De Omgeving
Babí


Nadat Hitler in het jaar 1933 aan de macht was gekomen, steeg in belangrijke mate het gevaar op een nieuwe oorlog, en daarmee ook het gevaar van onmiddellijke bedreiging van de CSR aan de zijde van het aangrenzende Duitsland.

In verband met deze oorlog werd een uniek concept bedacht - een sterk strategisch afweersysteem samen met de toetreding tot de geallieerden.

Het was duidelijk, dat men de gebieden Bohemen en Moravië uitstekend kon verdedigen door gebruik te maken van de natuurlijke grenzen, de bergen en bossen. Daartoe werd het volgende plan opgesteld: tegen elke prijs moesten de Noord- en Zuidgrenzen worden verdedigd om ze voor de CSR te behouden.


In het jaar 1934 werd een definitief besluit genomen. De CSR zou haar grenzen verdedigen en de vestingen werden met bestaande garnizoenen bemand. De zwaarste verdedigingslinie zou langs de Noordgrens van het land worden opgetrokken, tussen Ostrava en Trutnov.

Het basisdoel van de vestingwerken was het op de eerste linie tegenhouden van de gepantserde en gemotoriseerde eenheden van de Duitse strijdkrachten. Daarbij moest de vijand zware verliezen worden toegebracht. Aldus werd het mogelijk om de mobilisatie van de binnenlandse strijdkrachten goed op orde te brengen.

Bij de bouwplannen van de vestingen in de eerste helft van de dertiger jaren, stond het gebied van Trutnov op de eerste plaats als keuze van de generale staf van het toenmalige leger. Ten noorden van Trutnov bevindt zich een brede bergkam, die een natuurlijke hoogte vormt in het landschap van Tsjechië. Vanuit deze hoogte buigt zich een verbindingsweg vanuit Zacler, over Babí naar Trutnov. Het betreft hier een vroegere legerplaats, uit de Middeleeuwen. Daarom werd besloten in het grensgebied van Trutnov de kilometerslange verdedigingslinie van lichte en zware vestingen op te bouwen. Deze vestingen zouden op sleutelposities met Artillerie geschut worden uitgevoerd. De op deze wijze gebouwde verdedigingslinie zouden de aanval van de Duitse strijdkrachten een halt moeten toeroepen. Het belangrijkste doel van de Duitsers was immers door de verdediging van het Tsjechoslowaakse leger breken, om vervolgens het land verder te veroveren via Trutnov, Dvur Kralové en Pardubice.



Al vanaf de eerste afwegingen om de verdedigingslinie in de omgeving van Trutnov te bouwen, was het de bedoeling om in de buurt van Trutnov langs het dorpje Babí een sterk artilleriegeschut op te bouwen, als basis en pijler voor de verdediging van het hele gebied. Door de realisatie van deze plannen ontstond STACHELBERG.

Het artilleriegeschut als machtigste element van de Tsjechoslowaakse verdedigingswerken representeerde een gesloten systeem van artillerie- en infanterie kazematten, net zoals de artillerie- en de geschutskoepels met kanonnen. Dat alles was in de hoogste graad tot het bieden van tegenstand uitgevoerd. De vestingsobjecten waren daarbij in diepe kelders (20-50 meter onder het aardoppervlak) ondergebracht, waarbij zij tevens met het gangenstelsel onder de geschutskoepels waren verbonden. Hier, verzekerd van bescherming voor de bedreigingen van buitenaf, bevond zich de gehele rugdekking van de vesting, zoals de munitiedepots, de opslagplaatsen, kazernes voor een paar honderd manschappen, generatoren, filters en ventilatieinrichting.