KAREL'S CHEESE HOUSE


21. Dinosaurus in de trein

Een man zit 's ochtends vroeg in de trein. Zit er een dinosaurus tegenover hem. De man zit zo lang naar de dinosaurus te staren, dat de dinosaurus vraagt: "Heb ik soms wat van je aan?" "Nee," zegt de man, "maar dat zie je toch niet vaak: een dinosaurus in de trein?" Zegt de dinosaurus: "Zal je niet meer zien ook, want morgen is mijn brommer weer klaar."


22. In de trein

Er zit een klein kereltje in de trein. Tegenover hem zit een boom van een kerel. "Kunt u mij zeggen wanneer deze trein in Breukelen stopt?" vraagt het kleine mannetje. "Deze trein stopt helemaal niet in Breukelen," zegt die grote kerel: "Dit is de sneltrein naar Utrecht, die rijdt het station van Breukelen gewoon voorbij." "Lekker is dat," zegt het mannetje, "ik heb een belangrijke afspraak in Breukelen. Die loop ik nou mooi mis." "Dat hoeft niet," zegt die grote kerel: "Bij het station van Breukelen wil ik je wel aan je kraag buiten het raampje houden, boven het perron. Als jij dan zorgt dat je de snelheid van de trein krijgt, dan laat ik je los." "Zou u dat willen doen?" vraagt het mannetje. "Tuurlijk," zegt de kerel. Zo gezegd zo gedaan. De kerel houdt het mannetje uit het raam bij Breukelen, het mannetje loopt over het perron hard mee en wordt losgelaten. Als de grote kerel in Utrecht uitstapt, ziet hij daar ineens het kleine mannetje weer lopen. "He," zegt hij, "ik had je in Breukelen toch uit de trein gelaten? Wat doe jij nou hier?" "Zal ik je vertellen," zegt het mannetje: "Ik loop in Breukelen over het perron lekker uit te lopen. Zit er in de laatste coupe een vent die denkt dat ik de trein moet halen. En die heeft me d'r weer ingetrokken."


23. Ruiken

Er zit een man in de trein. Tegenover hem zit een jongen die steeds verlekkerd aan zijn vinger zit te ruiken. Terwijl hij ruikt, zegt hij steeds: "Anita, Anita." De man vraagt waarom hij dit steeds doet. De jongen zegt: "Ik heb vanochtend mijn vriendin gevingerd, en nu zit ik nog even na te genieten." Even later stapt de jongen uit, en komt er een Rus tegenover de man zitten. Begint de Rus ineens heftig aan zijn hele arm te snuiven en roept: "An 'sjka, An 'sjka!"


24. Paranormaal

Een man en een vrouw staan te wachten bij een bushalte. Op een gegeven moment zegt de man tegen de vrouw: "Weet u dat ik paranormaal begaafd ben? Ik weet zeker: als de bus er straks aan komt, raakt 'ie in de bocht in de slip en ramt 'ie zo het bushuisje. Ik ga aan de overkant staan wachten." En de man loopt naar de overkant. De vrouw begint te twijfelen of de man misschien gelijk heeft. Voor de zekerheid gaat zij ook aan de overkant staan wachten. Even later komt de bus eraan. En ja hoor, als de bus de bocht door komt, raakt 'ie in de slip en ramt 'ie het bushuisje. De vrouw roept uit: "Meneer, dat was een geweldige voorspelling! Dat was formidabel! Dat wil ik ook leren!" "Dat kan wel," zegt de man, "maar dan moet u met mij mee naar huis." En de vrouw gaat met hem mee. Bij de man thuis gekomen, zegt hij tegen haar: "Nu moet je je bloes uittrekken." De vrouw trekt haar bloes uit. "Nu moet je je rok uittrekken." De vrouw doet haar rok uit. "Nu moet je je slipje uitdoen." Zegt de vrouw: "Dan ga je me zeker neuken?" Zegt de man: "Zie je? Je begint het al aardig te leren."


25. Tramrails

Een jongetje rijdt op zijn fiets langzaam voor de tram uit.
Dat duurt zo een tijdje, tot dat de bestuurder van de tram boos roept: 'Hé, kwajongen, kun je niet van de rails afgaan!'
'Ik wel' grijnst de knaap, 'maar jij lekker niet!'


[vorige pagina] [Index van de lach]
© Karel Homepage, The Netherlands