Geschiedenis van de prentkaart

(laatst gewijzigd 1 januari 2001 - bronnen)

Het was ene Dr. Heinrich von Stephan, topambtenaar bij de postdiensten van de Noordduitse Confederatie, die de voorloper van de postkaart bedacht.

 

 

 

Dr. Heinrich von Stephan

Eind november 1865 kwam te Karlsruhe de 5de Oostenrijks-Duitse postconferentie bijeen. Daar wilde hij zijn plan uiteenzetten i.v.m. het invoeren van een eenvormig briefport. Hij publiceerde zijn « Vorschlag zur Einfüring der Postkarte », waarin hij zijn geesteskind het "postblatt" noemde. Het zou een ietwat stevige kaart worden, met op de voorzijde een voorgedrukte postzegel en plaats voor het adres.  Uit vrees dat zulk een "postblatt" de staatsinkomsten aanzienlijk zou verlagen, weigerden zijn chefs het voorstel aan de conferentie te Berlijn voor te leggen.

Drie jaar later dienden twee Leipziger boekhandelaars, Friedlein en Pardubitz, elk afzonderlijk, en op een verschillend tijdstip een verzoek in om een "Universal-Correspondenz-Karte" in omloop te mogen brengen. Ze stelden een tamelijk hoge oplage in het vooruitzicht; respectievelijk honderdduizend en een half miljoen. Op de keerzijde zouden een dertigtal formules gedrukt worden, geschikt voor alle mogelijke briefwisseling. De afzender diende het gepaste zinnetje met een « x » aan te duiden. Daardoor kon hij dan genieten van het gunstig tarief voor drukwerken.  Ook deze plannen werden echter nooit goedgekeurd.

volgende>