KAREL'S CHEESE HOUSE


101. Het leger
Aan weerskanten van de Maas wordt patrouille gelopen. Aan de ene kant loopt een Nederlandse soldaat, aan de andere kant een Belgische soldaat. Het is vroeg in de morgen en er staat nog wat mist op het water. De Nederlandse soldaat vraagt zich af bij welk onderdeel de Belgische soldaat zal zitten. Hij wil het met gebaren aan de Belg vragen. De Nederlander maakt een fladderend vlieggebaar en roept: "Zit je bij de luchtmacht?" De Belg kijkt, maar geeft geen antwoord. De Nederlander maakt een zwemgebaar en roept: "Zit je bij de marine?" De Belg kijkt weer, maar geeft geen antwoord. De Nederlander denkt: hij zit dus niet bij de luchtmacht en niet bij de marine. Dan zit hij zeker bij de landmacht. Misschien is 'ie wel bij de stoottroepen. De Nederlander maakt het gebaar van een vinger in een gat en roept: "Zit je bij de stoottroepen?" De Belg kijkt, maar zwijgt. Misschien zit 'ie dan bij de verkenners. De Nederlander maakt het gebaar van een verrekijker en roept: "Zit je bij de verkenners?" Dan gooit de Belg zijn geweer op de grond en rent weg naar de kazerne. "Wat kom jij hier doen?" vraagt de commandant: "Jij moet patrouille lopen bij de Maas." "Ik ben daar gek," zegt de Belg, "aan de overkant loopt zo'n idiote Nederlander en die zegt tegen mij: (vlieggebaar) als straks de mist gezakt is, (zwemgebaar) dan zwem ik naar de overkant, (vinger-in-gat-gebaar) en dan naai ik u (verrekijk- gebaar) tot u zulke kleine oogjes hebt."
102. Het gekkenhuis
Drie gekken zijn ontsnapt uit het gekkenhuis: een Amerikaan, een Nederlander en een Belg. Ze vluchten zo ver dat ze bij de grens aankomen. De douanier vraagt hun om hun paspoort. "Hebben we niet," zegt de Nederlander. "Dan mogen jullie er niet door," zegt de douanebeambte. "Maar ik weet wel wat leuks: als de lengte van jullie pikken bij elkaar een meter of meer is, dan mogen jullie erdoor." De Amerikaan haalt zijn pik uit zijn broek: 50 centimeter! Dan komt de Nederlander: 49 centimeter! Dat gaat helemaal fout, denkt de douanier. En ja hoor, die van de Belg is precies ''n centimeter. Ze mogen door. Over de grens begint de Amerikaan op te scheppen: "Mine was a big one, wasn't it?" "De mijne was anders ook best groot," zegt de Nederlander. "Ela," zegt de Belg, "als dien van mij niet stijf geweest was, dan stonden we daar nu nog he!"
103. De duif
Het is de Eerste Wereldoorlog. Er wordt een loopgraven-oorlog uitgevochten tussen de Belgen en de Duitsers. De Belgische commandant roept zijn manschappen bij elkaar en zegt: "Vanmiddag komt er vanachter de linies een duif aanvliegen met vitale informatie. En die duif kan praten. Nu kan het zijn dat de duif gewoon in onze loopgraaf landt. Maar als we pech hebben, landt 'ie tussen de linies. In dat geval heb ik een vrijwilliger nodig, die de duif gaat halen." Sjefke steekt zijn hand op en zegt: "Ik, commandant, dat zal ik wel doen." Die middag komt de duif aanvliegen en landt tussen de linies. Sjefke tijgert naar de duif toe. Hij pakt de duif en houdt hem tegen zijn oor. Dan zet hij de duif weer neer en tijgert terug. De Duitsers openen het vuur. De duif wordt doodgeschoten, Sjefke wordt getroffen in zijn been en in zijn rug. Maar het lukt hem om terug in de loopgraaf te tijgeren. "En, Sjefke?" zegt de commandant: "Wat zei de duif." Sjefke wenkt de commandant dat hij dichterbij moet komen. De commandant houdt zijn oor bij Sjefkes mond. Dan zegt Sjefke: "Roekoe roekoe roekoe..."
104. Twee wensen
Een Belg loopt langs het strand. Als hij in het water een zwemmer in moeilijkheden ziet, springt hij er in en redt hem. De zwemmer zegt: "Hartelijk dank. Ik ben geen mens, maar een goede geest. U mag twee wensen doen." "Da's mooi," zegt de Belg, "dan wens ik als eerste een fles jenever die nooit opraakt." De geest geeft hem een fles jenever. De Belg drinkt er uit en als hij naar de fles kijkt, zit 'ie nog helemaal vol. "Dat is fantastisch!" roept de Belg uit: "Doe mij er nog maar zo een!"
105. Explosief
"Heb je nog gelezen van die Belg die een bus wilde opblazen?" "Nee." "Heeft zijn mond verbrand aan de uitlaat."
106. De beul
Een Belg is veroordeeld tot de doodstraf door middel van ophanging. Als hij het schavot op komt, vraagt de beul of hij nog een laatste wens heeft. "Ik geloof 't niet," zegt de Belg: "Doet u uw werk maar." De Belg moet op een krukje gaan staan en krijgt de strop om zijn nek. Dan schopt de beul het krukje onder de Belg vandaan. Meteen begint die Belg als een bezetene te kronkelen en roept met afgeknepen stem: "Wacht effe, wacht effe." De beul denkt: misschien heeft 'ie toch nog een laatste wens. Hij tilt de Belg bij zijn middel omhoog en vraagt: "Wat is er?" Zegt die Belg: "Jezus man, ik stik zowat."
107. Condooms
Een Duitser, een Amerikaan en een Belg gaan voor tien dagen op vakantie naar Bermuda. Ze vragen aan de Duitser hoeveel condooms hij bij zich heeft. "Twintig condooms," zegt de Duitser. "Jeetje Mina," is het antwoord, "da's dus twee per avond." Dan vragen ze aan de Amerikaan hoeveel condooms hij bij zich heeft: "Dertig condooms," zegt de Amerikaan. "Jeetje Mina, drie per avond!" Daarna wordt aan de Belg gevraagd hoeveel condooms hij bij zich heeft. "Dertien," antwoordt de Belg. "Dertien?", vragen de anderen, "wat een raar getal!" "Ja," zegt de Belg, "meer kon ik er niet omkrijgen."
108. De veemarkt
Laatst ging ik met mijn oom, die veehouder is, naar de veemarkt om een koe te kopen. We komen bij een Belg die echt een prachtkoe te koop heeft. "Wat moet die koe kosten?" vraag ik. "Awel," zegt de Belg, "dien koe is niet goedkoop. Die kost 30.000 gulden." "Krijg nou gauw het heen en weer," zeg ik, "voor 30.000 gulden koop ik een hele kudde..." Even verderop kunnen we een koe kopen, die 1000 gulden kost. Later kom ik die Belg weer tegen en ik vraag: "Heb je die koe nog kunnen verkopen?" "Welke koe?" vraagt de Belg. "Die koe van 30.000 gulden," zeg ik. "O," zegt de Belg, "die heb ik geruild voor twee konijnen van 15.000 gulden per stuk."
109. Ken jij Bert?
Er is een Belg en die werkt in een Nederlandse fabriek. Op een dag roept een Nederlandse collega hem: "He, psst, kom eens hier. Ken jij Bert?" "Welke Bert?" "Camembert!" En de Belg denkt: verdulleme, nou ben ik er mooi ingetrapt. De volgende dag roept de Nederlander hem weer: "He, psst, kom eens hier. Ken jij Bert?" "Welke Bert?" "Camembert!" En de Belg heeft er zwaar de pest over in dat hij zich weer heeft laten beetnemen. 's Avonds zit hij te piekeren hoe hij die Ollander nu eens te grazen kan nemen. En ineens weet hij het: margarine! Ken jij Marga? Welke Marga? Margarine! De volgende dag roept de Belg die Nederlander: "He, psst, kom eens hier. Ken jij Marga?" Zegt de Nederlander: "Marga? Marga? Is dat de vrouw van Bert?" "Welke Bert?" "Camembert!"
110. Houthakker
Er komt een Belg bij de Canadese grens. Hij zegt tegen de douane-beambte: "Ik wil graag emigreren." De douane-beambte zegt: "Daar moet je wel werk voor hebben." "Dat heb ik," zegt de Belg, "ik ben houthakker." "Zo," zegt de douanier, "en waar ben jij dan houthakker geweest?" "In de Sahara," zegt de Belg. "In de Sahara?" zegt de douanier, "maar daar staan toch helemaal geen bomen?" "Nee," zegt de Belg, "nu niet meer!"

[vorige pagina] [Index van de lach] [volgende pagina]
© Karel Homepage, The Netherlands