![]() |
||||||||||||||
| Greymouth, 8 februari - Op het Zuidereiland | ||||||||||||||
| Hoihoi! Ik ben inmiddels aanbeland op het zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Ik had al gehoord dat het zuidereiland de mooiste van de twee eilanden van Nieuw-Zeeland zou zijn. En ik ben het hier nu al helemaal mee eens! Op 27 januari heb ik de overtocht gemaakt van Wellington naar Picton, met de boot. In Wellington waren Ross en ik naar een museum geweest over Wellington en dat museum had ook een gedeelte waar ze een bootramp herdachten uit de jaren 60. Daar moest ik dus wel eventjes aan denken toen we op de boot stapten. Jammer genoeg was het mistig en regende het, want het schijnt een erg mooie overtocht te zijn, maar wij hebben er niet veel van meegekregen, behalve hele mooie wolken. Direct bij aankomst, of eigenlijk al daarvoor, toen de boot door de prachtige fjorden van de Marlborough Sounds vaarde, vond ik het zuidereiland al iets heel anders uitstralen dan het noordereiland. Picton is omringd door groene bergen en het lijkt direct een stuk wilder. Heerlijk :) Eigenlijk wilde we niet in Picton verblijven, maar toen Ross in de Lonely Planet de naam van een hostel in Picton zag: "Jugglers Rest", moest ie daar gewoon blijven.(Juggling = Jongleren). Ross jongleert namelijk en de baas bleek te jongleren voor zijn werk. Fantastisch om die man aan het werk te zien. De rest van de dag zijn we gaan denken over ons transport op het zuidereiland. Alle prijzen naast elkaar gelegd en wat bleek: het huren van een auto voor een maand bleek even duur als een ticket voor een backpackersbus en maar ietsje duurder (maar veeeel makkelijker) dan een normale bus. We konden dit haast niet geloven, maar nadat we bijgekomen waren van de sensatie dat we een eigen auto konden hebben, hebben we dus een auto gehuurd! Een eigen auto, wat heerlijk!! De volgende dag wilden we dan ook gelijk verder. We zijn door de Marlborough Sounds gereden. Lekker gecruised over een smal weggetje met supermooi uitzicht. Gestopt wanneer we wilden, het is echt genieten van de vrijheid van een eigen auto. Ik moet er nu dus wel echt aan geloven: autorijden. Het linksrijden gaat prima. Ik ben ondertussen al zo gewend aan het linksrijden van auto's. Het is zelfs bijna vreemd om te denken hoe het ook alweer is om aan de rechter kant te rijden. Ik merk alleen wel dat wanneer er reflexen aan te pas komen, de ruitenwissers toch weer aan gaan in plaats van de richtingaanwijzer..rare mensen om die dingen op de verkeerde plaats te installeren hoor. Omdat we nu een auto hebben, hoeven we ons ook minder zorgen te maken over overnachtingsplekken. We kunnen nu naar de goedkope plekken toerijden. Na de Marlborough Sounds ben ik naar Nelson gecruised. Dat viel voor mij een beetje tegen. Iedereen had ik leuke verhalen horen vertellen over Nelson, maar ik vind het maar niks. Heel veel toeristische winkels en waarschijnlijk omdat het regende zag het er allemaal heel somber uit. Vieze regen. Het lijkt nederland wel :) In Nelson hebben we een tent gekocht en wat meer spulletjes die nodig zijn om te kamperen. Wheee nu kunnen we dus helemaal gaan en staan waar we willen! Super gevoel! Met al onze bezittingen zijn we vervolgens richting het noordelijke gedeelte van het zuidereiland gegaan. Bovenaan het zuidereiland ligt Farewell Spit en op de wegenkaart hadden we de meest noordelijke camping opgezocht en we hadden bedacht dat we daar heen wilden. Het was onderweg zo lekker rustig en na Collingwood kom je echt weinig mensen tegen op de weg. Hele mooie uitzichten over zee en de kustlijn. Echt erg mooi. Daar in het noorden was onze eerste kampeerervaring. Ik ben het niet verleerd gelukkig. Tentje opzetten, normaal een goede test voor de relatie, ging helemaal vlekkeloos. Mooi zo. En toen maakte ik kennis met mijn vriendelijke nieuw-zeelandse vriendjes: de zandvliegjes. Zandvliegjesss. ZZZandvliegjesss. Ik zit ondertussen helemaal onder de bulten en ik moet toegeven: ze kunnen er wat van die beesten. Die bulten jeuken, niet normaal meer. Je hoort mij niet zeuren hoor, ik zit nog veel liever met miljoenen zandvliegjes opgescheept in Nieuw-Zeeland, dan aan mn verslagje in Nederland, maar...&*$&. Geef mij maar muggen. (Zandvliegjes zijn wel makkelijk te pletten en als je daar de humor van kan inzien is het ook wel weer een aangenaam tijdverdrijf, vliegpletten)(ik loop dus mooi voor in score in vergelijking met Ross)(Ha). In het noordelijkste puntje (op de farewell spit na, waar je niet kan komen, behalve met een tour) heb ik onder andere de mooiste zonsondergang tot nu gezien (super!) en ben ik naar een heel erg mooi strand geweest, waar zeehonden waren! Een paar jonge zeehonden waren aan het spelen, erg leuk om te zien. Hierna zijn we weer zuidwaarts gegaan. Onder andere naar Harwoods Hole geweest. Dat is een gat in de grond van 176 meter en is 70 meter breed ofzoiets. Als je daarheen loopt, staan er overal borden dat het erg