|
De Schepen
Door de jaren heen zijn er vele schepen vergaan of gesloopt. Er werd
toen niet echt gelet op de waarde van sommige schepen die zij hadden
gehad in een Vloten Oorlog. Pas later stond men er bij stil wat het
schip had betekend voor de uiteindelijke overwinning. Andere schepen
haalden de sloop niet en gingen ten onder. Op deze pagina's staan
enkele legendarische schepen, die in de Vloten Oorlogen veel
betekenden en een beslissende factor hadden of dat hadden kunnen
hebben. Momenteel hebben we er 5 gevonden en hopen we er op den lange
duur er meerdere aan te kunnen toevoegen.
Het Slagschip Missouri
Op 6 maart 1997 werd het slagschip Missouri op stapel gezet en op 13
september 1998 voltooid. Ze was 232 cm lang en 33 cm breed. Haar
bewapening bestond uit negen 4 mm kanons, twintig 1 mm kanons en een
groot aantal luchtdoelkanons. Toen het schip in dienst werd gesteld
door de 7M-Vloot was het het eerste echte slagschip dat ooit dienst
deed. In onvoltooide staat nam de Missouri deel aan 2 zeeslagen en was
zelfs tot na haar uit dienst stelling nog steeds het meest gevreesde
slagschip uit de geschiedenis van de Vloten Oorlog.
De Martijnse Vloot had in 1997 waar te leiden gehad door toedoen van
de Missouri. Bij haar acties gingen 2 machtige slagkruisers ten onder.
In september 1999 werd de Missouri buiten dienst gesteld. De Missouri
was het grootste schip dat ooit bij de 7M-Vloot dienst deed. Begin
2003 waren er plannen om de Missouri in dienst te stellen bij de
Black Warrior Fleet, totdat de Red Warrior Fleet besloot af te zien
van de bouw van de Impero. Thans wacht het oude slagschip haar lot af.
De kans dat het slagschip ooit nog in dienst word gesteld is uiterst
klein
Het Slagschip Massachusetts
Op 29 mei 1999 werd de Massachusetts op stapel gezet en op 3 januari
2000 voltooid. Het zou 1 van de meest legendarische schepen worden van
de 7M-Vloot. Zijn bewapening bestond uit negen grote 4 mm kanons,
twintig 1 mm kanons en een aanzienlijk aantal luchtdoel kanons. Het
slagschip was 207 cm lang en 32,5 cm breed De onderwater bescherming
tegen torpedo's was in die tijd de beste die er was en maakte het
slagschip nagenoeg onzinkbaar.
In dienst van de 7M-Vloot nam de Massachusetts deel aan 4 zeeslagen.
Op 18 oktober 1999 nam het schip deel aan De Grote Slag , waarbij het
grootste deel van de deelnemende schepen ten onder ging. Op 28
december 1999 nam de het schip deel aan De Tweede Slag, wat de
laatste zeeslag was dat de Massachusetts op land uitvocht. Op 14 juni
2000 nam het slagschip deel aan de Eerste Slag In Het Raymondse Meer,
waarbij het schip 3 tanks vernietigde. Op 29-06-2000 nam de
Massachusetts deel aan de Tweede Slag In Het Raymondse Meer en
vernietigde 4 vliegtuigen.
Op donderdag 6 juli 2000 werd de Massachusetts om 12:45 uit dienst
gesteld door de 7M-Vloot, die kort daarna werd opgeheven. Een tijd
lang wachte het slagschip zijn lot af. Uiteindelijk werd hij op 25
juni 2003 opnieuw in dienst gesteld bij de Black Warrior Fleet, na
eerst grondig te zijn herbouwd.
De Slagkruiser Prince Of Wales
De Prince Of Wales was 1 van de 2 het grootste verliezen geweest dat
de 7M-Vloot ooit leed. Het was een schip van ongeveer 100 cm lang en
was opvallend breed. Ze werd begin 1995 gebouwd. De hoofdbewapening
bestond uit tien 3 mm kanons verdeeld onder twee vierlingtorens en een
tweelingtoren. De secundaire bewapening betond uit een groot aantal
luchtdoelkanons en zestien 1 mm kanons verdeeld over acht kleine
tweelingtorens. Een ander opvallend kenmerk was dat het schip
ontzettend veel reddingsboten had, waaronder 1 rode. De Prince Of
Wales was zeer goed bepantserd, vooral midscheeps. Vanaf de achterste
grote geschutstoren tot de voorste grote geschutstoren had het schip
een extra gordel en was het daar 6 lagen karton dik. Voor de rest van
het schip bestond de bepantsering uit 3 lagen karton.
