Terug naar overzicht

WP 17 Doelworpen

WP 17.1
Een doelworp wordt toegekend:

(a) als de bal, die het laatst is gespeeld of aangeraakt door een speler van de aanvallende ploeg, de doellijn helemaal overschrijdt, met uitzondering van het gedeelte tussen de doelpalen en onder de dwarslat;

(b) Als de bal de doellijn tussen de doelpalen en onder de dwarslat volledig overschrijdt, of de doelpalen, de dwarslat of de ver- dedigende doelverdediger raakt, anders dan uit een direct schot uit een doelworp of uit een vrije worp, gegeven buiten de 7 meterlijn, zonder dat hij bewust is gespeeld of aangeraakt door een andere speler.

WP 17.2
De doelworp wordt genomen door de doelverdediger van de verdedigende ploeg, vanaf een willekeurig punt binnen zijn 2 meter gebied. Als de doelverdediger het water heeft verlaten wordt de doelworp genomen door een andere speler van de verdedigende ploeg. Een doelworp die niet volgens deze spelregel plaatsvindt, wordt overgenomen.

[Opmerking: Er mag geen onnodig oponthoud zijn bij het nemen van een vrije worp, doelworp of hoekworp. De worp moet zodanig worden genomen dat de andere spelers in staat zijn waar te nemen dat de bal de hand van de nemer verlaat. Spelers begaan vaak de fout van overdreven tijdgebruik bij het nemen van de worp omdat ze de bepaling als gesteld in WP 20.4, die toelaat dat de nemer met de bal opzwemt(dribbelt) alvorens deze naar een andere speler te plaatsen, over het hoofd zien. De worp kan dus onmiddellijk genomen worden, zelfs al kan de nemer op dat moment geen speler vinden naar wie hij de bal zou kunnen plaatsen. In zo'n situatie, is het hem toegestaan de worp te nemen door de bal van zijn geheven hand op het water te laten vallen (fig. 1) of door deze omhoog te werpen (fig. 2) en kan hij daarna opzwemmen of dribbelen met de bal. In elk geval moet de worp zo worden genomen dat de andere spelers in staat zijn dat waar te nemen.]


Fig. 1 en fig. 2