Wespen
Graafwesp - galwesp
Wespen horen tot de orde van de vliesvleugelige insekten. leder voorjaar wordt door de geel-zwart gestreepte wespen een nieuwe staat gesticht. De koninginnen worden wakker uit hun winterslaap. Elk begint met de bouw van een eigen nest. Als het zo groot is als een pingpongballetje, legt de koningin de eerste eitjes. Daaruit worden werksters geboren. Deze vergroten het nest en slepen voedsel aan voor de larven. De koningin legt dan alleen nog maar eitjes. legen het eind van de zomer is het nest op z‘n grootst. Er kunnen dan wel een paar duizend wespen in wonen. In september worden opnieuw koninginnen geboren. Haast tegelijk met de mannetjes. Tijdens de bruidsvlucht worden de koninginnen bevrucht. Daarna zoeken ze een schuilplaats voor de winter. De mannetjes, maar ook de werksters en de oude koningin sterven in de herfst.
Niet alle wespen wonen in een staat. Er zijn er ook die eenzaam door het leven gaan. Deze wespen zien er anders uit. Ze zijn langer en slanker. Ze hebben ook andere kleuren. Meestal rood en zwart. Het zijn graafwespen. Een voorbeeld van zo‘n graafwesp is de rupsendoder. Je ziet deze soort vaak op de heide. Het wijfje graaft nestgangen in het rulle zand. In elke gang verstopt ze een verlamde rups waarop ze een eitje heeft gelegd. De larve, die uit het ei kruipt, eet de nog levende rups op.
Sluipwespen leven ook alleen. Het zijn parasieten, die voorkomen op andere insekten of op planten. De eikegalwesp bijv. legt haar eitjes aan de onderkant van eikebladeren. Daardoor ontstaan de bekende eikebladgallen. Ze hangen als rode appeltjes aan de bladeren. Binnenin de gal zit de larve. Sluipwespen zijn vaak zo klein, dat je ze haast niet opmerkt.