Als enige van haar klasse bezat de Prince Of Wales geen
onderwaterschip. Ze was de eerste van haar klasse en had twee
zusterschepen. Het waren de Duke Of York en de King George V. De Prince
Of Wales behoorde zonder twijfel tot 1 van de beste schepen die de
7M-Vloot in 1995 bezat en zou een grote indruk maken.
Al snel brak er een oorlog uit tussen de Ryan Vloot en de 7M-Vloot. De
Prince Of Wales kreeg de eer om het eerste gevecht uit te vechten voor
de vloot. Op vrijdag 10 maart 1995 raakte de Prince of Wales in
gevecht met de Jim Ricardo, die een hoofdbewapening had van zeven 4 mm
kanons. Beide partijen schoten met waterpistooltjes en wierpen een
waterzakje (ook wel waterbom). Voor de Jim Ricardo was de waterbom
catastrofaal. Haar pantser van 1 laag papier bezweek en zakte in,
vervolgens bleef het schip met een zware slagzij naar rechts in het
water liggen en was ten dode opgeschreven. De Prince Of Wales kon het
waterzakje gemakkelijk incasseren en leed geen schade. Ondanks dat de
Jim Ricardo zinkende was en het water door de patrijspoorten naar
binnenliep bleven beide partijen met de waterpistooltjes schieten.
Ongeveer 5 minuten later verdween de Jim Ricardo naar de bodem van de
sloot. De Prince Of Wales was alleen wat vochtig geworden. Na de slag
werd de Jim Ricardo gelicht en gesloopt door Ryan.
Ook het tweede gevecht mocht de Prince Of Wales die dag uitvechten.
Ditmaal moest de Prince Of Wales het opnemen tegen het vliegkampschip
Hiru. De Hiru was erg hoog en erg instabiel, vergeleken met de brede
Prince Of Wales. Het gevecht duurde misschien maar 5 minuten. Nadat
beide partijen hun waterzakje hadden geworpen, sloeg de Hiru om en
bleef de Prince Of Wales onbeschadigd. Hierna schoten beide partijen
weer met hun waterpistolen. Ryan zag kennelijk dat dat niet hielp
tegen de Prince Of Wales en goot de tank van zijn Supersooker 50 over
de Prince Of Wales heen. Hij herhaalde dit een paar keer. De Prince Of
Wales werd hierdoor erg vochtig. Ryan besloot zich uiteindelijk terug
te trekken. Ondertussen werd de Hiru overreden door een fiets en later
in de sloot gedumpt.
De Prince Of Wales was door de laatste zeeslag erg vochtig geworden en
er was zelfs een gat in het dek ontstaan rechts van de grote achterste
geschutstoren. Omdat het te vochtig was kon het niet worden gemaakt,
dus moest het schip eerst drogen.
Op zaterdag 11 maart 1995 nam de nog vochtige en onherstelde Prince Of
Wales deel aan het vierde gevecht van de oorlog, wat haar derde en
laatste gevecht zou worden. Ze moest het op nemen tegen de
Scheleswig-Holstein, haar verbouwde ex-zusterschip Duke of York. In
plaats van met waterpistolen schieten werd er die dag met kluiten
gegooid, die de Prince Of Wales fataal werden. Het gevecht duurde
waarschijnlijk 5 minuten en na 5 tot 8 treffers maakte de Prince Of
Wales plotseling een halve slagzij naar rechts en zonk. Er was zelfs
een plons te horen toen ze zonk. Toen gebeurde er iets wat
waarschijnlijk het meeste indruk: Het rode reddingsbootje van de
Prince Of Wales dreef naar de oever van de sloot en raakte deze voor
Raymonds voeten. De Prince Of Wales werd later gelicht door Ryan en
gesloopt.
