Fragment van het grondplan uit 1861, E. Gens, "Promenade au Jardin zoologique d'Anvers". Het nummer "44" geeft de ligging van de muziekkiosk aan. |
![]() |
|
Van bij het prille begin stond aan het einde van de ingangslaan een koffiehuis, strategisch goed gelegen, geflankeerd aan zijn linkerzijde door het museumgebouw en met een ruim zicht op de tuin. Later kwam er een muziekkiosk voor te staan. Het gezelschapsleven zou zich voortaan in deze driehoek afspelen. De mondelinge overlevering wil dat de huwbare dochters uit de Antwerpse burgerij, getooid in de mooiste crinolines en begeleid door hun chaperrone, hier als het ware hun opwachting kwamen maken. Dit trefpunt van sociaal contact werd vlug het stamlokaal voor de trouwe klanten In de 19de eeuwse burger had een voorliefde voor muziek en kon zich een feestelijk gebeuren als een dierentuin niet voorstellen zonder een orkest. Van bij het begin traden dan ook tijdens het zomerseizoen militaire muziekkapellen van het te Antwerpen gelegerde garnizoen op. In ruil voor deze prestaties genoten de militairen korting op het toegangsticket. Aanvankeljk speelde de kapel van het 2de Regiment Jagers te voet tweemaal per week. Later wisselde het 2de en 5de Linieregiment elkaar af. Daarnaast was het sinds 1857 een gewoonte geworden dat er ook harmonieconcerten in openlucht doorgingen. Dat jaar stichtte de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde haar eigen harmonie. Elke donderdag blies het korps van dertig man er lustig op los. In de tweede helft der 19de eeuw zagen nog andere muziek maatschappijen het licht. Zo was dit ondermeer het geval voor: de Société de musique (1864), de concerten van de Vlaamsche Muziekschool (1881), de Volksconcerten (1881) en de Dierentuinconcerten (1895). Bron : De roep van het paradijs, 150 jaar Antwerpse Zoo, Lannoo |