Weekdieren

Schelpdieren – slakken - zeeschuim

De weekdieren vormen een groep van ruim 100.000 verschillende soorten. Het is een hoofdafdeling,

die dieren omvat van allerlei vorm, grootte en levensgewoonte. Er zijn er die in zeewater Ieven.

Sommige komen voor in zoet water. Weer andere wonen op het land. Hoe verschillend ze ook mogen zijn,

één ding missen ze allemaal. Dat is een geraamte in hun lichaam

Daarom zijn ze slap en week. Wel beschikken de meeste soorten over een geraamte buiten hun lichaam.

Het heeft de vorm van een schelp. Weekdieren met zo‘n uitwendig geraamte noemen we meestal schelpdieren.

Weekdieren kunnen ruwweg in drie klassen worden verdeeld:

— de eerste klasse omvat alle weekdieren die een schelp met twee kleppen hebben, zoals mosselen en oesters;

          __de tweede klasse omvat de weekdieren die een schelp uit één stuk hebben. Deze dieren zijn de zogenaamde slakken.

      Hun schelp is meestal een huisje. Er zijn overigens zeeslakken, zoetwaterslakken en landslakken.

     Niet allemaal dragen ze een huisje. Sommige gaan "naakt" door het leven. Dat zijn de naaktslakken;

         __de derde klasse omvat de inktvissen. Zij hebben een schelp binnenin hun lichaam, die dienst doet als een soort

               ruggegraat. Na de dood van inktvissen spoelen hun rugschelpen dikwijls op het strand aan. We noemen dat "zeeschuim".