BIJLAGE A: INSTRUCTIES BIJ "LEIDING DOOR TWEE SCHEIDSRECHTERS"
1. De scheidsrechters hebben de algehele leiding van de wedstrijd en hebben gelijke bevoegdheden om voor fouten te fluiten en om strafworpen toe te kennen. Verschil van mening tussen de scheidsrechters is nimmer grond voor een protest of beroep.
2. De organiserende instantie voor het aanstellen van de scheidsrechters heeft de bevoegdheid om de zijde van het zwembad te bepalen waaraan elk van de scheidsrechters zal fungeren.
3. Bij het begin van de wedstrijd en van elke speelperiode wordt het beginsignaal gegeven door de scheidsrechter die aan de zijde van de jurytafel fungeert.
4. Na een doelpunt wordt het beginsignaal gegeven door de scheidsrechter die de leiding had bij de aanvallende situatie toen het doelpunt werd gemaakt.
5. Elke scheidsrechter heeft de bevoegdheid om voor fouten te fluiten op elk gedeelte van het speelveld maar elke scheidsrechter zal zijn primaire aandacht richten op de offensieve situatie bij aanvallen op het doel aan zijn rechterhand. De scheidsrechter die niet de aanvallende situatie beoordeelt (de verdedigende scheidsrechter) kiest een positie die zich niet dichter bij het doel bevindt waarop de aanval wordt uitgevoerd, dan de speler van de aanvallende ploeg die het verst terug ligt.
6. Bij het toekennen van een vrije worp, doelworp of hoekworp, fluit de scheidsrechter die de beslissing neemt en beide scheidsrechters steken de vlag op, waarvan de kleur overeenkomt met die van de mutsen van de ploeg aan wie de worp wordt toegekend, om zo aan de spelers die zich in de verschillende delen van het zwembad ophouden snel te laten zien aan welke ploeg de worp is toegekend. Als dat nodig is ter voorkoming van twijfel wijst de scheidsrechter die de beslissing neemt naar de plaats van waaraf de worp genomen gaat worden.
7. Het teken voor het nemen van een strafworp wordt gegeven door de aanvallende scheidsrechter, behalve wanneer de speler die de worp met zijn linkerhand wil nemen aan de verdedigende scheidsrechter mag vragen om het teken te geven.
8. Als tegelijkertijd door de beide scheidsrechters voor gewone fouten wordt gefloten voor dezelfde ploeg wordt de worp toegekend aan de speler bij de aanvallende scheidsrechter.
9. Als tegelijkertijd voor gewone fouten wordt gefloten maar voor verschillende ploegen wordt een neutrale inworp gegeven, te nemen door de aanvallende scheidsrechter.
10. Als de ene scheidsrechter fluit voor een uitsluitingsfout en op het zelfde moment de andere scheidsrechter fluit voor een strafworpfout maar ieder voor verschillende ploegen worden de beide overtredende spelers uitgesloten en een neutrale inworp genomen.
11. Als tegelijkertijd door de beide scheidsrechters wordt gefloten, de ene voor een gewone fout en de ander voor een uitsluitings- of strafworpfout, zal de uitsluitings- of strafworpfout worden toegekend.
12. In het geval van gelijktijdige toekenning van strafworpfouten tegen beide ploegen, wordt de eerste worp genomen door de ploeg die het laatst in balbezit was. Nadat de tweede strafworp is genomen zal het spel worden hervat met een neutrale inworp op de middenlijn.