WP 6 Ploegen
WP 6.1
Elke ploeg bestaat uit zeven spelers, van wie er één de doelverdediger is die de doelverdedigersmuts moet dragen en uit zes reserves, die als vervanger gebruikt mogen worden.Van een ploeg die minder dan zeven spelers heeft zal niet worden geëist dat zij met een doelverdediger speelt.
WP 6.2
Alle spelers die op enig moment niet aan het spel deelnemen, moeten samen met de coaches en begeleiders op de bank voor de ploeg zitten. Zij mogen zich vanaf het begin van de wedstrijd niet van de bank verwijderen, behalve gedurende de rusttijden tussen de speelperioden.
De ploegen wisselen van speelzijden en banken na twee speelperioden en na de eerste speelperiode van de eventuele extra tijd. De banken voor de ploegen zijn beide gesitueerd aan de zijde tegenover die van de jurytafel.
(KNZB nr. 9 : Op een bank mogen maximaal 3 coaches/begeleiders en 6 reservespelers, voor wie de verplichting geldt dat zij hun muts dragen, plaats nemen.)
WP 6.3
De aanvoerders zijn spelers van hun respectievelijke ploegen en zij zijn elk verantwoordelijk voor het goede gedrag en de discipline van hun ploeg.
(KNZB nr. 10 : Wanneer de aanvoerder voor de verdere duur van de wedstrijd wordt uitgesloten dient een vervanger zich als zodanig kenbaar te maken aan de scheidsrechters.)
WP 6.4
De spelers moeten ondoorzichtige zwemkleding of zwemkleding met daaronder een afzonderlijk broekje/slip dragen en moeten voordat zij aan het spel deelnemen zich van alle voorwerpen ontdoen welke letsel zouden kunnen veroorzaken.
WP 6.5
Spelers mogen geen vet, olie of willekeurig ander vettig produkt op het lichaam hebben. Indien de scheidsrechter vóór de wedstrijd constateert, dat een dergelijke substantie is gebruikt dan geeft hij opdracht dit onmiddellijk te verwijderen. Het begin van de wedstrijd wordt niet uitgesteld om de substantie te kunnen verwijderen. Als deze overtreding ontdekt wordt nadat het spel is begonnen, dan wordt de overtredende speler voor de verdere duur van de wedstrijd uitgesloten en wordt het een vervanger meteen toegestaan in het speelveld te komen via het terugkomvak het dichtst bij zijn eigen doellijn.
WP 6.6 Voor het begin van de wedstrijd en in het bijzijn van de scheidsrechter moeten de aanvoerders tossen met behulp van een munt. De winnaar heeft de keuze van de speelzijde.