Terug naar overzicht

WP 22 Uitsluitingsfouten

WP 22.1
Het is een uitsluitingsfout om een van de navolgende overtredingen te begaan (WP 22.3 t/m WP 22.16). Dit wordt bestraft (behalve als in de spelregels anders is voorzien) met het toekennen van een vrije worp aan de tegenpartij en uitsluiting van de speler die de overtreding beging.

(KNZB-nr 22: Wanneer de bal verder verwijderd is van het doel van de verdedigende ploeg, wordt de vrije worp genomen vanaf de plaats waar zich de bal bevindt. Wanneer de fout door een verdedigende speler binnen zijn twee-metergebied is begaan, wordt de vrije worp genomen vanaf de twee-meterlijn tegenover de plaats waar het voorval plaatsvond.)

Het is de uitgesloten speler zelf of een vervanger toegestaan om weer in het speelveld te komen vanuit het terugkomvak bij zijn eigen doellijn zodra zich een van de volgende voorvallen voordoet:

(a) als er 20 seconden werkelijk spel verstreken is, de secretaris zal op dat moment de betreffende vlag opsteken onder de voorwaarde dat de uitgesloten speler overeenkomstig de spelregels zijn terugkomvak heeft bereikt;

(b) als er een doelpunt is gemaakt;

(c) als de ploeg van de uitgesloten speler gedurende werkelijk spel balbezit herkrijgt (hetgeen betekent controle hebben over de bal).De scheidsrechter die de verdedigende situatie beoordeelt zal op dat moment het weer in het speelveld mogen komen aangeven door met de hand het terugkomteken te geven;

(d) als het spel is herbegonnen door een speler van de ploeg van de uitgesloten speler na een onderbreking. De scheidsrechter die de verdedigende situatie beoordeelt zal op dat moment het weer in het speelveld mogen komen aangeven door met de hand het terugkomteken te geven.

De uitgesloten speler begeeft zich naar het terugkomvak bij zijn eigen doellijn zonder het water te verlaten. Een uitgesloten speler die zelfstandig het water verlaat (anders dan aansluitend op het in het speelveld komen van een vervanger) maakt zich schuldig aan een overtreding overeenkomstig WP 22.10 (gebrek aan eerbied)

[Opmerking. Een uitgesloten speler (met inbegrip van elke speler die volgens de spelregels voor de verdere duur van de wedstrijd is uitgesloten) blijft in het water en begeeft zich (hetgeen ook mag inhouden zwemmend onder water) naar het terugkomvak bij zijn eigen doellijn zonder zich met het spel te bemoeien. Hij mag vanuit het speelveld naar elk punt op de doellijn zwemmen en mag achter het doel langs naar het terugkomvak zwemmen bij zijn eigen doellijn onder het voorbehoud dat hij daarbij niet de opstelling van het doel verandert.

Bij het bereiken van het terugkomvak, moet de uitgesloten speler zichtbaar boven water komen voordat hij (of een vervanger) toestemming krijgt om weer in het speelveld te komen overeenkomstig de spelregels. Het is echter niet noodzakelijk dat de uitgesloten speler in het terugkomvak blijft afwachten tot de beoogde vervanger is gearriveerd. Een wisseling van balbezit ontstaat niet louter vanwege het einde van een speelperiode, maar de uitgesloten speler of vervanger is gerechtigd weer in het speelveld te komen als zijn ploeg de bal verovert bij het uitzwemmen voor het herbegin van de volgende speelperiode. De scheidsrechters en de secretaris moeten noteren welke ploeg in balbezit was bij het einde van een speelperiode indien er een speler werd uitgesloten op het moment dat het eindsignaal van de speelperiode klonk.]

WP 22.2
Zodra zich een van de voorvallen voordoet waarnaar in WP 22.1 verwezen wordt, tenzij er een doelpunt is gemaakt, is het de uitgesloten speler zelf of een vervanger toegestaan weer in het speelveld te komen vanuit het terugkomvak het dichtst bij zijn eigen doellijn, onder het voorbehoud dat:

(a) hij een teken heeft gekregen van de secretaris of een scheidsrechter;

(b) hij niet springt van of zich afzet tegen de kant van het zwembad of het speelveld;

(c) hij de opstelling van het doel niet verandert;

(d) het een vervanger niet is toegestaan in het speelveld te komen in de plaats van een uitgesloten speler totdat deze speler het terugkomvak het dichtst bij zijn eigen doellijn bereikt heeft.

