![]() |
De Natuur Flora |
![]() |
![]() |
De loof- en gemengde bossen zijn bossen waarin de rode beuk, gewone esdoorn, gewone zilverspar, gewone es en de witte els vertegenwoordigd zijn.
Een groot gedeelte van de bossen werd in het verleden gekapt en in sparren- plantages veranderd. De resten van de oorspronkelijke bossen zijn nog te vinden in de dalen van de riviertjes de Aupa, Elbe, Iser, en de Kleine-Iser.
Van de kruiden zijn hier o.a. te vinden: bos-anemoon , de gele anemoon, het longkruid, het peperboompje, bolletjeskers, bittere veldkers, eenbes, de Turkse lelie en nog veel meer andere soorten.
In de bergbossen domineert de gewone spar (helaas vaak van onbekende genetische herkomst) minder komt de gewone esdoorn, de beuk, de es en de gewone zilverspar voor. De natuurlijke en geplante sparrenbossen zijn aangetast door luchtverontreiniging en bedreigen de wilde-plantengroei. De sparren verzuren de bodem en gaan de ontwikkeling van de plantengroei tegen.
Op de schaduwrijke bodem groeien vooral varens zoals Dubbelloof en Wijfjesvaren; verschillende grassoorten zoals: Wollig Struisriet en Bochtige Smele. Alleen in de omgeving van beken vindt men een rijkere plantengroei: o.a. Blauwe Monnikskap, Grijze Klierstijl , Wit hoefblad, Alpenmuursla, Knolribzaad, Alpenveldkers; zeldzaam is de Madeliefveldkers.
In de 18de eeuw ontstonden in deze zone: ontboste enclaves, waar de bergbewoners het bos omkapten, en het bos afbrandden. Deze enclaves werden gebruikt als veeweiden en hooilanden. Veelal ontstonden hier bloemrijke bergweiden met aardig wat zeldzame planten die door de wet beschermd worden; o.a. Havikskruiden, Arnica en talrijke Orchideeën. De botanische samenstelling van de bloemrijke bergweiden hangt af van de bewerking, maar dit is een van de ernstigste problemen in het Reuzengebergte.
Deze bestaat uit de waardevolste ecosystemen. Van vegetaties tot op kniehoogte en natuurlijke borstelgras-weiden tot subarctische hoogvenen, die zich vooral op de bovenste zones bevinden. Opvallend zijn de vegetaties tot op kniehoogte, die van de oorspronkelijke hoge bossages afkomstig zijn en ontstaan zijn door deze hoge bossages te kappen. De vegetaties tot op kniehoogte bereiken een leeftijd van ongeveer 200 jaar.
Zo nu en dan groeit er een berk en een wilg. Verder frambozen, bosbessen, Parnassia, Rood Alpenhoefblad , Alpen-Wolfsklauw. De borstelgras-weiden zijn erg arm aan andere plantensoorten. Toch kan men hier ook enige bloeiende planten vinden, o.a. Alpenanemoon, Bergnagelkruid en Echte-Guldenroede.
In de hoogvenen komen voor: o.a. Veenbes, Sudeten-Kartelblad, Kraaiheide, Eenarig Wollegras, Veenpluis en de Veenbies.
Deze zone is alleen op de hoogste toppen aanwezig. (Snezka, Studnicni, Lucni hora, Vysok‚ Kolo en Kotel. Er is hier buiten de steenslag, gras- en wilgengemeenschappen, het Rotsstruisgras en vooral veel Havikskruiden. Maar ook de Madelief-ereprijs, de Dwergsleutelbloem zijn zelden te vinden.
De optelling van natuurwetenswaardigheden van het Reuzengebergte is niet volledig, wanneer we de zone zouden vergeten waar de verwachte hoogte-zone-indeling zijn invloed verliest en waar verschillende soorten planten van de vegetatie-zones door elkaar groeien.
Het gaat hier om de morenen van gesmolten gletsjers, een van de belangrijkste natuurlijke fenomenen van het Reuzengebergte. De plaatsen (15 in het Reuzengebergte) die de grootste plantenrijkdom hebben worden hier als "tuintjes" aangemerkt - Krakonosova zahrádka, Certova zahrádka (duivels tuintje), Schustlerova zahrádka, en Kotelská zahrádka.
De plantenrijkdom van deze morenen wordt gevormd door de werking van o.a. sneeuwlawines, aardeverschuivingen, de verspreiding van de zaden, micro-organismen en gronddeeltjes, die door de wind van verschillende plaatsen hierheen geblazen worden en door de gunstiger klimatologische omstandigheden, zoals het Alpenglidkruid, twee-bloemig viooltje, Europese trollius, het groot vingerhoedskruid enz.