Drugs komen oorspronkelijk uit de natuur. Hasj en marihuana komen van de hennepplant. Sterkere bewustzijnsveranderende middelen zijn bijvoorbeeld te vinden in de peyote-cactus en sommige paddestoelen. Cocaine wordt uit bladeren van de coca-plant gehaald. Opium, de basis van morfine en heroine, is een produkt van de papaverplant.
Vanaf het begin van de negentiende eeuw is geleidelijk aan ontdekt wat precies de werkzame stoffen in de natuurprodukten zijn. Een aantal van de stoffen bleek ook in laboratoria te kunnen worden 'nagemaakt'.
Sommige drugs zijn 'uitgevonden' in het laboratorium. Voorbeelden daarvan zijn LSD, XTC en benzodiazepillen, zoals Valium en Seresta.
Soms lijken drugs uit het niets te voorschijn te komen. In werkelijkheid vindt het gebruik dan al een tijdje plaats in beperkte kring. Wanneer het gebruik naar bredere kring uitbreidt, is grote onrust vaak het gevolg, omdat bijna niemand het fijne weet van herkomst, omvang en risico's. De media spelen hierbij een belangrijke rol. Sommige van deze modieuze-trends waaien snel over, andere blijven. Recente voorbeelden zijn XTC en de zogenaamde 'natuurlijke drugs' of 'ecodrugs'. De laatste middelen zijn samengesteld uit plantaardige bestanddelen (maar daardoor niet minder gevaarlijk dan de chemische middelen).

Ondanks de strenge aanpak van handel en produktie is niet tegen te gaan dat illegale drugs bij de gebruiker terechtkomen. Het land is immers niet hermetisch af te sluiten. Bovendien wordt ook in eigen land geproduceerd. En zolang daar (veel) geld mee te verdienen is, zullen er mensen zijn die dat blijven doen, ondanks de risico's van vervolging.

Druggebruik is overigens niet een verschijnsel van de laatste tijd. De oudste harde bewijzen dateren van 7000 jaar geleden. Oudere culturen hebben te weinig sporen nagelaten om er conclusies aan te mogen verbinden. Wel kan gesteld worden dat druggebruik heel oud is en dat er vermoedelijk altijd wel mensen zijn geweest die drugs gebruikten.