De belofte van opwinding
In het begin spetterde
Omringd door wind en storm
Een grote zwarte toorn van oneindige proporties
Grommend in vaste vorm
En er was de Hemel
Opgelicht door kostbare stenen
Die elk konden vallen ware het niet voor de heerschappij
Van Geloof en liefde en sterkere tronen
En daarin ontstonden grootse wonderen
Kunststukjes die een lust waren om te zien
Verwekt uit de gestolen
Weerspiegelingen van een droom
De mist van een nachtmerrie
Voor hem wiens plaats was voorzien
Tussen koppige sterren die, buitengesloten,
De hele schepping ontsierden met hun diefstal
In het begin
Gevleugeld en klinkend met de dageraad
Betoverde deze bevoorrechte half-god
Met zwanenzangen hen die zich verdrongen op deze kust
Met Gabriel en Michael
Schitterde hij met het brandend voornemen
Om trouw te zijn, een plezier om te zien
Hoe hij de hemelwaarts gestuurde lofzangen aanmoedigde
Van de gebeeldhouwde lippen van de engelenkoren
Die het noodlot toen wreed verscheurde
(Met behendig gespeelde flarden van harmonie)
Elke noot een macaber voorteken
Terwijl grijnzende regenwolken samenpakten
Boven kunstig versierde torenspitsen
Voor Hem die vol was van heilige aanbidding
Bestemd voor een jaloerse God
De schitterende Feriluce
Stralende gesel van gevallen zielen
En gekoesterd in glorie, vloog
Naar meren op heilige hoogtes
Lieflijk betoverende muziek omhulde de bries
Met draaiende tongen die zijn begintoon oplikten
Als door dichte bergmist
Dwaalde hij vervloekt (met zwalpende gedachten)
Tot hij uiteindelijk, voorbij graaiende bomen
Stil bleef staan om van verboden stromen te drinken
Die sirenenbeloften fluisterden
Om zijn dorst te verdrinken (in onvolmaakte spelen)
Deze wateren bevatten geheimen
Zoals verkrachte Russische poppen
Waarin goed en kwaad
Zijn ziel verscheurden voor controle
En dronken van de verzen van verlangen's eerste woorden
Kromp het gewicht van het universum
In het herhaalde refrein
Horror in getallen te groot om waar te nemen
Het rotten van werelden voor de Worm-Veroveraar
En liefde een zeldzame orchidee zo fragiel in bloei
Bespeurde hijgende adem onder donker toegedekte manen
Schitterende Feriluce
Gespiegeld in een doffe spiegel
Omlaagklimmend van de strop
Des tijds in goddelijke dienstbaarheid
En zo werd een vreemde nieuwe melodie
Van verlangen en lichtzinnige fantasieën,
Geprikkeld door het gesluierde, waargenomen
Ze danste van zijn asgrauwe lippen
In melodieën van rode dageraad, de zilveren kreten
Van waarheid en haar geschrapte scenes
Leek zo ver gehoord te worden
Als God's woorden de zijnen overtroffen
(Die wateren verborgen vizioenen
Zoals slagers in de oorlog,
De loop van het levensbloed
Voor altijd bedervend....)
In het begin
Goed voorzien van uitpuilende tonen
Van in gelijke mate gezaaid
Stilzwijgen en onwetendheid.
Deelde een marmeren boog van engelen
Gezworen aan de morgenster
Zijn trots en voelde diep vanbinnen
Kille schaduwen hun kaarten wegvegen
©Joeri W.