Spieren
pezen — willekeurige spieren — onwillekeurige spieren
Het vlees dat het geraamte bedekt bestaat uit spieren. Deze geven vorm aan het lichaam.
Ze houden het ook rechtop en zorgen ervoor, dat het kan bewegen.
Voor elke beweging die het lichaam maakt, is een tweetal spieren nodig. Elke spier kan namelijk alleen maar samentrekken. Aan de spieren in je bovenarm kun je goed zien hoe het werkt.
Trekt de biceps — de spierbal — samen, dan buigt de arm. Trekt de triceps — aan de onderkant van je arm — samen, dan strekt de arm zich weer. Zo een stel spieren noemen we wel "buiger" en "strekker" - Ze zijn elkaars tegenwerkers.
Er zijn vier soorten spieren:
— skeletspieren maken bewegingen van ons lichaam mogelijk. Ze zitten met pezen aan het geraamte vast. Pezen zijn de harde, taaie uiteinden van de skeletspieren;
— holle spieren hebben een holte waarin een vloeistof zit, die moet worden weggepompt. Ons hart is zo een holle spier;
— huidspieren zijn kleiner. Ze kunnen een bepaalde uitdrukking aan ons gezicht geven. Ook kunnen ze "kippevel" veroorzake n;
— kringspieren sluiten een opening af. Ze zitten bij voorbeeld om de mond.
Een groot aantal spieren kunnen we zelf laten bewegen als we dat willen. Dat zijn die zogenaamde willekeurige spieren. Over sommige hebben we echter niets te vertellen. Ze bewegen buiten onze wil om. Het zijn onwillekeurige spieren. Een voorbeeld, van zo een spier is het hart.
