Terug naar overzicht

BIJLAGE B: Tekens te gebruiken door officials (functionarissen)

Fig. A
De scheidsrechter beweegt zijn arm omlaag vanuit een verticale positie:

1) teken voor het begin van een speelperiode (WP 14.2);
2) teken voor het herbegin na een doelpunt (WP 16.1);
3) teken voor het nemen van een strafworp (WP 24.3).


Fig. B
Door met een arm te wijzen in de richting van de aanval en met de andere arm het punt aan te wijzen van waar de bal in het spel gebracht moet worden:

1) teken voor een vrije worp;
2) teken voor een doelworp;
3) teken voor een hoekworp.


Fig. C
Teken om de uitsluiting van een speler aan te geven, door naar de speler te wijzen en vervolgens de arm te bewegen in de richting van de speelveldbegrenzing, onmiddellijk gevolgd door het aangeven van het mutsnummer van de uitgesloten speler zodanig dat dit zichtbaar is voor zowel de spelers in het speelveld als voor de jurytafel.


Fig. D
Teken voor het gelijktijdig uitsluiten van twee spelers. De scheidsrechter zal met beide handen naar de twee spelers wij- zen, en aangegeven overeenkomstig Figuur C dat ze uitgesloten zijn en vervolgens de mutsnummers aangeven overeenkomstig Figuur C.


Fig. E
Teken voor een neutrale inworp. De scheidsrechter wijst met zijn handen met beide duimen naar boven gericht de plaats aan waar de neutrale inworp is toegekend en vraagt om de bal.


Fig. F
Teken om het uitsluiten van een speler met vervanging aan te geven voor, oftewel een derde overtreding (WP 25.2), wangedrag (WP 22.8), gebrek aan eerbied (WP 22.10), storen bij het nemen van een strafworp (WP 22.15) of daarmee te vergelijken over- tredingen. De scheidsrechter geeft de uitsluiting aan over- eenkomstig Figuur C (of indien van toepassing Figuur D) en draait vervolgens de handen om elkaar heen overeenkomstig Figuur F.


Fig. G
Teken om het uitsluiten van een speler zonder vervanging aan te geven. De scheidsrechter geeft het teken voor de uitsluiting overeenkomstig Figuur C (of Figuur D indien van toepassing) en kruist vervolgens zijn armen op zodanige wijze dat dit zicht baar is voor zowel de spelers in het speelveld als voor de jurytafel, ervoor zorgend dat de jurytafel het mutsnummer kan noteren.


Fig. H
Teken voor het toekennen van een strafworp, De scheidsrechter brengt zijn arm met vier opgestoken vingersomhoog. Daarna geeft hij de jurytafel het mutsnummer door van de verdedigende speler overeenkomstig WP 23.


Fig. I
De scheidsrechter zal een doelpunt aangeven met een fluitsig- naal gevolgd door het onmiddellijk wijzen naar het midden van het speelveld.


Fig. J
Teken om het onderduwen van een tegenstander aan te geven (WP 22.6). De scheidsrechter maakt een neergaande beweging met beide handen beginnend vanuit een horizontale positie.


Fig. K
Teken om de zware overtreding van het trappen van een tegen- stander aan te geven (WP 22.7). De scheidsrechter maakt met één voet een trappende beweging terwijl hij op de andere voet blijft staan.


Fig. L
Teken om de zware overtreding van het naar zich toe trekken van een tegenstander aan te geven (WP 22.6). De scheidsrechter maakt een terugtrekkende beweging waarbij hij beide handen verticaal gestrekt naar zijn lichaam toe beweegt.


Fig. M
Teken om het volledig onder water duwen van de bal aan te geven (WP 21.6). De scheidsrechter maakt een neerwaartse beweging met zijn hand, beginnend vanuit een horizontale positie.


Fig. N
Teken om het staan op de bodem aan te geven (WP 21.5). De scheidsrechter beweegt één voet omhoog en omlaag.


Fig. O
Teken om het onnodig tijd verspillen bij het nemen van een vrije worp, doelworp of hoekworp aan te geven (WP 21.14). De scheidsrechter beweegt zijn hand op een zichtbare manier een of twee keer op en neer, de handpalm naar boven gericht.


Fig. P
Teken om een overtreding van de 2-meterregel aan te geven (WP 21.12). De scheidsrechter geeft het nummer twee aan, door de wijs- en de middelvingers omhoog te steken met de arm ver- ticaal gestrekt.


Fig. Q
Teken om tijdverspilling (WP 21.16) of het aflopen van de 35-secondenklok(WP 21.17) aan te geven. De scheidsrechter maakt met zijn hand twee of drie keer een cirkel-gebaar.


Fig. R
Teken van een grensrechter voorafgaand aan het begin van het spel en om een doelworp of hoekworp aan te geven.


Fig. S
Teken van een grensrechter om een doelpunt aan te geven.


Fig. T
Teken om de zware overtreding van het slaan van een tegen- stander (WP 22.7) aan te geven. De scheidsrechter maakt een slaande beweging met de gesloten vuist, beginnend vanuit een horizontale positie.


Fig. U
Teken om de zware overtreding van het vasthouden van een te- genstander (WP 22.6) aan te geven. De scheidsrechter maakt een gebaar waarbij hij de pols van de ene hand met de andere hand vasthoudt.


Fig. V
Teken om het wegduwen of zich afzetten van een tegenstander (WP 21.10) aan te geven. De scheidsrechter maakt met zijn arm een van zijn lichaam afduwende beweging beginnend vanuit een horizontale positie.


Fig. W
Teken om de gewone fout van het hinderen of zwemmen over een tegenstander(WP 21.9) aan te geven. De scheidsrechter maakt een kruisend gebaar waarbij de ene hand de andere horizontaal kruist.


Fig. X
Tekens ter aanduiding van het mutsnummer van een speler, met één hand. Indien het nummer meer dan vijf bedraagt, wordt eerst de open handpalm getoond met vijf vingers, gevolgd door het aantal vingers dat samen de som vormt van het mutsnummer van de speler. Voor het nummer tien wordt een gesloten vuist ge- toond.Indien het nummer hoger is dan tien, dan eerst de ge sloten vuist tonen en vervolgens het aanvullend aantal vingers om het juiste nummer van de speler vol te maken.

(KNZB-nr. 24 : Het wordt als niet ontvankelijk beschouwd om een protest in te dienen tegen het onduidelijk of onjuist aangeven van de tekens en gebaren als opgenomen in bovenstaand artikel)