Geboren in een begrafeniskleed
Sissend en spookachtig
Vliegen heksen rond
In hemels verlicht met vijfpuntige sterren
Het werk van kunsten die zonden overtreffen
Terwijl zij als een sierlijke verschijning aan haar raamkozijn zat
- een verweesde bloedmooie kleine heks<
dit kind van het woud-bed
haar huid gekleurd met vleugjes absint -
Haar ogen verraadden, zoals de heksensabbat
Soms de hel probeert te verhullen,
Een sneeuwwitte bloedlijn van goddelijke zonderlingen
Uitbunding feestend, waar ze ter aarde neervielen...
Het circus kwam aangestrompeld, een kring van beloofd genot
Voor zeven dagen en zeven festivalnachten
Welke goddeloze wonderen liggen er binnen de grenzen
Van het pantershol
Zij kijkt toe vanop een meiboom, op het puntje van haar tong
Lag de rusteloze ziel van de komende Kerstmis
Een Gretel die het beu is alleen op haar duim te zuigen
En dan op peperkoeken mannetjes
Uitgebroed, geminacht, verafschuwd door de hemelen
Zij was het licht van deze instortende wereld
Verscheurd door oorlog, troosteloos en verzwakt
Werd zij gevonden
Geboren in een begrafeniskleed
Bevrijd van de ketens van het kruis dat God haar gegeven had
Kon ze verleiden, en omhulden nu heidense linten haar gemoed
In een carnaval van verkochte en verloren zielen
Uitgebroed, geminacht, verafschuwd door de hemelen
Zij was het licht van deze instortende wereld
Verscheurd door oorlog, troosteloos en verzwakt
Werd zij gevonden
Geboren in een begrafeniskleed
Nu beweegt ze zich met de slinksheid van een roofdier
Buiten de vurige cirkel van het leven
Zij troost je koud hart voor een tijdje
En stemt jouw hart dan af op het hare, erin neerzinkend met een dolk
Zij worstelt met haar dromen met een gevoelig gemak
Beloerd door haar kruis aan de muur
En als ze zou ontwaken, door een omhelzing of een vergissing
Dan zou ze Jezus
Met haar voet vooruit en helemaal nemen...
Sissend en nu eindelijk
Kroop het circus weg
Met een andere geliefde in haar armen
Dansend op haar graf...
ŠJoeri W.