Terug naar overzicht

WP 3 De bal

WP 3.1
De ballen moeten rond zijn en voorzien van een luchtkamer met zelfsluitend ventiel. Ze moeten waterdicht zijn, zonder opgelegde naden en vrij van vetlagen of soortgelijke substantie.

WP 3.2
Het gewicht van de bal is minimaal 400 gram en maximaal 450 gram.

WP 3.3
Bij herenwaterpolo bedraagt de omtrek van de bal minimaal 0.68 meter en maximaal 0.71 meter. De druk in de bal bedraagt 90-97 kPa (kilo Pascal) (13-14 PSI pounds per square inch atmosferic).

WP 3.4
Bij dameswaterpolo bedraagt de omtrek van de bal minimaal 0.65 meter en maximaal 0.67 meter. De druk in de bal bedraagt 83-90 kPa (kilo Pascal) (12-13 PSI pounds per square inch atmosferic).

(KNZB nr. 6 : Bij iedere wedstrijd dienen minimaal 3 deugdelijke ballen beschikbaar te zijn. Bij aspiranten II en pupillenwedstrijden wordt met ballen overeenkomstig WP 3.4 gespeeld.)