gevaarlijk is en dat je moet oppassen. Er is namelijk geen omheining en toen we er aankwamen bleek ook wel waarom het zo gevaarlijk is: je ziet namelijk niets van het gat als je niet heel ver de rotsen overklimt. Omdat het erg regende toen we de wandeling naar het gat maakten, hebben we dan ook niets van het gat gezien. (Iemand had trouwens verteld dat er die week weer eens iemand was ingevallen, bwuh). De wandeling was trouwens door het bos waar ook een gedeelte van de Lord of the Rings is opgenomen. Het was inderdaad een sprookjesachtig bos. Verder gestopt overal en nergens voor mooie vergezichten. (Ow zo heerlijk een eigen auto :) ) Na een paar nachten in die omgeving in het noorden zijn we naar Marahau gereden. Dat is het beginpunt van Abel Tasman Coastal Track: een driedaagse wandeltocht langs de kustlijn in Abel Tasman National Park. Wij hebben een tweedaagse tocht gedaan. Vanuit Marahau hebben we de watertaxi genomen naar Awaroa Beach. Van awaroa zijn we teruggelopen in twee dagen naar Marahau. Met tent, slaapzak, matjes, kleren, eten enzo in de tas op de rug. Op sommige momenten vraag je je echt af waar je mee bezig bent, op andere momenten geniet je echt van het feit dat je alles wat je nodig hebt op je rug hebt en van alle moois om je heen. Vervelend is dat Ross nogal een snel wandeltempo heeft, dus dat we voor een groot gedeelte van de tocht apart van elkaar lopen. Ach, ik heb toch niet zoveel adem over om hele gesprekken te hebben. De eerste dag zijn we weinig mensen tegengekomen. Ons was verteld dat het wandelen van Abel Tasman Track op sommige gedeelte echt net het wandelen op zaterdagmiddag in een shoppingmall was, maar dat viel dus reuze mee. Dat kwam misschien gedeeltelijk door het weer. Het was regenachtig. (bwu). Onze nacht kamperen was super: op een kleine camping, met -op 3 duitsers na- een prive strandje. Erg genoten van het daar zijn (en van al mijn lieve vriendjes de vliegjes). De volgende dag was het druk met dagjesmensen. Dan voel je je toch wel super met die grote rugzak op je rug :). Moe en zeker voldaan kwamen we laat in de middag weer bij ons hostel aan in Marahau. Na Abel Tasman National Park zijn we verder zuidwaarts gereden: richting Nelson Lakes National Park. Dit is een iets minder bekend National Park, maar zeker niet minder mooi. We hebben gekampeerd bij Lake Rotoiti, dichtbij Saint Arnaud. Erg rustige camping en met plekken langs het meer waar niemand anders was. Rust, frisse lucht, mooie bergen. Ik heb genoten! Helaas was er een iets mindere gebeurtenis: Ross had zijn knie verzwikt tijdens het lopen van Abel Tasman en op de camping bij Nelson Lakes National Park zakte hij opeens door zijn knie. We zijn naar het ziekenhuis geweest in Murchison en Greymouth en hij moet dus erg rustig aan doen met wandelingen. Gelukkig kreeg hij niet het advies helemaal stil te zitten, maar juist wat te bewegen om het sterker te maken. De schrik zit er alleen goed in, dus wandelingen in de middle of nowhere zitten er niet in. Helaas. Vanuit Saint Arnaud zijn we via Murchison naar Reefton gereden. Daar in de buurt ligt een spookstadje, waar niemand meer woont, maar waar nog wel wat huizen overeind staan. Er is wel een lodge, waar je kan overnachten. Dat hebben we dus gedaan. Het zit tussen de oren, dat weet ik ook wel, maar het is best een eng idee om in een spookstadje te overnachten, zeker met de toiletten buiten de deur. Het zag er allemaal best vriendelijk uit, maar toch krijg je rare ideeen. Zelfs de andere drie gasten vond ik vreemd doen en ik kreeg "The Others" gevoelens..-voor degenen die die film hebben gezien-. Dus ik was wel blij toen we weer weggingen, richting Greymouth, de plek waar ik nu ben. Greymouth is de grootste plaats aan de westkust en dat zegt vooral wat over de kleinschaligheid van de rest van de westkust. Hoe verder we nu naar het zuiden trekken hoe kleiner en verlatener de plekken worden. En het is hier al zo verlaten! We zijn hier ondertussen naar Shantytown geweest. Dat is een reproductie van hoe een oud goudmijnersplaatsje vroeger was. Het was behoorlijk 'crap', stelde niet zoveel voor en was er echt alleen maar voor de toeristen (tja wij dus eigenlijk wel, maar het was het geld niet waard geweest). Wat goldpanning gedaan: naar goud gezocht. Natuurlijk wat stukjes goud gevonden (want dat was gegarandeerd...). En verder is Ross naar de plaatselijke bierbrouwerij geweest, voornamelijk voor de gratis proefdrankjes (dat waren er nogal wat geloof ik) en ik had me opgeofferd om te rijden. Morgen verder richting het zuiden (na een kleine omweg naar de pancake rocks iets ten noorden van Greymouth). Hele dikke kus vanuit verweg Liefs Sanne (P.S..Ik heb lopen denken he. Als je een skydive doet in Down Under, val je dan eigenlijk naar boven?) |
||||||||||||||
| Naar vorig verslag | ||||||||||||||
| Naar volgend verslag | ||||||||||||||
| Home Wie ben ik? Voorbereiding Route Reisverslagen Foto's Gastenboek |
||||||||||||||