Geschenken van vergiftigde zielen
Heersend op het feest van Fantasia
Probeerden intensere geneugten te buigen
Voor mijn kroning en vocale ambities
Om te regeren over deze dwaze schepping nu onder mijn bewind
Ik wist dat de diepe ogen
Van een verre Christus
Van op afstand geschramd werden onder de schittering van de sterren
Bij het zien van mijn preken over de rituelen van de ondeugd
De deugd verdervend
De bevalligheid onderwerpend
Vanachter het glinsterende masker van de hoogmoed
Het gezicht reddend, doorns vinden om zijn flank
Te doorboren
Het vuur van de lust
Verspreidde de hel in mijn ziel
En hoe hoger de snaren
Hoe meer controle ik probeerde te krijgen
In verrukking sleurend aan de nekriem
Gezicht naar de wind om met gulzige longen te ademen
De wereldwijde geur van ontucht
De kronkeling van vele adders die tongvallen ontcijferden
Toen fluisterde ik dromers mijn intriges in het oor
Om een Eden na te streven
Dat mij weer als verheven heerser zou uitroepen
En terwijl mijn wereld bloeide
Bloeide ook de maan
Van Adam tot Seth, Enos, Cainan
Mahalaleel en Jared
De deugd verdervend
De bevalligheid onderwerpend
Vanachter de glibberige vermomming van leugens
Het gezicht reddend, golven makend om hun geloof in te verdrinken
Messiassen, verschoppelingen
Ontelbare eeuwen hebben de twee omgewisseld
Hoe hoger dus hun torens reikten
Hoe meer vervloekt hun wortels
En hun lijden...
Ik bevaarde wrede zeeën
Op het galjoen van de schaduw des doods
Een vuist in de kut van de wijdbeense horizon
Een kus voor de gloedrode zonsopgang eens opgediend op
De kust van Menses
Uitgestoten door hemelse baarmoeders
Een eerstegraads moord van raven
Die in de schemering door de verdoemde breuklijn
De geit van Mendes volgden
Ik gaf de drumtoon aan
In het galjoen van de schaduw des doods...
Engelen in gewaden
Zuiver als steenkool
Namen hun beloning
In gemartelde sterfelijke zielen
Een stoutmoudige richting
De rand van de onmetelijke afgrond
Maar in kille gedachten
Eén waar ze toch warm voor liepen
Terwijl ze op rooftocht gingen op de wegen van de rechtschapenen
Doorheen de mythe van boomgaardgronden begroeid met distels
Waar overvloedige geschenken groeiden, want
De appels van de Heer waren door en door rot
Verleiding, mijn afgezant
Attila, Herodus, de Farizeeën en Nero
Allemaal smeekten ze mij om meer
Onderaan de duistere treden van de geschiedenis
Vocht ik een oorlog met een Hemel
Die ik niet kon zien...
Mijn wildste fantasieën overtreffend
Dodelijke zonden met zessen overladend
Ruilde ik degenen die voor de overwinning streden
Huid voor kostbare huid...
En dat wat binnenin kronkelde
Het papierwerk van de openbaringen geweld aandoend
Eeuwigheden kervend in vervloekte verzen
De gescheurde vodden van de verrijzenis
Werden vanaf pauselijke kansels tot stof verstrooid
De pamfletten van de lust
Verspreidden de hel in hun zielen
En hoe hoger de vlammen likten
Hoe meer macht ik kreeg
©Joeri W.