KAREL'S CHEESE HOUSE


1. Geen krokodillen

Een Nederlander is op vakantie aan de West-Afrikaanse kust en ontdekt vlak bij zijn hotel een baai met kristalhelder water, omzoomd door rietkragen. Het is heet en hij heeft trek is een koele duik en vraagt aan een autochtoon:'Zitten hier krokodillen?' Nee meneer, hier zijn geen krokodillen. Na deze gerustellende woorden geeft de Nederlander zich te water. Terwijl hij onbekommerd een paar baantjes door de baai zwemt, kijkt de autochtoon vanaf de kant belangstellend toe.
Als de Nederlandder het droge weer heeft opgezocht vraagt hij:'Waarom zitten hier eigenlijk geen krokodillen? die zijn er toch wel in dit land? Zegt de autochtoon:'Zeker, meneer, maar je vindt nooit een krokodil waar veel haaien voorkomen!'


2. Geluk

Een Amerikaan was twee weken in Ierland wezen vissen zonder iets te vangen. Op de laatste dag van zijn vakantie sloeg hij een kleine zalm aan de haak. "Turlough," merkte hij tegen zijn gids op. "die zalm heeft me meer dan 500 dollar gekost.'' "Nou, meneer." troostte Turlough, "hebt u dan even geluk gehad dat u er geen twee hebt gevangen?"


3. De Olympische Ploeg

Een man ligt in Benidorm aan de rand van het zwembad, en wil indruk maken op een mooie vrouw die daar ook ligt. Hij springt in het water, trekt baantjes, rugslag, borstcrawl tot 'ie niet meer kan. Dan klimt hij weer aan de kant. "Zo," zegt de vrouw, "u kunt goed zwemmen." "Jaha," zegt de man, "ik heb jaren in de Olympische Ploeg gezeten." Dan staat de vrouw op, maakt een sierlijke duik van de duikplank en doet allerlei figuren en kunstjes onder water. Als ze uit het water komt, staan de mensen te applaudisseren. "Nou mevrouw," zegt de man, "u kunt ook heel goed zwemmen. Heeft u misschien ook in de Olympische Ploeg gezeten?" "Welnee," zegt de vrouw, "ik heb twaalf jaar de hoer gespeeld in Venetie."


4. In Italie

Een Nederlander rijdt midden in de nacht door Italie over een donkere weg. Opeens staat er een ongure Italiaan op de weg met een stengun in zijn hand en dwingt hem tot stoppen. "Uitstappen," snauwt de Italiaan. "Doe ik niet," zegt de Nederlander. De Italiaan schiet in de lucht: rakketakketakketak. De Nederlander stapt uit. "Laat je broek zakken," zegt de Italiaan. "Doe ik niet," zegt de Nederlander. Rakketakketakketak. En de Nederlander laat zijn broek zakken. "En nu: masturbare," zegt de Italiaan. "Doe ik niet," zegt de Nederlander. Rakketakketakketak. En de Nederlander begint te masturberen, tweemaal, driemaal. Ja, vijfmaal, zesmaal, zevenmaal... "Ik k...n niet meer," roept de Nederlander uit, "ik kan Scht niet meer...!" "Heb je genoeg gehad voor de komende 24 uur?" vraagt de Italiaan. "Voor de komende 24 uur?" zegt de Nederlander, "voor de volgende 24 jaar!" Daarop roept de Italiaan: "Maria, kom uit de bosjes. Dit is de man die je een lift geeft van Rome naar Napels!"


5. Wat spelen

Een groepje heilssoldaten loopt met hun instrumenten over de Wallen. Gooit zo'n meisje 25 gulden naar beneden. Waarop dat meisje van het Leger des Heils zegt: "O, hoe kunnen we u danken? Kunnen we wat voor u spelen?" Waarop dat mokkel zegt: "Als je toch speelt, speel dan vier dagen de hoer, kan ik met vakantie."


