
Gezicht
zien — oog — licht
De ogen zijn onze gezichtszintuigen. We kunnen er lichtprikkels mee opvangen. ls er geen licht — bijv. in het aardedonker — dan kunnen we ook niet zien
Onze ogen bestaan uit oogbollen met een doorsnede van ongeveer 2 1/2 centimeter. Ze zijn gevuld met helder, glasachtig vocht.
De wand van elke oogbol bestaat uit drie vliezen:
— het harde oogvlies is de buitenwand. Het is wit van kleur. Middenvoor zit doorzlchtig hoornvhies;
— het vaatvlies bevat veel kleurstofkorrels en bloedvaten. Het voorste deel heet iris of regenboogvlies. Het kan bruin, groen, grhjs of blauw van kleur zijn. In het midden zit een gaatje: de pupil. Is er veel licht dan is de pupil klein. Bij weinig licht is de pupil juist groot. Het groter en kleiner worden van de pupil gaat vanzelf. Achter de pupil zit de lens;
— het netvlies is het binnenste vlies. Hier worden de lichtprikkels opgevangen en doorgegeven aan de oogzenuw.
De ogen liggen veilig opgeborgen in de oogkassen.
De wenkbrauwen zorgen ervoor dat er geen zweet in de ogen komt.
De wimpers en de oogleden houden vulltjes tegen. Ze beschermen de ogen tegen te fel licht.
De traanklieren houden de ogen vochtig en schoon