Dagelijks worden we geconfronteerd met conflicten die ontstaan uit niet
efficiënte communicatie, emoties waar we niet meteen weg mee kunnen,
eigen interpretaties die misverstanden veroorzaken en noem maar op. Voor
mensen in het onderwijs is deze problematiek zeker niet vreemd. Als leerkracht
is het niet zo vanzelfsprekend om die conflicten aan te pakken. Het zou
verkeerd zijn om conflicten in een negatief daglicht te plaatsen. Ze zijn
er niet zomaar, ze zijn er omdat ze iets te vertellen hebben over onszelf.
Ze zijn een bewuste of onbewuste zoektocht naar een antwoord.
Een spinsel is een gedachte (een beeld, een idee, een gevoel, een indruk)
die je over iemand hebt en waarvan je niet precies weet of deze gedachte
klopt of niet. Je weet dus eigenlijk niet of deze gedachte waar of niet
waar is. Vandaar dat we op dit moment nog kunnen spreken over een fantasiegedachte
of irreële gedachte. In de spinselronde kan elk kind spinsels uitspreken
die hij/zij heeft over iemand. Op die manier worden de spinsels rechtstreeks
naar de persoon gericht of indien gewenst bij de persoon gecheckt. De persoon
aan wie het spinsel gericht is, luistert en kan antwoorden met "ja, dat
klopt" of "nee, dat klopt niet".
Een voorbeeld: Rosa heeft een spinsel in verband met Casper. "Casper, klopt
het dat jij gisteren mijn turnzak verstopte?" Een andere mogelijkheid is
dat Rosa zegt: "Casper, ik heb het vermoeden dat jij gisteren mij turnzak
verstopte."
Gezien het hierboven over een concrete handeling gaat zal Casper een antwoord
kunnen geven met "ja, dat klopt" of "nee, dat klopt niet".
Maar het gaat niet altijd over tastbare feiten. Bijvoorbeeld: An heeft
een spinsel in verband met Rosa. "Rosa, klopt het dat je kwaad bent?" Rosa
antwoordt: "Ja, dat klopt." An weet nu dat Rosa kwaad is maar weet nog
niet precies op wie en of waarom Rosa kwaad is. An vraagt verder aan Rosa:
"Klopt het Rosa, dat je kwaad bent op mij?" Rosa antwoordt: "Nee, dat klopt
niet." An weet nu dat haar vermoeden gedeeltelijk klopte, nl. dat Rosa
kwaad is, maar niet op haar.
Het is echter niet ondenkbaar dat bij bepaalde spinsels de persoon aan
wie het spinsel gericht is zich nog niet bewust is van datgene waar hij
voor aangesproken wordt. Els heeft een spinsel in verband met Marie. "Marie,
ik heb het gevoel dat je iets dwars zit, je praat al een hele tijd niet
meer tegen me en ik weet niet wat ik je misdaan heb."
Indien de persoon aan wie het spinsel gericht is een antwoord wil geven,
kan hij dit doen met een tussenpauze van 5 seconden.
Wat is de taak van de leerkracht of begeleider hierin?
- Je moet de kinderen kunnen opvangen en naar ze luisteren.
- Zeker in het begin heb je een sturende rol.
- Als begeleider of leerkracht en zelfs voor de kinderen in de klas is het verleidelijk om zelf te gaan invullen wanneer een kind niet meteen zijn gedachten kan uiten of niet meteen zijn gevoel kan formuleren. Het is belangrijk dat je hen de tijd geeft en het gevoel dat hij/zij die ruimte mag nemen. Blijkt het toch te moeilijk, dan geef ik een seintje aan de klas om te helpen.
- Soms is het nodig dat er spinsels gegeven worden tussen de wrevels. In het voorbeeld hierboven gaat Rosa ervan uit dat Casper haar turnzak verstopte. Misschien heeft Rosa dit eerst in de spinselronde moeten checken om zeker te zijn dat het Casper was die haar turnzak verstopt had. Indien ze het niet gecheckt heeft in de spinselronde en ze is er niet zeker van dat Casper haar turnzak verstopte, dient ze het alsnog eerst in de vorm van een spinsel te checken vooraleer haar wrevel te uiten.