Deze beperkingen zijn ook van toepassing bij het in het speelveld komen van een vervanger indien de uitgesloten speler zijn derde persoonlijke fout heeft gekregen of in overeenstemming met de spelregels op een andere manier voor de verdere duur van de wedstrijd is uitgesloten.

[Opmerking: Een vervanger krijgt geen terugkomteken van de scheidsrechter noch een vlagsignaal van de secretaris voor het verstrijken van de 20 seconden uitsluitingsperiode totdat de uitgesloten speler het terugkomvak het dichtst bij zijn eigen doellijn bereikt heeft. Dit is ook van toepassing voor een vervanger die in de plaats komt van een speler die voor de verdere duur van de wedstrijd is uitgesloten. Indien de uitgesloten speler verzuimt om naar zijn terugkomvak te gaan, is het een vervanger niet toegestaan in het speelveld te komen tenzij er een doelpunt wordt gemaakt of bij het einde van een speelperiode.

De hoofdverantwoordelijkheid voor het geven van het terugkomteken voor het weer in het speelveld mogen komen van een uitgesloten speler of van een vervanger ligt bij de scheidsrechter die de verdedigende situatie beoordeelt. Niettemin mag de scheidsrechter die de aanvalssituatie beoordeelt hierbij ook behulpzaam zijn. Zowel het teken van de ene als de andere scheidsrechter is geldig. Als een scheidsrechter een onjuist in het speelveld komen vermoedt of de grensrechter geeft een teken voor een dergelijk onjuist in het speelveld komen, dan moet hij zich eerst zelf ervan vergewissen of de andere scheidsrechter niet een terugkomteken gegeven heeft.

Voordat hij het terugkomteken geeft voor het weer in het speelveld mogen komen van een uitgesloten speler of een vervanger, moet de scheidsrechter die de verdedigende situatie beoordeelt een moment wachten voor het geval dat de scheidsrechter die de aanvallende situatie beoordeelt fluit om het balbezit terug te geven aan de tegenpartij.]

WP 22.3
Het door een speler verlaten van het water, of zitten of staan op de treden of de rand van het zwembad gedurende het spel, uitgezonderd in het geval van ongeval, letsel, ziekte of met toestemming van de scheidsrechter.

WP 22.4
Het (ver)hinderen van de uitvoering van een vrije worp, doelworp, hoekworp of strafworp, daarbij inbegrepen:

(a) het opzettelijk wegwerpen van de bal of het niet loslaten van de bal waardoor de normale voortgang van de wedstrijd wordt verhinderd;

(b) elke poging om de bal te spelen, voordat deze de hand van de nemer heeft verlaten.

[Opmerking: Een speler wordt niet bestraft voor deze spelregel als hij het fluitsignaal niet kan horen omdat hij zich onder water bevindt. De scheidsrechters moeten vaststellen of de speler al dan niet met opzet handelde.

Het hinderen bij het nemen van een worp is ook indirect mogelijk als voor de speler die de vrije worp gaat nemen het bereiken van de bal wordt bemoeilijkt, vertraagd of belemmerd, of doet zich voor als het uitvoeren van de worp wordt belet door het versperren van de werprichting door een tegenstander (fig 13) of de eigenlijke beweging bij het nemen wordt verstoord (fig 14). Voor het hinderen bij een strafworp, zie ook WP 22.15.]


Fig. 13


Fig. 14

WP 22.5
Het opzettelijk water spatten in het gezicht van een tegenstander.

[Opmerking: Water spatten wordt vaak toegepast als een onsportieve tactiek maar wordt meestal alleen maar bestraft in de duidelijke situatie wanneer de spelers van aangezicht tot aangezicht liggen (zie fig. 15). Het gebeurt echter vaak minder opvallend doordat een speler met zijn arm een watergordijn produceert, daarbij de schijn wekkend alsof dit onopzettelijk gebeurt, in een poging het uitzicht te belemmeren van de tegenstander die op het punt staat op doel te schieten of om de bal te plaatsen.


Fig. 15

De straf voor het opzettelijk water spatten in het gezicht van een tegenstander is uitsluiting volgens WP 22.5 of een strafworp volgens WP 23.2 als de tegenstander zich binnen het 4-metergebied bevindt en tracht op doel te schieten. Bij het toekennen van een strafworp of een uitsluiting zijn slechts de positie en de acties van de aanvallende speler maatgevend. Twijfel over het zich wel of niet binnen het 4-metergebied bevinden van de overtredende speler is geen bepalende factor.]

