegeneerd alle stoelleuningen. Nu had ik er met mijn losstaande stoel als enige natuurlijk weer twee.
Vientiane
Zaklamp
Vientiane is de hoofdstad van Laos. Hoewel er wel een hoop te doen is, is het niet zo'n bijzondere stad.Aan tempels is hier eveneens weer geen tekort en ze lijken allemaal nogal sterk op elkaar. We moesten ook ons visum voor Cambodja regelen. Kon vrij eenvoudig via het guesthouse. Voor het vermaak moet je het hier van de avond hebben. Na enig puzzelen bleek het Chess cafe the place to be. De meeste avondgelegenheden zijn pikdonker en de muziek is uiterst langzaam, maar de dames lopen wel in hun elegante traditionele kleding (sarongrok met strak blousje). Maar wat heb je aan dit gegeven als je geen hand voor ogen kunt zien. Je kunt moeilijk de hele tijd met een zaklamp in een bar gaan zitten. In het Chess cafe swingt het allemaal wat meer en dat is ook de plek waar veel buitenlanders komen die hier werken. Helaas de pret is van korte duur aangezien de tent pas om negen uur 's avonds opengaat en om twaalf uur vanwege de avondklok weer sluit. Na enkele dagen kwamen er weer bekende gezichten in town. Een onontkoombaar feit als je aan het reizen bent. Onze medepassagiers van de boot over de Mekong hadden via een tussenstop in Vang Vieng nu ook Vientiane bereikt. Dat Vang Vieng leuk was wisten we wel, maar ze zaten ons wel heel lekker te maken. We hadden Vang Vieng overgeslagen, omdat we weer visa moesten regelen voor Cambodja en eventueel Vietnam. Dat het verkrijgen van een visum voor Cambodja maar 1 dag duurt, wisten we helaas niet.
Savannakhet
Niets te eten
Na Vientiane ging de reis voort naar Savannakhet wat een behoorlijk eind weg was. Uiteindelijk zou de rit acht uur duren, wat gezien de afstand toch best meevalt. Bovendien rijd je de gehele rit vlak langs de Mekong. Je moet alleen de bus hebben genomen om te weten, dat "vlak langs" nog net ver genoeg is om er niets van te zien. Nu hebben we best wat buservaring achter de rug, maar toch blinkt deze busrit weer in een negatief opzicht uit. De beenruimte was echt te klein. Als je je knieeën tegen de stoelleuning voor je hebt geplaatst, dan kun je nog niet eens zelfstandig met je kont op de bank terecht komen. Moet je de persoon naast je vragen om het laatste zetje op je schouder te geven. Aan het gangpad heb je uiteraard niets. Op de krukjes in het gangpad hebben ze zo mogelijk nog minder beenruimte. En ik kan je vertellen... dan is acht uur lang. Dan denk je dat je nog wel een aantal keer stopt om de benen te strekken, maar ook dat viel tegen. Pas een uur voor de finish stopten we om wat te eten. Dan mocht ie ook wel dat laatste uurtje doorrijden. We besloten om de maaltijd nog maar even uit te stellen tot in Savannakhet. Daar kwamen we erachter waarom de bus zo vlak voor Savannakhet een eetstop had genomen. Er was namelijk niets te eten in Savannakhet. Op zich niet de allerkleinste plaats, maar het duurde anderhalf uur voordat we een niet al te aantrekkelijke gelegenheid vonden. De stukjes rundvlees die we voorgeschoteld kregen, waren daarentegen wel mooi zwart van kleur.
Pakse
De Stofzuiger
Met een op het oog klein stukje Laos voor de boeg, werden we weer verrast door het feit dat ook de rit naar Pakse acht uur zou gaan duren. Wellicht is het busmoeheid, maar ook deze rit overtrof de voorgaande in zeker opzicht. Route 13, de weg van noord naar zuid, was alleen op dit traject nog niet af. Dus weer grote stukken rijden over een onverharde weg. De regentijd is inmiddels achter ons, dus de grond is aardig droog. Het gevolg is dat elke wagen een aanzienlijke stofwolk achter zich laat. Het opmerkelijke aan onze bus was, dat het niet alleen de stofwolk achter zich liet, maar ook een grote hoeveelheid van achteren naar binnen zoog. Het leek wel of we ons binnen een stofzuiger bevonden. Nu wordt de aarde een stuk roder, naarmate je dichter bij de evenaar komt. Dus aan het eind van de rit kwam iedereen als boedistische monnik naar buiten.