|
Het ontstaan van het Internet gaat terug tot het begin van de jaren ´60, toen het
Amerikaanse leger een aantal computers samenvoegde tot een bescheiden netwerk. Dit Arpanet
diende voor militair onderzoek en moest kunnen stand houden tijdens een kernaanval - indien
een deel van het netwerk zou vernietigd worden, dan kon het overblijvende gedeelte gewoon
blijven functioneren, aangezien de informatie niet op één centrale computer opgeslagen lag,
maar verspreid was over het gehele netwerk.
Arpanet groeide sterk en werd meer en meer gebruikt door onderzoekers aan universiteiten.
Militaire transacties verhuisden naar een nieuw netwerk, Milnet; beide netwerken kregen de
gemeenschappelijke naam Darpanet.
Tijdens de jaren ´80 zagen heel wat nieuwe netwerken het licht: NSFNet (van de Amerikaanse
National Science Foundation), Usenet, Bitnet, CSNet, het NASA Science Internet en het UUCP-netwerk.
In 1990 werden al deze netwerken samengevoegd tot het Internet, en vanaf 1991 werden ook commerciële
transacties toegelaten, zodat het wereldwijde netwerk vanaf dat ogenblik een explosieve groei kende.
Een eerste generatie gebruikers van elektronische netwerken bestond in de jaren ´70 vooral uit
onderzoekers en studenten, militairen en hackers. Sinds het midden van de jaren ´80 werd het
Internet toegankelijk voor een tweede generatie, vooral academici en bepaalde politieke en sociale
groepen. De derde generatie overspoelt sinds 1995 het Net en verleent dit een ander
karakter - commercieel interessant, met een meer hiërarchisch gestructureerde sociale ruimte en
eerder passieve interfaces die de consumptie van beelden en diensten bevorderen.
We kunnen een onderscheid maken tussen verschillende Internet-toepassingen:
- E-mail, of elektronische post. De gebruiker kan boodschappen versturen (eventueel naar verschillende
adressen tegelijk), ontvangen, doorsturen en beantwoorden;
- Usenet, een verzameling van duizenden al dan niet gemodereerde nieuwsgroepen;
- Telnet, een programma dat de gebruiker (de client) in staat stelt om een verbinding tot stand te
brengen tussen zijn eigen computer en een andere, hoe ver die zich ook bevindt. De gebruiker kan
dan commando's uitvoeren op de server;
- FTP (File Transfer Protocol) zorgt ervoor dat de gebruiker bestanden kan opvragen van of kopiëren
naar een FTP-server op een andere machine;
- IRC (Internet Relay Chat) werd in de late jaren ´80 ontwikkeld om verschillende gebruikers in staat
te stellen gelijktijdig met elkaar te "praten" - dit gebeurt via het toetsenbord en het scherm (in tekstmodus).
- Het World Wide Web (WWW) tenslotte is de meest recente en ook de meest tot de verbeelding sprekende
Internet-toepassing. Het is de omgeving waar de gebruiker enerzijds gopher-sites kan raadplegen
(met documenten die enkel tekst bevatten), en anderzijds "surft" van het ene document van het andere,
door middel van hypertekst-verbindingen of "links". Een belangrijk kenmerk van deze HTML-documenten
(HyperText Markup Language) is multimedia, het combineren van tekst, afbeeldingen, geluid en video in
één document of pagina.
|