WP 22.6
Het vasthouden, onderduwen of het naar zich toetrekken van een tegenstander, terwijl deze de bal niet houdt. "Houden" is het optillen, dragen of aanraken van de bal maar betekent niet het opzwemmen(dribbelen) met de bal.

[Opmerking: De correcte toepassing van deze spelregel is uitermate belangrijk zowel voor de presentatie van de wedstrijd als zodanig, als om daarmee een zuiver en eerlijk resultaat te bereiken.

De omschrijving van de spelregel is duidelijk en stellig en kan slechts op één manier geïnterpreteerd worden:

"Vasthouden"


Fig. 16

"Onderduwen"


Fig. 17

"Naar zich toe trekken"


Fig. 18

Het vasthouden (fig. 16), onderduwen (fig. 17) of naar zich toe trekken (fig. 18) van een tegenstander die de bal niet houdt, is een uitsluitingsfout. Het is essentieel dat de scheidsrechters deze spelregel op een correcte wijze toepassen, en daarbij persoonlijke arbitraire interpretaties vermijden, omdat deze geldt als afbakening voor ruw spel waarbij de duidelijke limieten niet overschreden mogen worden. Aanvullend geldt, dat scheidsrechters er nota van moeten nemen dat het inbreuk maken op WP 22.6 binnen het 4-metergebied, waardoor vermoedelijk een doelpunt wordt voorkomen, bestraft moet worden met het toekennen van een strafworp]

WP 22.7
Het opzettelijk trappen of slaan van een tegenstander of dreigende bewegingen maken welke deze bedoeling verraden.

[Opmerking: De overtreding trappen of slaan kan zich in een aantal verschillende vormen voordoen, inbegrepen het begaan hiervan door een speler die in balbezit is of door een tegenoverliggende speler. Balbezit hebben is niet de bepalende factor. Wat belangrijk is, is de actie van de foutieve speler daarbij inbegrepen het feit of hij de dreigende bewegingen maakt met de bedoeling om te trappen of te slaan ook al slaagt hij er niet in de tegenstander te raken.

Een van de meest ernstige vormen van slaan is een achterwaartse elleboogstoot (fig. 19), die ernstig letsel voor de tegenstander tot gevolg kan hebben. Eenzelfde ernstig letsel kan ontstaan als een speler opzettelijk met zijn hoofd achteruit slaat in het aangezicht van een tegenstander, die vlak achter hem ligt. In dit soort omstandigheden, zal de scheidsrechter de overtreding op een rechtvaardiger manier bestraffen door toepassing van WP 22.9 (grof optreden) dan door toepassing van WP 22.7.]


Fig. 19

WP 22.8
Het zich aan wangedrag schuldig maken, daarbij inbegrepen het gebruik van onbehoorlijke taal of aanhoudend foutief spel enz. De overtreder wordt voor de verdere duur van de wedstrijd uitgesloten, met vervanging zodra zich een van de voorvallen voordoet waarnaar in WP 22.1 verwezen wordt.

[Opmerking: Aanhoudend foutief spel betekent spel dat niet acceptabel is in de geest van de spelregels en dat de wedstrijd waarschijnlijk in diskrediet brengt. Aanhoudend foutief spel is niet verwant aan en betekent iets wezenlijk anders dan "herhaling van gewone fouten".]

WP 22.9
Het zich schuldig maken aan grof optreden (inbegrepen opzettelijk trappen of slaan met de bedoeling letsel toe te brengen dan wel een poging daartoe) jegens een tegenstander of official (functionaris), al dan niet tijdens het spel of in de pauze tussen de speelperioden. De overtreder wordt voor de verdere duur van de wedstrijd uitgesloten en mag niet worden vervangen.

[Opmerking: In de laatste minuut van de wedstrijd mag de scheidsrechter het fluiten voor "grof optreden" uitstellen tot de eerstvolgende wisseling van balbezit.

Deze spelregel is eveneens van toepassing indien een geval van grof optreden zich voordoet in de pauze tussen twee speelperioden, met dien verstande dat dan de vrije worp niet wordt toegekend. De overtreder wordt uitgesloten voor de verdere duur van de wedstrijd zonder vervanging en zijn ploeg zal de wedstrijd in de volgende speelperiode voortzetten met slechts 6 spelers.