- Hou er rekening mee dat kinderen voor zichzelf spreken en niet in ons, wij of jullie-vorm.
- Hou rekening met de veralgemeningen die kinderen soms gebruiken in de eerste zin van de wrevel. Woorden als: altijd, nooit, overal... Bijvoorbeeld: "Frank, ik heb een wrevel voor jou omdat je mij altijd nadoet." Hier raden we aan om de situatie zo specifiek mogelijk te maken en zo per situatie te spreken. "Frank, ik heb een wrevel naar jou omdat je vanmorgen precies hetzelfde tekende wat ik tekende."
- Hou er rekening mee dat de kinderen onderscheid tussen vooronderstellingen en realiteit.
- 'Wat je niet wil' vervangen door 'wat je wel wil'. In de derde zin is het belangrijk dat Rosa zegt wat ze wel wil i.p.v. wat ze niet wil. In het begin van het conflicthanteringsproces zeggen kinderen heel vaak: "Ik zou willen dat je dat niet meer doet." Zeggen wat ze dan wel willen is voor veel kinderen nieuw.
In deze ronde kunnen de kinderen elkaar (of zichzelf) een appreciatie geven.
Voorbeelden: "Karel, ik heb een appreciatie voor je omdat ik een uitnodiging
gekregen heb voor je verjaardagsfeestje." "Sien, ik vind je heel aangenaam
in de groep en ik ben blij dat je er bent." "Wil, ik vond het heel moedig
van je dat je daarstraks je wrevel geuit hebt aan Jan." "Marie, ik wou
je een dikke knuffel geven omdat je je aan de afspraken hield in het spel
daarstraks."
Het was zoals al wat nieuw is, even wennen en tasten in het begin. Voor
de kinderen, nieuwe woorden zoals spinsel, wrevel, appreciatie. Maar die
terminologie was belangrijk om als groep te weten waar we wat konden plaatsen
als we met elkaar gingen praten. Er was een mooie evolutie merkbaar.
In het begin vielen nogal wat denkwerk-stiltes, waarbij iedereen nog voorzichtig
en veilig speelde maar na verloop van tijd kwamen we waar we moesten zijn.
Dan waren er ook wel stiltes, maar die waren van een heel ander niveau.
Het is zeker niet de bedoeling dat de kinderen hun hersenen gaan pijnigen
om een spinsel of wrevel te vinden over iets of iemand. Als er niets is,
oké, dan is dat prima. We moeten wel alert zijn bij kinderen die
om een af andere reden spinsels of wrevels niet durven uiten (bij faalangst,
angst voor afrekeningen, enz.). Kinderen zagen plots dingen bij zichzelf
of bij anderen waar ze zich niet eerder bewust van waren. En als ze er
zich al bewust van waren dan pakten ze het nu aan. Zo waren er kinderen
die zich bewust werden dat ze altijd veel geven in de groep maar weinig
krijgen. Kinderen spraken over bedreigingen die ze krijgen van anderen
uit de klas en de angst die daar mee samengaat. Of kinderen waar je het
minst van verwachtte, gingen constructief deelnemen aan de verschillende
rondes... En zo zag je wekelijks dingen veranderen in de groep. Niet alleen
het respect voor elkaar groeide, ook het zelfrespect. Kinderen leren meer
verantwoord omgaan met zichzelf en met de anderen. Martine is enthousiast
en gaat er dit jaar mee verder. Haar bevindingen vertelt ze in een van
de volgende uitgaven van de Viervoeter.
Dit schooljaar introduceren we deze conflicthantering in de andere lagere
klassen van de Kleine Spiegel en starten we ermee in een niet-Freinetschool.
Scholen of klassen die geïnteresseerd zijn kunnen contact opnemen
met: