KAREL'S CHEESE HOUSE


71. Verkoop

In de dierentuin van Duitsland werden dieren verkocht. Een man kocht er een aap. Hij belt naar een vriend en legt uit dat ie een aap heeft gekocht en dat deze alles doet wat er gevraagd wordt.
Zegt die vriend dat wil ik zien, en hij komt een kijkje nemen. Kijk zegt de man, telkens ik wil dat mijn aap iets doet, moet ik mijn zin beginnen met het woordje _das_ en hij zegt tegen de aap -das gazet- de aap holt naar de brievenbus, haalt er de krant uit, komt terug en BAF gooit deze met een smak op tafel. Zegt die vriend : amai, vinnig bazeke, maar dat kan mijne hond ook hoor. Ja maar zegt de man, ik zal nog eens een demo geven: -Das stoel- zegt hij tegen de aap, dat beest in volle vaart naar de keuken, haalt er een stoel, komt ermee terug en BAM smakt die stoel naast het salontafel neer.
Kijk zegt de man , dat is nog lang niet alles, hij kan zelfs de venster sluiten. -Das venster- zegt de man tegen de aap. Het beest vliegt door de gordijnen naar het venster, smakt het venster zo hard dicht dat het glas aan dingelen vliegt.
Zegt de man: amai, da's klote


72. De papagaai

Een man moet een paar dagen op reis en wil zijn papagaai huisvesten.
Omdat hij weet dat de pastoor ook een papagaai heeft besluit hij om de pastoor te vragen of deze een paar dagen op zijn huisdier wil passen.
"O nee", zegt de pastoor, "ik heb wel gehoord van uw papagaai. Het enige dat hij kan is vloeken en vieze woorden zeggen. Dat is niet goed voor mijn papagaai. Die doet de hele dag niets anders dan bidden."
"Maar dan kan uw papagaai mijn papagaai alleen maar goede woorden leren", zegt de man.
De pastoor denkt even na en zegt dan dat hij toch op de papagaai zal letten.
Hij neemt de papagaai mee naar zijn kamer en zet hem naast zijn eigen papagaai.
"Ik wil neuken, ik wil neuken", zegt de papagaai.
"Jesus", zegt de andere, "mijn gebeden zijn verhoord."


73. Kip met drie poten

Ik reed laats met mijn auto over een landweg en zag daar in de struiken een kip staan met 3 poten.
Ik dacht; dat heb ik nog nooit gezien als ik die vang dan kom ik zeker in de krant. Ik wilde de deur open doen om die kip te pakken begint me die kip toch te rennen zeg ik je.
Ik de auto weer in en er achteraan. Ik 40 km/u die kip 60km/u, ik 80 km/u die kip 100km/u, ik 160 km/u die kip nog harder totdat die landweg dood liep en weg was die kip. Aan het einde van de landweg stond een boerderij en ik dacht misschien is die kip daar wel en ging er eens een kijkje nemen. Op het erf kwam ik een boer tegen en vroeg hem of hij soms een kip gezien had met 3 poten. Ach zegt die boer, zovaak, ik heb die zelf gekweekt. Oja zeg ik verbaasd? Ja zegt die boer, wij zijn namelijk met 3 personen thuis en als wij een kippepootje willen eten moest ik steeds 2 kippen slachten. Wat een vinding, zeg eens hoe smaken die pootjes eigenlijk?
Ik weet het niet zei de boer ik heb er nog nooit 1 kunnen vangen.


74. Man met hengel

Zo zit een man onder een eik met een vishengel.
Steeds gooit ie z'n haakje de boom in en wacht even.

Komt een man voorbij lopen: "Wat bent u aan 't doen ?"

Visser: "Ik ben eikels aan het vangen."

Voorbijganger: "En heb je al wat gevangen ?"

Visser: "jij bent de eerste."


75. Man met hamer

Staat een man langs de kant van een meer met een hamer in zijn hand, komt er een voorbijganger langs.
Voorbijganger: Wat bent u aan het doen met die hamer??
man: Voor een tientje vertel ik het u.
Voorbijganger: Ok.
En de voorbijganger geeft de man een tientje.
Man: Nou kijk, elke keer als er een vis langskomt sla ik met mijn hamer op zijn hoofd.
Voorbijganger: ??, en hoeveel heeft u al gevangen??
Man: f30.- van nieuwsgierige voorbijgangers.


76. Op de boerderij

Een boer kwam op een namiddag in z'n kippenhok, en ontdekte dat z'n enige haan de geest had gegeven. Omdat er die dag toevallig een veemarkt werd gehouden, haastte hij zich erheen. Daar aangekomen waren de meeste handelaren al naar huis, maar plotseling werd zijn blik getroffen door een kooi met het opschrift 'Neukhaantje'. De boer vroeg aan de handelaar wat een neukhaantje was, en hoeveel hij moest kosten. 'Dit neukhaantje zult u geen spijt van krijgen, meneer. Hij zal zorgen voor een talrijk en sterk nageslacht. Voor 500 gulden is 'ie voor u'. 'Dat is wel wat duur', sputterde de boer tegen, 'is 'ie echt zoveel waard?' 'Meneer', antwoordde de handelaar, 'dit haantje kent in de hele wereld z'n gelijke niet, hij is sterk, potent, jong en u zult er echt jaren plezier van hebben'. 't Was al laat, de veemarkt was zo goed als afgelopen, en de boer kocht 't haantje, reed er mee naar huis, zette 'm bij de kippen in het hok, deed nog wat werkjes, ging eten en naar bed.

De volgende morgen werd de boer wakker, en het eerste wat er door 'm heenschoot was: 'Wat is het vreemd stil'. Hij liep naar de stal, en daar lagen al z'n koeien, dood. De boer schrok hevig en bekeek een koe waaraan zij overleden kon zijn. Hij constateerde dat het arme beest was doodgeneukt! Ook alle andere koeien in de stal waren door deze oorzaak aan hun eind gekomen. Hij rende naar de paardenstal, en daar lagen alle paarden, hardstikke dood. Ook doodgeneukt. Onderweg naar het jongvee zag hij z'n kat liggen. Doodgeneukt. Ook al z'n jongvee was doodgeneukt.

'Die verdomde haan', dacht de boer, en spoedde zich naar het kippenhok. Ook alle kippen waren doodgeneukt. 'Dit is een ramp', dacht de boer terwijl hij terugliep naar het woonhuis, 'M'n complete veestapel doodgeneukt'. Toen zag hij het neukhaantje volkomen uitgeteld op het erf liggen. Er cirkelden al een paar gieren boven het uitgeputte beest. De boer liep op de haan af, en schreeuwde: 'Jij bent me [censuur] ook een mooi beest, je zou voor nageslacht zorgen, en in plaats daarvan neuk je m'n complete veestapel dood!'

Fluisterde het neukhaantje : 'Shhht, anders komen ze niet naar beneden.'


77. Oversteken

Komt een konijn een egeltje tegen in de berm. Het egeltje huilt, en het konijn vraagt wat er aan de hand is. 'M'n vader is zojuist overreden bij het oversteken', snift het egeltje, 'Het is ook altijd hetzelfde, m'n halve familie is er al slachtoffer van geworden.' 'Ja, maar dan doe je het ook helemaal niet goed', zegt het konijn, 'Ik zal je wel voordoen hoe je veilig de weg oversteekt. Kijk zie je daar die koplampen in de verte? Dan steek ik nu over, op het midden van de weghelft buk ik, -ZOEF rijdt de auto over hem heen- en dan loop ik verder naar de overkant.' Een ander konijn doet het de egel ook nog eens voor - koplampen, naar het midden van de weghelft, bukken, zoef de auto eroverheen en doorlopen. 'Dan nu ik maar', denkt het egeltje. Dus hij wacht tot er weer koplampen opdoemen, loopt naar het midden van de weghelft, bukt, ZOE-SPLATSJ-F, egeltje plat.

Het ene konijn tegen het andere: 'Die driewielers zie je niet veel meer.'


78. In het bos

Een Nederlands konijntje loopt door het bos. Dan ziet hij een Belgisch konijntje dat met zijn achterpootje in een strik zit. Zegt het Nederlands konijntje: als je niet in de pan wil eindigen, raad ik je aan je pootje door te knagen. Dat doet verrekte zeer en je bent dan mank, maar je blijft wel leven.
Het Nederlands konijntje loopt verder, maar gaat na een tijdje nog even kijken. Het Belgisch konijntje zit nog steeds vast, en klaagt tegen het Nederlands konijntje: Hoe kan dat nou... ik heb al drie pootjes doorgeknaagd, maar ik zit nog steeds vast....


79. In een supermarkt

Een man komt met zijn hond in de supermarkt. Eenmaal binnen pakt hij het beest bij de staart en begint het boven zijn hoofd rond te slingeren. De bedrijfsleider stormt op hem af en vraagt waar hij mee bezig is. Zegt die man: ik ben blind, en nu zoek ik de wasmiddelen....


80. De jager

Er was eens een jager, die ook eens op beren wilde jagen. Maar ja, in Nederland vind je niet zoveel loslopende beren, dus ging hij naar Canada, waar het zo ongeveer stikt van deze beesten

Bij het bos gekomen gaat hij naar een jagershut om daar een geweer te huren. Hij krijgt een mooi jachtgeweer en gaat op pad.

Na een tijdje besluit hij dat het tijd is om zich te verstoppen, "verdekt opstellen". Hij verstopt zich in de bosjes en hij zit er nog geen half uur, of uit de struiken tegenover hem komt een prachtexemplaar van een beer. De beer gaat zich recht voor zijn neus op zijn gemak staan uit te rekken "Oooowaaaaaahhh"

De jager legt aan en BANG schiet... hij ziet de beer een boogje maken en op de grond vallen. Hij naar die beer toe om hem te villen. Is'ie bij de beer, voelt hij ineens een grote klauw in zijn nek en hoort hij: "Zo mannetje, nou ga jij mij eens lekker pijpen!"

Tja, wat wil je, grote klauw in je nek, pijpen dus. Na een half uur komt'ie met een vieze bek bij de jagershut en gaat me te keer tegen de verkoper:" vuile teringleider! Met dat geweer schiet je nog geen kanarie dood!". De verkoper brengt hem een olifantendoder, zo een dubbelloops geweer. Hij weer het bos in.

Na een tijdje komt dezelfde beer uit de struiken. BANG BANG .. hij ziet de spatten ervanaf vliegen "Hebbes, kreng!" Hij naar die beer toe.. PATS .. "zo jongetje, nou ga jij mij eens lekker TWEE keer pijpen!" Nu duurt het deze keer een stuk langer, twee keer een beer pijpen, dus na anderhalf uur komt'ie weer bij de jagershut. Hij gaat me te keer! "Kankerlijer, teringhommel, godgloeuiende klote loutoffeteringtuigtyfug pestpokke pleuris kut klaveraas!" Dit keer krijgt hij een bazooka mee.

En weer, na een tijd.. precies dezelfde beer.. BOOOOOM, hij kan zo door de beer heen kijken, de beer vliegt door de lucht en valt. "Eindelijk, rotbeest!" en hij gaat weer op de beer af...

PATS ... "Zo mannetje, jij komt hier helemaal niet om te jagen!"


[vorige pagina] [Index van de lach] [volgende pagina]
© Karel Homepage, The Netherlands