Deze bepalingen gelden echter nog niet voordat de wedstrijd daadwerkelijk is begonnen.

In het geval van grof optreden door een vervanger, die zich gedurende het spel niet in het water bevindt wordt de overtreder voor de verdere duur van de wedstrijd uitgesloten. De aanvoerder van de ploeg wordt opgedragen naar zijn keuze een van de spelers uit het water te halen en de ploeg zet de wedstrijd tot het einde voort met slechts 6 spelers. De speler die uit het water is gehaald, kan overigens gedurende de rest van de wedstrijd gebruikt worden als vervanger van een van de 6 resterende spelers in het water en er wordt geen persoonlijke fout voor hem genoteerd, vanwege het feit dat hij uit het water werd gehaald.]

WP 22.10
Het weigeren van gehoorzaamheid aan of het blijk geven van gebrek aan eerbied ten opzichte van een scheidsrechter of official (functionaris). De overtreder wordt voor de verdere duur van de wedstrijd uitgesloten, met vervanging zodra zich een van de voorvallen voordoet waarnaar in WP 22.1 verwezen wordt.

[Opmerking: Indien een lid van een ploeg zich schuldig maakt aan een geval van gebrek aan eerbied voorafgaand aan het herbegin van het spel nadat de tegenpartij een doelpunt gemaakt heeft of gedurende de pauze tussen twee speelperioden, wordt hij uitgesloten voor de rest van de wedstrijd maar wordt het die ploeg toegestaan de wedstrijd te vervolgen met 7 spelers.]

WP 22.11
Het, door een speler van de ploeg die niet in balbezit is, begaan van een van de onderstaande overtredingen voordat er een vrije worp, hoekworp, doelworp, neutrale inworp of een strafworp is genomen, of het door een speler van welke ploeg dan ook, begaan van de onderstaande overtredingen voordat er een neutrale inworp is genomen:

WP 21.9
- een tegenstander hinderen
WP 21.10
- wegduwen of zich afzetten van een tegenstander
WP 22.3 t/m WP 22.10
- begaan van een uitsluitingsfout

De oorspronkelijk te nemen worp (inclusief een neutrale inworp) blijft van kracht. De speler wordt uitgesloten voor de verdere duur van de wedstrijd waar de spelregels dit bepalen.

WP 22.12
Het, door spelers van beide ploegen, gelijktijdig begaan van een van onderstaande overtredingen voordat er een vrije worp, doelworp, hoekworp, strafworp of neutrale inworp is genomen:

WP 21.9
- een tegenstander hinderen
WP 21.1
- wegduwen of zich afzetten van een tegenstander
WP 22.3 t/m WP 22.10
- begaan van een uitsluitingsfout

Beide spelers worden uitgesloten en er wordt een neutrale inworp gegeven, met dien verstande dat in het geval dat de beide overtredingen gelijktijdig plaatsvinden voorafgaand aan het nemen van een strafworp de strafworp gehandhaafd blijft. De spelers worden uitgesloten voor de verdere duur van de wedstrijd waar de spelregels dit bepalen.

[Opmerking: Bij de omstandigheden die zich bij het toepassen van deze spelregel voordoen wordt wisseling van balbezit geacht niet te hebben plaatsgevonden louter doordat een ploeg het balbezit verkrijgt vanuit het nemen van de neutrale inworp. Het is de spelers die als gevolg van deze spelregel uitgesloten zijn niet toegestaan weer in het speelveld te komen, totdat zich, na de neutrale inworp, een van de voorvallen voordoet waarnaar in WP 22.1 verwezen wordt.

Dit is echter alleen van toepassing op de beide spelers die gelijktijdig werden uitgesloten. Alle andere spelers die al uitgesloten waren is het toegestaan weer in het speelveld te komen als het nemen van de neutrale inworp uitmondt in wisseling van balbezit.

Indien de twee spelers die ingevolge deze spelregel uitgesloten werden weer mogen terugkomen, voordat zij hun respectievelijke terugkomvakken bereikt hebben, dan mag de scheidsrechter die de verdedigende situatie beoordeelt iedere speler, die klaar ligt om weer in het speelveld te komen, afzonderlijk het teken hiertoe geven. De scheidsrechter hoeft niet te wachten tot dat allebei de spelers gereed zijn om terug te keren.]