Het Slagschip Sevastopol
Op 19-12-1999 werd het slagschip Sevastopol op stapel gezet en op
24-12-1999 afgebouwd, waarna het bij de Leentfaar Vloot in dienst
werd gesteld. Het 166 cm lange slagschip werd grotendeels van karton
gebouwd en bezat een pantserwand van 3 mm dik hout. Deze pantserwand
liep van de brug naar de commandotoren. Het ruim was verdeeld in 8
waterdichte compartimenten. De bewapening bestond uit twaalf 4,5 mm
kanons verdeeld in vier drielingtorens, verder bezat de Sevastopol een
vijfling en een vierling torpedobuis installatie. De commandotoren was
naast commandotoren ook een munutie opslagplaats. Onder de
commandotoren is in het ruim het grootste deel van de munitie
opslagplaats. Waar de vijfling torpedobuisinstallatie stond had
oorspronkelijk de 2e pijp moeten komen, met eronder een extra
machinekamer. Dit werd gewijzigd om de gevechtskracht te vergroten. De
Sevastopol was het zwaarst bepantserde schip dat de Leentfaar Vloot
bezat.
Op 28 december 1999 bracht de Sevastopol de Deutschland tot zinken met
1 granaat en 7 torpedo's. Zelf werd de Sevastopol door 3 torpedo's
geraakt, afkomstig van de Deutschland. De voorste 3 waterdichte
compartimenten werden getroffen, waaronder de machinekamer. Door de
torpedotreffer in de machinekamer kon de Sevastopol niet meer varen en
konden haar grote 4,5 cm kanons het vuur niet meer openen. Al snel
werd de Sevastopol door een ander schip tot zinken gebracht met 12
treffers. De Sevastopol brak in tweeën en het voorstuk ligt sinds 28
december 1999 op de bodem van een sloot in Ridderkerk.
De Slagkruiser Gangoe
Pas op 02-05-2000 werd serieus aan een nieuwe slagkruiser begonnen
voor de Martijnse Vloot. Het was de Gangoe, waarvoor op 2 mei de
onderdelen werden gemaakt. De slagkruiser werd op 30-05-2000 op stapel
gezet en op 31-05-2000 voltooid. Oorspronkelijk zou het schip een
bewapening van achttien 4,5 mm kanons krijgen. Dit werd echter door
ruimte gebrek teruggebracht met vijftien 4,5 mm kanons, verdeeld in
vijf drielingtorens. De romp werd geheel van hout gebouwd, slechts
enkele schotten zijn van karton. Het dekpantser en het gordelpantser
waren gemaakt van 2 mm dik hout (het dek onder de brug was van 3 mm
dik hout). De bodem was gemaakt van 3 tot 4 mm dik hout. De bovenbouw
was gebouwd van 3 laags karton. Alle hutten en geschutstorens waren
ook bepantserd met 3 lagen karton. Het 213 cm lange schip bezat 2
minutiemagazijnen: een kleine en een grote. De grote stond achter de
brug. De romp bestond uit 3 moten, die voor de stabiliteit werden
verzwaard met stenen.
Op 14 juni 2000 werden de machtige slagkruiser Gangoe en het
transportschip Leander tijdens tot zinken gebracht. Na de slag wilde
Martijn het achterstuk en het middenstuk van de Gangoe slopen, maar
werd door Raymond overgehaald om dit niet te doen. Later wilde Martijn
het wrak van de Gangoe ombouwen tot vliegkampschip.
Op 27 juni 2000 werd de romp van de Gangoe hersteld en omgebouwd tot
vliegkampschip. Het schip bezat na de verbouwing slechts 1 grote
geschutstoren, bewapend met drie 7M-P45-RM kanons. De oude brug is
blijven staan en het gehele dek werd vervangen, door een nieuw dek van
3 lagen karton. Midscheeps stond een hangar, die was uitgerust met 2
liften en was bepantserd met 3 lagen karton, evenals het vliegdek. Op
27 juni 2000 werd de Gangoe opnieuw en als vliegkampschip in dienst
gesteld.
Op 29 juni 2000 nam de Gangoe deel aan een beslissende zeeslag. 4
vliegtuigen van de Gangoe brachten het oude schip Halloween tot
zinken. De Gangoe ontsnapte vervolgens aan een luchtaanval van
7M-Vloot, maar werd door een torpedo getroffen in het derde ruim, waar
de machinekamer zat. De Gangoe werd ingehaald door schepen van de
7M-Vloot. Bij deze tweede confrontatie kwam de Gangoe er minder goed
van af en werd het schip binnen 7 minuten met 5 treffers tot zinken
gebracht. Om 13:45 zonk het grote schip. De restanten werden geborgen
en in 2001 gesloopt.
|