fiat 500 geschiedenis deel 1 |
Voorganger: de Topolino De eerste Fiat van het type "500" was de Topolino uit 1936. Deze wagen was in produktie tot 1955. De nieuwe 500 De Nuova 500 werd aan het Italiaanse publiek voor het eerst voorgesteld op 4 juli 1957. Een stoet van 500 ‘tjes, elk met een schoonheidskoningin aan boord, reed de fabriek uit. Op de gastenlijst van de receptie stonden filmsterren en autocoureurs, de volledige Fiat directie, en natuurlijk de ontwerper: Dante Giacosa. Om de wagen aan het gewone volk te laten zien (de doelgroep) reed in Rome een andere stoet naar het plein voor de Sint-Pieter. Deze nieuwe Fiat werd met gemengde gevoelens ontvangen. De kranteartikels uit die tijd waren echter uiterst beleefd. Dit had alles te maken met de afhankelijkheid van reclame-inkomsten. Men mag niet vergeten dat Fiat in Italië een marktaandeel had van 90%, en zo’n gigant kon men best te vriend houden. De grootste angst van de commerciële afdeling was dat de nieuwe Fiat 500 kopers zou weglokken van de immens populaire Fiat 600. De bedoeling was dan ook om het gat tussen deze twee wagens zo groot mogelijk te maken. De 600 was al minimaal voorzien van luxe, met als gevolg dat de 500 flink werd uitgekleed. De Fiat directie wilde geen vierzitter maken van de 500, maar de coupé-achtige daklijn van de prototypes werd toch aangepast. De eerste modellen hadden zelfs geen achterbank, enkel een verhoginkje waarop een beetje bagage paste of een kind. Een van de laatste aanpassing voor de lancering was het verlagen van het vermogen. De nieuwe 500 kreeg evenveel pk als de Topolino uit 1936, namelijk 13,5 pk. De prestaties waren dan ook niet om over naar huis te schrijven, zeker niet in het bergachtige Italië. De Nuova 500 had geen wieldoppen of koplampringen, bijna geen chroom (dat in de jaren vijftig een van de belangrijkste koopargumenten was), geen benzinemeter en de portierramen konden niet open (enkel de ventilatieraampjes, maar deze konden dan weer niet worden vastgezet). De wagen maakte ook ongelooflijk veel lawaai, dit in tegenstelling tot de soepellopende 600. Het grootste probleem was eigenlijk de prijs. In het begin was het de bedoeling om een scooter met vier wielen en een dak te bouwen, maar voor de groep mensen waar deze wagen eigenlijk voor gemaakt werd, was 490.000 lire net zo onbereikbaar als de 600 van 590.000 lire (deze had dan nog vier zitplaatsen). Fiat probeerde hem nog aantrekkelijk te maken met speciale financieringsregelingen, maar het publiek kocht hem niet. De Normale De investeringen waren gedaan en de gigant Fiat met zijn geniaal ontwerper Giacosa kon niet toestaan dat dit model geen succes werd. In oktober van 1957 kwamen er een aangepast model en een aangepaste prijs: de Normale. De oorspronkelijke versie bleef echter bestaan onder de naam Economica, met een aangepaste motor van 15 pk. De Normale had ook deze motor en aluminium wieldopjes, chroomstrips op de zijkant, koplampringen, neerdraaibare portierraampjes en een achterbankje. De schakelaar voor de richtingaanwijzer stond aan het stuur en niet meer op het dashboard, de schakelaar voor het groot licht stond ook aan het stuur, in plaats van geschakeld over het contactslot, er stond een nieuw stuur in, een nieuw contactslot, een andere knop op de versnellingspook, een vergrendeling op de ventilatieraampjes en een plaatje "Nuova 500" op het motorklepje. Dit alles kreeg men voor dezelfde prijs als de eerste versie. Kunstleren bekleding was verkrijgbaar aan een kleine meerprijs. De Economica kostte van dan af aan 465.000 lire. De paar mensen die reeds een Fiat gekocht hadden, kregen 25.000 lire terug. Om het gat tussen de modellen te vergroten, werd de prijs van de 600 verhoogd naar 640.000 lire. Deze ingrijpende maatregelen waren niet voldoende. De verkoop van de 500 was nog slechter in 1958 dan het jaar daarvoor. Vervolg |
![]() |
home |