Denethor de Tweede wordt in 2930 in Minas Tirith geboren. Van zijn vader, Echthelion II, is bekend dat hij een wijs man was, die met alle macht die hij had zijn rijk te versterken tegen de aanvallen van Mordor. Hij werfde overal mensen aan die verdienstelijk waren. Hij beloonde ze dan met een rang en een beloning. In veel wat hij deed kreeg hij hulp van Thorongil. Men wist heel weinig van deze Thorongil. Hij was de beste aanvoerder van Gondor, sterk en scherpziend, leider van mensen te land en ter zee. Hij waarschuwde vaak dat de opstandelingen in Umbar een gevaar betekende voor Gondor. Uiteindelijk kreeg hij verlof, en voer hij met een kleine vloot de vloot van Umbar in brand stak. Hierna verdween hij. Later werd bekend dat Thorongil in feite Aragorn II was. Vele mensen zagen het als een verlies dat Thorongil weg was, maar Denethor niet. Thorongil heeft nooit met Denethor gewedijverd, en ze verschilden maar op een punt van mening: Thorongil vond dat ze Gandalf moesten verwelkomen als raadgever, maar Denethor, die Gandalf niet mocht, wilde Saruman verwelkomen. Denethor trouwde vrij laat, in 2976, met Finduilas, de dochter van Adrahil van Dol Amroth. Denethor bleek, toen hij in 2984 Stadhouder werd, een groot heer te zijn. Hij sprak weinig. Hij luisterde naar raad, en deed zijn eigen zin. Na Finduilas dood' in 2988, werd Denethor zwijgzamer en grimmiger dan tevoren. Hij hield van haar, op zijn manier meer dan van iemand anders, tenzij misschien van Boromir, de oudste zoon die zij hem gebaard had. Hij zat na Finduilas dood' lang in zijn toren, diep in verdachten verzonken, voorziend dat de aanval van Mordor in zijn tijd zou komen. Men vermoed dat hij, omdat hij kennis nodig had en trots als hij was vertrouwde op zijn eigen wilskracht, het waagde in de Palantir te kijken. Niemand van de Koningen van weleer had dit gedurft, nadat Sauron de Palantir van Isildur gestolen had. Doordat Denethor in de Palantir keek, verkreeg hij veel kennis van wat binnen en buiten zijn rijk gebeurde, maar hij moest deze kennis tegen een zeer hoge prijs betalen, want hij werd oud voor zijn tijd, door zijn worsteling met Sauron's wil. Denethors trots groeide in die dagen evenredig met zijn wanhoop, want hij zag op het eind in alle daden in zijn tijd slechst een ding: de krachtmeting tussen de Heer van de Witte Toren en de Vorst van Barad-dur. Zijn wanhoop sloeg uiteindelij kom in waanzin: toen de Tovenaar-Koning van Aznar zelf Minas Tirith aanviel, wilde hij evenals zijn heidense voorvaderen geen zachte gebalsemde dood, maar hij wilde op de brandstapel. Hij nam de met pijlen doorboorde maar levende Faramir met zich mee, en stond op het punt hen beiden in brand te steken, toen Gandalf binnenkwam en Faramir wist te redden.