| Het verhaal speelt zich af in 1961, in de periode dat er veel
vluchtelingen uit de kolonies naar Nederland kwamen. Racisme is in de film een onderhuids
probleem. Het wordt nooit echt aangekaart, maar er gebeuren bepaalde dingen uit
racistische overwegingen. |

|

|
Een familie komt per boot uit Indonesië en probeert zich te integreren in
een Nederlandse stadswijk. Koen speelt Hans, de zoon van een snackbarhouder. Hij wordt
verliefd op Brenda (Ivon Pelasula), de oudste Indische dochter. Haar familie wil vooruit
en koopt van Hans' vader een oude fietsenstalling, met de bedoeling er een Indisch
restaurant van te maken. Het wordt voor een appel en ei verkocht zodat die mensen het met
hun spaarcentjes netjes kunnen inrichten. In zijn achterhoofd denkt hij echter dat niemand
dat vreten wil hebben en dat hij het achteraf voor nog minder geld kan
terugkopen. |
| Het draait natuurlijk anders uit. Het restaurant boert goed en de snackbar
loopt achteruit. Aanhangers van de snackbar, zware racisten, steken dan het restaurant in
de fik. Op dat moment is Hans daar ook: in de keuken heeft hij met Brenda een felle
discussie omdat ze zwanger is van hem. Hij blijft bijna in de brand, maar zij redt hem
eruit. Uiteindelijk trouwen ze, en daar eindigt de film. De onenigheden en misverstanden
tussen de families blijven bestaan, ook al zijn er dingen gebeurd die hen dichter bij
elkaar hadden moeten brengen. |

|