Terug naar overzicht

WP 9 Scheidsrechters

WP 9.1
De scheidsrechters hebben de algehele leiding van het spel. Hun gezag over de spelers blijft van kracht gedurende de gehele tijd dat zij en de spelers binnen het zwembad verblijven. Alle beslissingen van de scheidsrechters met betrekking tot feitelijke zaken zijn bindend en aan hun uitleg van de spelregels moet gedurende het spel gevolg worden gegeven. De scheidsrechters gaan bij elke situatie gedurende het spel niet uit van veronderstellingen maar van de feiten en interpreteren naar beste vermogen wat zij waarnemen.

WP 9.2
De scheidsrechters fluiten voor het aanduiden van begin of herbegin van de wedstrijd en van doelpunten, doelworpen en hoekworpen (al dan niet door de grensrechter aangegeven), neutrale inworpen en inbreuken op de spelregels. Een scheidsrechter mag een genomen beslissing wijzigen, mits hij zulks doet voordat de bal weer in het spel is gebracht.

WP 9.3.
De scheidsrechters zullen niet voor een fout fluiten, indien naar hun mening deze spelonderbreking een voordeel zal opleveren voor de ploeg die de overtreding begaat. De scheidsrechters zullen niet voor een gewone fout fluiten als er nog een mogelijkheid is om de bal te spelen.

[Opmerking : De scheidsrechters zullen dit principe in z'n volle omvang toepassen. Ze moeten bijvoorbeeld, niet voor een fout fluiten ten gunste van de speler die in balbezit is en op weg is naar het doel van de tegenpartij, omdat dat beschouwd wordt als voordeel geven aan de ploeg die de overtreding begaat.](Zie ook WP 22.9)

(KNZB nr. 12 : WP 9.3.1 De scheidsrechter die een foutief teken geeft of scheidsrechters die ieder verschillende tekens geven, moeten zich de bal laten aangeven. Nadat zij, eventueel na onderling overleg, het goede teken en de plaats van overtreding hebben aangegeven, moeten zij de ploegen voldoende tijd geven om hun posities in te nemen, alvorens de bal in het speelveld te werpen en een teken te geven dat de worp, ter voortzetting van het spel, genomen kan worden.)

(KNZB nr. 13 : WP 9.3.2 De scheidsrechters moeten indien zij, nadat het spel weer hervat is, een juryfout vaststellen resp. indien zij van mening zijn dat de jurysignalen niet duidelijk waren, de speeltijd terug zetten naar het moment in de wedstrijd waarop zich deze situatie voordeed. Alle tussentijdse voorvallen die op het wedstrijdformulier geregistreerd werden zullen daarbij vervallen met uitzondering van die fouten gemaakt tegen de regels WP 22.8, WP 22.9 en WP 22.10. De vervanging overeenkomstig WP 22.8 en WP 22.10 wordt daarbij geacht te hebben plaatsgevonden op het tijdstip van herbegin na zo'n situatie.)

WP 9.4
De scheidsrechters hebben de bevoegdheid elke speler uit te sluiten overeenkomstig de betreffende spelregel en de wedstrijd te staken als een speler, daartoe gelast, zou weigeren het water te verlaten.

WP 9.5
De scheidsrechters hebben de bevoegdheid om elke speler, ploegfunctionaris of toeschouwer te gelasten de zwemzaal te verlaten wiens gedrag hen verhindert hun functie op een behoorlijke en onpartijdige wijze uit te voeren.

WP 9.6
De scheidsrechters hebben de bevoegdheid de wedstrijd op elk moment te staken indien, naar hun oordeel, het gedrag van de spelers of toeschouwers of andere omstandigheden een regelmatig verloop verhinderen. Indien de wedstrijd gestaakt moet worden, brengen de scheidsrechters aan de bevoegde instanties verslag uit.