WP 22.13
Het door een speler van de ploeg die in balbezit is, begaan van een overtreding volgens WP 22.3 tot en met WP 22.10 (uitsluitingsfouten) voordat er een vrije worp, doelworp, hoekworp, of strafworp is uitgevoerd; met dien verstande dat:

(a) de speler wordt uitgesloten voor de verdere duur van de wedstrijd waar de spelregels dit voorschrijven;

(b) als de overtreding wordt begaan bij het nemen van een straf- worp, de strafworp gehandhaafd blijft.

WP 22.14
Het op onjuiste wijze in het speelveld terugkomen door een uitgesloten speler of het op onjuiste wijze terugkomen door een vervanger, daarbij inbegrepen:

(a) zonder een teken te hebben gekregen van de secretaris of een scheidsrechter;

(b) vanaf elke andere plaats dan zijn eigen terugkomvak, behalve waar de spelregels onmiddellijke vervanging toestaan;

(c) door te springen of zich af te zetten van de kant of wand van het bad of van het speelveld;

(d) door de opstelling van het doel te veranderen.

Wanneer deze overtreding gebeurt gedurende de laatste minuut van de wedstrijd, de laatste minuut van de tweede periode van de verlenging of op enig moment gedurende de derde periode van de verlenging wordt de overtredende speler voor de verdere duur van de wedstrijd uitgesloten zonder vervanging en wordt een strafworp toegekend aan de tegenpartij.

[Opmerking : Het wordt als onjuist in het speelveld komen beschouwd wanneer een uitgesloten speler of een vervanger in het speelveld komt, zonder het terugkomteken van een scheidsrechter te hebben gekregen, zelfs al zou de scheidsrechter het teken om terug te komen eerder hebben moeten geven.]

(KNZB-nr. 23 : Het wordt als niet ontvankelijk beschouwd om een protest in te dienen tegen het niet, of het (te) laat geven van een terugkomgebaar door één of beide scheidsrechters.)

WP 22.15
Het storen bij het nemen van een strafworp. De overtredende speler wordt voor de verdere duur van de wedstrijd uitgesloten met vervanging, zodra een van de voorvallen zich voordoet waarnaar in WP 22.1 verwezen wordt en de strafworp wordt gehandhaafd of overgenomen als dat nodig is.

[ Opmerking: De meest gebruikelijke manier van storen bij het nemen van een strafworp vindt plaats doordat de tegenstander de nemer een trap geeft, net op het moment dat de worp wordt genomen. Het is voor de scheidsrechters essentieel om zich ervan te verzekeren dat alle spelers op minstens twee meter afstand van de nemer liggen, om daarmee te voorkomen dat een dergelijk storen kan optreden. De scheidsrechter staat dan ook toe dat de verdedigende ploeg het eerst de gelegenheid krijgt om positie te kiezen in overeenstemming met WP 24.2.]

WP 22.16
Het door de verdedigende doelverdediger weigeren de juiste plaats op de doellijn in te nemen bij het nemen van een strafworp, na één maal door de scheidsrechter verzocht te zijn dit te doen. Een andere speler van de verdedigende ploeg mag de plaats van de doelverdediger innemen doch zonder diens voorrechten en beperkingen.

WP 22.17
Als een speler van iedere ploeg tegelijkertijd een uitsluitingsfout of een strafworpfout begaat tijdens werkelijk spel, worden de beide spelers uitgesloten en wordt een neutrale inworp toegekend.

WP 22.18
Als een speler wordt uitgesloten begint de uitsluitingsperiode direct nadat de bal de hand van de speler die de vrije worp neemt heeft verlaten of, bij een neutrale inworp, zodra de bal wordt aanraakt.

WP 22.19
Als een uitgesloten speler zich bemoeit met het spel, daarbij inbegrepen het veranderen van de opstelling van het doel, wordt een strafworp toegekend aan de tegenpartij en een aanvullende persoonlijke fout genoteerd tegen de uitgesloten speler. Als een uitgesloten speler geen aanstalten maakt om het speelveld onmiddellijk te verlaten, kan de scheidsrechter dit beoordelen als opzettelijk bemoeien met het spel volgens deze spelregel.

WP 22.20
In het geval dat een wedstrijd wordt voortgezet met een verlenging, wordt de uitsluitingsperiode van een uitgesloten speler meegenomen naar de verlenging. Toegekende persoonlijke fouten gedurende de normale speelperioden worden ook meegenomen naar de verlenging en een speler die voor de verdere duur van de wedstrijd is uitgesloten wordt het niet toegestaan om in enige speelperiode van de verlenging mee te spelen.