6. Kameelrijden

Een Nederlandse toerist in Egypte wil eens een tocht door de woestijn maken op een kameel. Dus huurt hij een kameel, maar hij weet niet hoe hij het beest moet laten lopen. "Het is heel eenvoudig," zegt de kamelenverhuurder: "Als je `poeh' zegt, gaat hij lopen, als je `poehpoeh' zegt gaat hij harder lopen, en als je `amen' zegt, stopt hij." De Nederlander klimt op de kameel en zegt: "Poeh". En inderdaad, de kameel begint te lopen. Een eindje verder de woestijn in zegt de man: "Poehpoeh." En de kameel gaat inderdaad harder lopen. Opeens ziet de man verderop een afgrond opdoemen, maar in zijn paniek is hij vergeten wat het woord was om de kameel te laten stoppen. De man weet dat hij te pletter zal vallen en heeft nog net tijd voor een schietgebedje. Zodra hij het woord "amen" uitspreekt, staat de kameel stil. Vlak voor de rand van de afgrond! De man wist het zweet van zijn voorhoofd en zegt: "Poehpoeh!"


7. Beste minnaars

Er zit een man in het vliegtuig die terugkeert van zijn vakantie. Naast hem komt een beeldschone vrouw te zitten, die serieus in een dik pak papier zit te lezen. De man durft niet goed contact te leggen, maar besluit zich geinteresseerd te tonen. Hij vraagt: "Is het interessant, wat u zit te lezen?" "Jaha," zegt de vrouw zwoel, "dit is het verslag van een symposium van nymfomanen waar ik geweest ben." "Oh," zegt de man, "en is er nog wat bijzonders uitgekomen?" "Jazeker," zegt de vrouw, "het blijkt dat Indianen en joden de beste minnaars zijn." "Wat toevallig," zegt de man, "mag ik me even voorstellen? Mijn naam is Winnetou Cohen."


8. Slechts 195 gulden

Een zuinige Hollander wil goedkoop op vakantie. Hij snuffelt een heleboel reisgidsen door, en plots ziet hij het: een cruise op de Middellandse zee, inclusief vliegreis, compleet voor slechts 195 gulden. De Hollander boekt deze vakantie. Als het zover is, vliegt hij comfortabel naar Venetie. In Venetie ziet hij een limousine klaarstaan. Er spring een man uit die vraagt: "Bent u de Hollander die geboekt heeft voor de reis van 195 gulden?" "Inderdaad, dat ben ik," roept de Hollander, en hij mag instappen. Ze rijden naar de havens van Venetie en hij stapt uit voor een prachtig, ouderwets houten schip. De kapitein staat hem op te wachten en vraagt: "Bent u de Hollander die geboekt heeft voor de reis van 195 gulden?" "Inderdaad, dat ben ik," roept de Hollander. "Gaat u maar naar de scheepsstewardess." De Hollander daalt vier dekken af en vindt de scheepsstewardess. Bij haar moet hij al zijn kleren inleveren. Hij moet zich uitkleden tot zijn onderbroek. Dan komt de smid en die klinkt een ketting met een ijzeren bal aan zijn voet. Een verdieping lager wordt hij naar een ruimte gebracht waar nog 120 galei-slaven zitten. De Hollander wordt neergezet naast een Belg. Vooraan staat een grote Soedanese neger op een trom te slaan: bom, bom, bom, bom... En in dit ritme begint men te roeien. Na dertien dagen keren ze weer terug in Venetie. De Hollander vraagt aan de Belg naast hem: "Moeten we die grote neger nog wat geven?" "Nee, is niet nodig," zegt de Belg, "dat heb ik de vorige keer ook niet gedaan."


9. De deurbel

Er lopen twee mini-kabouters over het strand. Ze lopen het naaktstrand op, en daar ligt een vrouw met haar benen een beetje uit elkaar. De kabouters lopen langs haar enkel, haar kuit, haar knie en staan stil bij haar dij. "Zie je dat daar?" wijst de ene kabouter, "dat is een leuk huisje. In dat holletje zou ik wel willen wonen." "Anders ik wel," zegt de andere kabouter. "Als jij nu eens wat te eten gaat halen," zegt de ene kabouter weer, "dan bel ik even aan." Even later komt die kabouter terug met twee kleine bakjes mini-friet. "En," vraagt 'ie, "heb je al wat bereikt?" "Ik snap er niks van," zegt die andere kabouter, "ik druk steeds op het knopje, iemand roept `ik kom', maar ik zie niemand."


10. Op reis

Ken je die mop van die man die naar Parijs ging?" "Nee." "Hij ging niet."


[vorige pagina] [Index van de lach] [volgende pagina]
© Karel Homepage, The Netherlands